‘Rechters moeten heel veel durf hebben’

De nieuwe president van de Amsterdamse rechtbank schuwt de tegenspraak niet. „Misschien is de politie meer bezig met de eigen organisatie dan met de opsporing.”

Foto David van Dam

Hij zegt het min of meer per ongeluk en pas na enige aarzeling. Henk Naves (55), sinds juli president van de rechtbank in Amsterdam, is supporter van voetbalclub Feyenoord uit Rotterdam. De magistraat schrikt zo van zijn bekentenis – „een pijnlijk punt” – dat hij vervolgens ongevraagd begint aan een uitleg die veel weg heeft van een verontschuldiging.

Naves vertelt dat hij in 1959 is geboren in Katwijk aan Zee. Toen Feyenoord in 1970 als eerste Nederlandse voetbalclub de Europacup I won, was hij „als klein jongetje” meteen verkocht. Zo gaat dat nou eenmaal op die leeftijd. Zijn zoon is gevormd door het succesvolle Ajax van Patrick Kluivert. „Feyenoord is nog de enige band die ik met 010 heb.”

Naves begint het eerste vraaggesprek in zijn nieuwe functie evenwel met een ode aan het in de hoofdstad gevestigde grootste tribunaal van het land. Op zijn Amsterdamse rechtbank werken ongeveer 1.000 mensen, onder wie zo’n 200 rechters.

„De plek waar ik nu leiding geef, is uniek. Het mooie is dat deze rechtbank zichzelf ook uniek vindt. Ik voel hier een enorme energie. Er gebeurt in de stad nogal eens wat op momenten dat de meeste mensen in bed liggen, zoals die liquidaties. Dat geeft de mensen hier het idee dat ze op een bijzondere plek werken. Dat stralen ze ook uit. Ze zijn er bereid een stapje extra te zetten. Meer dan in andere steden”, zegt Naves. Hij is van plan naar Amsterdam te verhuizen.

U demonstreert nu de Amsterdamse arrogantie waar de rechtgeaarde Feyenoorder juist zo’n hekel aan heeft?

„Ik heb ook zeven jaar als rechter in Rotterdam gewerkt. Toen merkte ik dat Rotterdammers op 020 zijn gefixeerd, terwijl Amsterdammers op zichzelf zijn gericht. Want ja, er gaat volgens de hoofdstedelingen zelf niks boven Amsterdam. Deze stad heeft natuurlijk alles en daarom kijk je niet automatisch buiten de stadspoorten.”

U bent 23 jaar rechter en werkte in de rechtbanken van Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Breda, Gelderland en nu weer Amsterdam. Waarom zo rusteloos? Er is geen magistraat die zo vaak verkast.

„Over wie zegt dat wat? Over de rechtspraak of over mij? Ik zat in Gelderland net twee jaar en toen kwam Amsterdam vacant. Ik werd meteen onrustig. Dit was de droom op mijn wensenlijstje.”

Is het goed voor een rechter om bij veel verschillende gerechten te werken?

„Ik heb altijd gemerkt dat een stap naar een nieuwe organisatie de mogelijkheid biedt je grenzen te verleggen. Opeens lopen de hazen anders. Elke overstap haalde bij mij vaardigheden naar boven waarvan ik niet wist dat ik ze had. Ik wens dat veel collega’s toe. Er zijn nu nogal wat rechters die hun hele leven bij dezelfde rechtbank werken. De rechterlijke organisatie mist dynamiek. Er is wel roulatie tussen rechtsgebieden, maar een stap buiten de deur zijn rechters niet gewend. Daar kun je als bestuurder een voorbeeldrol in vervullen. Pak je koffer, ga eens bij een andere rechtbank werken en haal meer uit jezelf.”

Ontslagen

Vanaf volgend jaar gaan rechters werken met zogeheten professionele standaarden: zelf opgestelde kwaliteitsnormen die moeten leiden tot betere rechters en betere rechtspraak. „De protocollen zullen rechters onderling stimuleren na te denken over de vraag: wat is nu kwaliteit? Rechters moeten elkaar feedback geven en meer van elkaar leren”, zegt Naves.

Nu kan een rechter alleen tot vertrek worden gedwongen als de Hoge Raad hem ontslaat. Dat kan na een veroordeling wegens een misdrijf of wanneer hij geestelijk of lichamelijk niet meer in staat is recht te spreken. Naves vindt dat gerechtsbestuurders nadrukkelijker een rechter tot vertrek moeten kunnen bewegen als functioneringsgesprekken duidelijk maken „dat er een mismatch is tussen wat je dacht te kunnen en in de praktijk blijkt te kunnen”.

