‘Smokkelaars hebben regie over crisis, niet EU’

Directeur Europa UNHCR

Iedereen kon de stroom vluchtelingen zien aankomen. ‘De EU heeft niets gedaan.’

Blik vanuit de lucht op het niemandsland achter de door de Hongaren gesloten grens met Servië bij de plaats Röszke. Foto ISTVAN RUZSA/AFP

„Deze crisis is te managen." Op een moment dat vluchtelingen de muur aan de Hongaars-Servische grens omverhalen en slaags raken met de politie, klinkt dat ongeloofwaardig. Maar voor Vincent Cochetel, directeur Europa van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, zijn deze chaotische taferelen juist het bewijs dat Europa de regie kwijt is en dat het dus beter kan. Veel beter. „Europa is één zone zonder binnengrenzen, maar elk land wil zijn eigen migratiepolitiek blijven voeren. Niemand helpt de ander. Griekenland en Italië krijgen geen hulp bij het registreren van vluchtelingen die aankomen. Populaire asiellanden als Duitsland, Zweden en Oostenrijk moeten iedereen maar opvangen. Elk land denkt alleen aan zichzelf. Zelfs als er een kleine groep mensen naar Europa komt, wordt het dan een rommeltje."

Het aantal is geen probleem?

„We hebben het over 0,11 procent van de Europese bevolking. Sorry hoor, dat kan Europa gemakkelijk aan. In Libanon zitten 2 miljoen Syriërs, in Turkije ook. Dit is geen migratiecrisis, maar een vertrouwenscrisis tussen Europese landen. We hadden deze crisis kunnen voorkomen. Iedereen wist dat dit eraan kwam. Wij waarschuwden eind 2014: Syriërs die al jaren in Libanon en Turkije zitten, gaan op drift. De EU heeft niets gedaan."

Waarom raken zij op drift?

„Combinatie van factoren. UNHCR krijgt amper 40 procent van het geld dat het nodig heeft voor opvang in Libanon en Turkije. Gezondheidszorg is abominabel, voedselrantsoenen slinken, kinderen gaan niet naar school. In Turkije verslechtert de politieke situatie. Velen vrezen dat dit na de verkiezingen in november verergert. De oorlog in Syrië gaat door. Veel Syriërs wilden terug, maar verliezen hoop. Dus komen ze hierheen, via de kortste, goedkoopste en minst gevaarlijke weg: Turkije, Griekenland.”

Zijn het allemaal Syriërs?

„Ruim de helft. De rest zijn Irakezen, Afghanen, Koerden. 90 procent is vluchteling. Hele families zijn op de vlucht voor IS en Talibaan. Zo’n 10 procent op deze route is economisch migrant. Van de mensen, die eerder de Libiëroute naar Europa namen, was 50 procent vluchteling en 50 procent economische migrant. Dit is een andere populatie.”

Hoe had Europa zich beter kunnen voorbereiden?

„Vluchtelingen moet je binnenlaten. Die plicht hebben we. Maar we weten ook: iedereen gaat altijd naar dezelfde landen, zoals Duitsland. Je moet dus vluchtelingen verdelen. Daar praat Europa al sinds 2013 over, vruchteloos. Om te weten wie naar welk EU-land gaat, moet je de nieuwkomers meteen registreren.

Europa had alle tijd om dit te organiseren. Deze eerste opvang, vooral in Griekenland, is een fiasco. De Grieken kunnen het niet aan – organisatorisch niet en omdat er geen geld is. Andere EU-landen helpen niet. Dus vluchtelingen spoelen aan en gaan zelf naar Duitsland en Zweden. En nu zijn EU-landen niet bereid om Duitsland en Zweden te ontlasten. Omdat er geen ordentelijke ontvangst en registratie is, halen we economische migranten er evenmin uit. Zij moeten worden teruggestuurd. Dat is belangrijk, maar het gebeurt niet.

Niemand is verantwoordelijk, lijkt het. De smokkelaars hebben meer regie dan de Europese regeringen. Als je vluchtelingen en migranten schift, zien burgers dat het systeem werkt. Dat de mensen die in Europa komen alleen diegenen zijn die recht hebben op bescherming, en niet anderen.”

    • Caroline de Gruyter