Vervoerders willen meer betaalopties naast ov-chip

De negen vervoersbedrijven, inclusief NS, willen vanaf volgend jaar alternatieven bieden voor de ov-chipkaart.

Kaartlezer voor de ov-chipkaart. Foto ANP/Valerie Kuypers

De vervoersbedrijven in Nederland gaan intensiever samenwerken om betalen in het openbaar verover makkelijker te maken. De ov-chipkaart blijft bestaan, maar er komen twee nieuwe betaalopties bij: betalen met een bankpas en betalen met een smartphone. Die worden naar verwachting in de loop van volgend jaar ingevoerd.

Op korte termijn verwachten de vervoerders het meest van contactloos betalen (met als standaard EMV: Eurocard Mastercard Visa) met de bankpas. In Londen betaalt 80 procent van de reizigers al met de bankpas.

De tweede variant waar veel van wordt verwacht is ‘Be In Be Out’: reizigers checken helemaal niet meer in of uit, hun smartphone registreert via plaatsbepaling hun aanwezigheid in een betaalzone. De telefoon moet vooraf worden geregistreerd en aan een betaalmethode gekoppeld.

Bij beide opties verdwijnen veel nadelen van de ov-chipkaart: 7,50 euro aanschafkosten van de kaart, verplicht startsaldo van 20 euro, vergeten in- of uit te checken, drukte bij paaltjes. Het betalen wordt makkelijker voor buitenlandse en gehandicapte reizigers. Bij de bankpasoptie worden kinderen zonder bankrekening gekoppeld aan de rekening van hun ouders.

Voor het eind van het jaar begint Connexxion ook een proef met ‘single checkin check out’, waarbij reizigers bij de ene vervoerder kunnen inchecken en bij een andere kunnen uitchecken.

Vier aandeelhouders

De negen bedrijven voor stads- en streekvervoer hebben zich verenigd in een coöperatie om nieuwe betaalmethodes beter te kunnen invoeren. Tot nu toe was Translink Systems (TLS), het bedrijf achter de ov-chipkaart, eigendom van vier aandeelhouders: NS (68,75 procent) en de drie stadsvervoerders GEB (12,5 procent), RET (12,5 procent en HTM (6,25 procent) in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.

In de nieuwe coöperatie nemen streekvervoerders Transdev (Connexxion en Veolia), Arriva, Syntus, Qbuzz en EBS deel. Voorzitter van de coöperatie is Bart Schmeink, bestuursvoorzitter van Connexxion en Veolia. De vervoerders hopen hiermee hun onderlinge discussie over het eigendom en de kosten van TLS te beëindigen. De vier aandeelhouders ontvangen gezamenlijk 100 miljoen euro, het bedrag dat ze hebben ingelegd. De coöperatie heeft voor deze uitkoop een lening afgesloten van 80 miljoen euro, die in vijf jaar wordt afbetaald.

Schmeink verwacht dat de nieuwe eigendomsstructuur over vijf jaar zal leiden tot een besparing van 16 miljoen euro. De transactiekosten van TLS gaan 40 procent omlaag, de totale kosten 25 procent. Die besparing leidt niet per se tot lagere tarieven in het openbaar vervoer, omdat andere kosten kunnen stijgen. De overheid bepaalt de tarieven in het stads- en streekvervoer.

Studentenkaart

De vervoersbedrijven hebben ook een nieuwe brancheorganisatie opgericht. Doel is meer samenwerking bij onder meer duurzaamheid en belangenbehartiging bij overheden. Openbaar Vervoer Nederland (OVNL) wordt geleid door RET-directeur Pedro Peters.

Sinds 2007 was er geen brancheorganisatie meer. Volgens Peters werd samenwerking de laatste tien jaar bemoeilijkt door de politieke besluiteloosheid over wel of niet aanbesteden van openbaar vervoer. De belangen liepen daardoor te veel uiteen. De eerste prioriteit van OVNL is volgens Peters behoud van de studentenkaart, goed voor 800 miljoen aan inkomsten bij de vervoerders.

Schmeink verwacht niet dat rechtszaken over concessies, waar de vervoerders via aanbestedingen om strijden, nu voorbij zullen zijn. „We zitten met het ov in een zwaar imperfecte markt. Het systeem moet daarom in rechte worden getest. Het zou goed als we een regulator zouden krijgen, zoals de OPTA bij de telecom.”

    • Mark Duursma