Stalin hielp ons tegen Hitler, Assad tegen IS?

Met beelden van Syrische vluchtelingen die te voet over Hongaarse snelwegen gaan en dwars door de Balkan lopen krijgt ‘het Nabije Oosten’ weer zijn oude lading. Het Midden-Oosten is voor ons in Europa echt dichtbij. Dat is anders voor de Amerikanen. Alleen daardoor al verschillen hun belangen van de onze. De VS hebben het opmerkelijke vermogen zich nauwelijks verantwoordelijk te voelen voor de mede door hen aangerichte chaos in Irak en Libië; ook bij de strijd in Syrië zijn ze betrokken. Maar de humanitaire fall-out komt voor Europese rekening. Washington toonde zich bereid 10.000 Syrische vluchtelingen op te nemen, terwijl vier miljoen mensen het land ontvlucht zijn. „Er is zonder meer de capaciteit in Europa om dit probleem op te vangen”, aldus Obama’s woordvoerder Josh Earnest . Oftewel: succes er verder mee.

Tijdens de VN-vergadering, eind september in New York, zal de internationale gemeenschap voor het vierde jaar op rij betreuren hoe een land van 22 miljoen inwoners implodeert. In Syrië zijn al 240.000 slachtoffers gevallen (volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, de VN is gestopt met tellen), dat is 1 procent van de bevolking. (In 1940-45 kwam in Nederland 2 procent om, inclusief joodse slachtoffers.) Verder zo’n elf miljoen Syrische vluchtelingen en binnenlands van huis verdrevenen.

In de aanloop naar de New-Yorkse diplomatieke hoogmis sorteren wereldleiders voor op nieuwe initiatieven. Zo zei Poetin dinsdag: „Gezond verstand en de verantwoordelijkheid voor mondiale en regionale veiligheid vereisen een eensgezinde inspanning van de internationale gemeenschap tegen deze dreiging [van IS].” Zijn tegenspeler Obama zou iets vergelijkbaars kunnen zeggen. Behalve dan dat er twee concurrerende anti-IS-coalities zijn. Enerzijds Rusland en Iran, mét de Syrische dictator Assad; anderzijds Amerika met zijn bondgenoten (waaronder Nederland), zonder en tegen Assad. Beide coalities delen de vijand IS, maar zien de toekomst van Syrië anders. Het Kremlin steunt de zittende dictator, het Westen wil per se van hem af – zoals het eerder Saddam in Irak en Gaddafi in Libië uit de weg ruimde. Maar wat en wie komt dan? Het zwakke punt van het Westen is de onduidelijke lokale steun. Ja, er zijn de Koerdische strijders (waartegen NAVO-bondgenoot Turkije ongestoord mag vechten). Maar de ‘gematigde Syrische oppositie’ waar wij onze kaarten op zetten, bestaat die eigenlijk wel? Of was dat vooral de hoogopgeleide, deels christelijke middenklasse die inmiddels is gevlucht? Hoe het ook zij, beide ‘coalities’ voeren momenteel de militaire activiteit op. Westerse media berichten ongerust over de Russische militaire steun aan Assad; tegelijk bombardeert Amerika IS in Syrië steeds intensiever, binnenkort wellicht met Nederlandse steun. Volgens Brookings-analisten Pavel Baev en Jeremy Shapiro maken Moskou en Washington daarmee dezelfde fout: denken de ander met spierballenvertoon en militair overwicht van gedachten te kunnen doen veranderen. Niemand wil toegeven. Dat leidt tot eindeloze escalatie. En dus nog meer vluchtelingen.

De hamvraag wordt allengs onontkoombaar: met of zonder Assad? Elk gesprek hierover betekent pijnlijk gezichtsverlies, met name voor Amerika. Maar wat is het minste kwaad? Ja, Assad is een gewetenloze dictator, die zijn land de vernieling in dreef. Maar tegenover hem staan islamitische fundamentalisten, die moordend rondgaan en het westen de oorlog verklaren. Het is uitkijken met historische analogieën, maar het lijkt op de vraag uit de Tweede Wereldoorlog: vechten we met Stalin (Assad) tegen Hitler (IS)? Toen deden we dat. De situatie is zo nabij en uitzichtloos, dat de vraag mag en moet worden gesteld.