Rutte heerst, zonder iets toe te zeggen

Premier Mark Rutte kwam in de Kamer geen moment in problemen. Hij gaf graag een lesje ‘besturen’.

Bent u niet bekend met de retoriek van PVV-leider Geert Wilders? Dan wil premier Mark Rutte het wel even voor u uitleggen.

Rutte werd gisteren door Wilders aangevallen op zijn – volgens Wilders – gebrekkige aanpak van de vluchtelingencrisis. Ook tijdens de tweede dag van de Algemene Beschouwingen zorgde dat weer voor verhitte discussies, waarbij Wilders zijn collega’s schoffeerde door de Kamer een „nepparlement” te noemen dat het „eigen volk” niet vertegenwoordigt.

„Wat is het hier voor een gekkenhuis? We [moeten] die miljarden niet aan de asielzoekers besteden maar aan de ouderen van Nederland”, zei Wilders tegen Rutte.

Die ging niet in op wát Wilders zei, maar hoe hij het zei. „Wat de heer Wilders doet, is klassiek. Hij creëert een tegenstelling — misschien goed ook voor de kijkers thuis — tussen enerzijds mensen in een verzorgingshuis (...) en anderzijds het feit dat je als beschaafd en fatsoenlijk land ook moet omgaan met dit soort internationale spanningen en de impact daarvan op onze samenleving.” Een debattrucje, vond Rutte. Dat hij vervolgens schaamteloos kopieerde.

Zo sprak hij over de „bijzondere verantwoordelijkheid van politici, en zeker het kabinet als de uitvoerende macht, om maatregelen te nemen. (...) Dat heet besturen. Dat heet verantwoordelijkheid nemen. Dat heet als politicus niet de Tweede Kamer gebruiken als een plek waar je loopt te roeptoeteren, maar als een plek om problemen van mensen op te lossen”. Op die manier creëerde Rutte de tegenstelling die hém goed uitkwam: tussen Wilders als lawaaischopper en hemzelf als leider.

Het liet zien wat Rutte als premier al jaren doet: de kneepjes van het debat beter beheersen dan al zijn tegenstanders. Al heerste hij gisteren niet zo soeverein als vorig jaar, toen hij vlak na de MH17-ramp zijn rol als staatsman weergaloos invulde. Tussen de fractievoorzitters had het woensdag bij vlagen gesprankeld en geknetterd, maar Rutte wilde er geen echt debat van maken – en kwam daar bij de oppositie mee weg. Wat hij vooral vermeed, waren concrete toezeggingen.

Verschillende fractievoorzitters wilden dat hij toegaf dat de inschatting dat er volgend jaar 26.000 asielzoekers naar Nederland komen een „optimistische of cynische” onderschatting is, zoals Jesse Klaver (GroenLinks) zei. Nee, antwoordde Rutte, „er zijn reguliere besluitvormingsmomenten waarop we steeds bekijken of de ramingen moeten worden bijgesteld”.

De begroting van Veiligheid en Justitie dan. Rutte moest toch inzien dat zijn kabinet die in deze vorm niet door de Eerste Kamer krijgt? Wil de premier „met meer geld komen om deze knelpunten op te lossen?” vroeg Sybrand van Haersma Buma (CDA). Nee joh, zei Rutte, die begroting is „natuurlijk deugdelijk”. Hij zou later wel „bezien of het waar is dat er al dan niet geld bij moet”. Een motie van alle oppositiepartijen die zelfs door Halbe Zijlstra (VVD) en Diederik Samsom (PvdA) als „een signaal” werd gezien, raadde hij af.

Het koopkrachtverhaal uit de Troonrede dan? Daarin was gezegd dat niemand erop achteruit zou gaan, in tegenstelling tot wat blijkt uit cijfers van het Centraal Planbureau. Emile Roemer (SP) beschuldigde het kabinet van liegen via de koning. Ook die fout wilde Rutte niet toegeven. Of het nu ging om pogingen tot vergroening, of om het losknippen van nivellerende vermogensbelasting van de lastenverlaging van 5 miljard – Rutte wentelde verdere discussies af op de ministers die in de komende weken hun begrotingen moeten verdedigen.

Een deel van het debat ging over hoe lang dit kabinet eigenlijk nog door wil. Rutte had dinsdag immers tegen journalisten gezegd: „Het doel is niet: hoe dan ook de rit uitzitten.” In het debat was Rutte „onverminderd ambitieus om met dit kabinet de eindstreep te halen”. Met PvdA-leider Samsom had de premier het in ieder geval naar zijn zin. Toen Roemer voorstelde de btw met 2 procentpunt te verlagen, sloeg Samsom aan het rekenen. „Is de premier het met mij eens dat het voorstel van de SP ertoe leidt dat de prijs van een Porsche Panamera met 2.000 euro wordt verlaagd en de prijs van een brood met 3 cent? Is de premier het dan met mij eens dat de SP hiermee een voorstel doet dat de VVD rechts inhaalt?” Ze hadden er zelf veel lol om. Rutte kreeg zelfs de slappe lach over de kosten van het koningshuis.

Volgens Alexander Pechtold (D66) „lachte hij zijn politieke problemen weg”. Maar op de internationale vluchtelingencrisis na, waar de Nederlandse politiek weinig grip op heeft, bracht het debat van deze week geen grote problemen voor het kabinet. CDA’er Buma bevestigde dat hij de lastenverlichting steunt, en een eventueel gat in de Justitiebegroting is te repareren.

Had Rutte het dan nooit moeilijk? Opvallend genoeg was het Norbert Klein (ex-50Plus) die de premier deed stamelen. Die vroeg waarom het volwassenenonderwijs, door het kabinet ‘leven lang leren’ genoemd, niet toegankelijk is voor mensen boven de 55. Rutte begon zenuwachtig met zijn paperassen te schuiven en moest worden gesouffleerd door collega-ministers. „Dat is nu eenmaal een geldkwestie. Laat ik maar eerlijk zijn.”