Naves: „We komen uit een tijd waarin we dachten dat rechterlijke onafhankelijkheid betekende dat je niet een diepgaand gesprek zou kunnen voeren over iemands functioneren. En functioneren gaat over meer dan ‘hoe beslis ik in een bepaalde zaak’. Het gaat ook over samenwerken, kennis delen en ben je in staat te delegeren? Wij komen uit een cultuur van leven en laten leven: kom ik niet aan jou, dan kom jij ook niet aan mij. Daarin zijn de bordjes wel verhangen. Er zijn gelukkig rechters die na gesprekken met leidinggevenden tot de conclusie komen dat hun roeping elders ligt.”

Wat vindt u van de plannen van de Raad voor de Rechtspraak om zeven rechtbanken te ontmantelen?

„De vraag waar rechtspraak plaatsvindt in Nederland is bepaald door tweehonderd jaar historie. Het ging erom of je met een trekschuit binnen een bepaalde tijd een gerecht kon bereizen. Ik denk dat aan de schaalvergroting nog geen einde is gekomen. Over tientallen jaren zijn in dit kleine land misschien nog maar vier gerechten. Je hoort mensen pleiten voor toegankelijke rechtspraak, maar over een paar jaar is door de digitalisering de realiteit dat de rechter slechts één muisklik van je vandaan is. Je kunt straks 24/7 je dossier inkijken via rechtspraak.nl. Dát is pas toegankelijkheid. De huidige discussie is met een blik op de toekomst achterhaald. De rechter komt alleen maar dichterbij.”

Heeft de rechtbank last van de al maar voortslepende reorganisatie van de Nationale Politie?

„De politie lijkt minder toe te komen aan grote onderzoeken dan in het recente verleden. Wij zien een daling van het aanbod aan strafzaken. De politie stelt noodgedwongen mogelijk andere prioriteiten. De grote strafzaken onder leiding van het landelijk parket van het OM lopen wel door, maar met name de top van de politierechterzaken en de onderkant van de meervoudige kamer zijn gereserveerd voor politieonderzoeken waarvan er gewoon minder plaatsvinden op dit moment. Misschien is de politie meer bezig met de eigen organisatie dan met de opsporing. Wij sluiten elk jaar een convenant met het OM waarin staat hoeveel zittingen er zullen zijn. Het is tegenwoordig sleuren om die strafzittingen goed gevuld te krijgen.”

In een portret dat in deze krant verscheen toen uw benoeming in april bekend werd, omschreven collega’s u als een ambitieuze rechter met lef. Is dat een goede karakterisering?

„Wil je op deze positie komen dan moet je wel ambitieus zijn. Je kunt ook zeggen dat ik het geven van leiding binnen de rechtspraak heel erg leuk vind. En ik heb in de loop der jaren ook het een en ander geleerd, dus is het misschien niet zo gek dat ik nu hier zit”, zegt Naves en dan verzucht hij. „Oei, dat is een gewaagde.”

Lef, dat klinkt als een onmagistratelijke eigenschap?

„Ik vind juist dat rechters heel veel durf moeten hebben. Ze moeten tegen de wind in durven gaan. Rechters moeten iets anders durven doen dan wat politici of media roepen. Dat is wat ik ook doe in mijn werk, dus ik vertoon typisch rechterlijk gedrag. Ik stel ook wel eens een vervelende vraag, ook aan collega’s. Au. Maar volgens mij word ik daarvoor juist betaald.”

Deze rechtbank zocht „een boegbeeld voor de rechtspraak”, stond in de advertentie. Bent u dat?

„Ik vind het leuk dat te zijn. Men zal de komende jaren zien dat ik actief naar buiten treed. Ik zal standpunten innemen en een bijdrage leveren aan het publieke debat rond rechtspraak.”

Het is niet verkeerd als rechters zich publiekelijk meer vertonen? Ook in De Wereld Draait Door of RTL Boulevard?

„Nee helemaal niet. Ik vind wel dat we daar de rechters moeten neerzetten die in het tempo van Matthijs van Nieuwkerk meekunnen en die aanvoelen wat de sfeer is in RTL Boulevard. Dan is het de vraag of ík daar moet zitten of een beter gebekt en jonger talent uit de rechtspraak – maar je moet die kans niet laten lopen. Laten we maar eens experimenteren. Wie er ook zit: je zit er namens de bedrijfstak rechtspraak, namens het grotere geheel, en niet op persoonlijke titel.”

U verheugt zich al op uw optredens?

Naves begint te lachen. „Wacht maar af tot u me op televisie ziet zweten.”