Column

Pikant verhaal uit de diplomatieke coulissen

Een pikant verhaal uit de coulissen van de internationale diplomatie kwam uitgerekend deze week in de openbaarheid. Net nu Rusland bezig is zijn militaire aanwezigheid in Syrië te versterken, meldde The Guardian dat het Westen ruim drie jaar geleden z’n neus heeft opgehaald voor een voorstel van Moskou om de Syrische president Assad „op een elegante manier” te laten aftreden.

Het nieuws dat Rusland artillerie en tanks naar Syrië stuurt en bezig is er een luchtmachtbasis op te zetten, laat zien dat Moskou sterker betrokken wil zijn bij wat er verder gebeurt in Syrië. En de geschiedenis uit 2012 suggereert iets dergelijks: het is een signaal dat Rusland heus een positieve rol kan spelen bij het zoeken naar een diplomatieke oplossing voor de oorlog in Syrië. Als de Russen zelfs bereidheid hebben getoond om hun bondgenoot Assad te laten vallen, ligt het dan niet voor de hand hen nauw te betrekken bij nieuwe diplomatieke pogingen om de voortslepende oorlog te beëindigen? Het zou Rusland invloed geven en weer de internationaal belangrijke speler maken die het zo graag wil zijn.

Het verhaal van The Guardian kwam van de Finse oud-president, Nobelprijswinnaar en door de wol geverfd onderhandelaar Martti Ahtisaari. In februari 2012 had hij geprobeerd als bemiddelaar een oplossing voor de Syrische oorlog te vinden. De Russische ambassadeur bij de VN, Vitali Tsjoerkin, had hem een driepuntenplan voorgelegd, vertelde Ahtisaari aan The Guardian: er zouden geen wapens meer geleverd moeten worden aan de Syrische oppositie, er zou een dialoog aangezwengeld moeten worden tussen de president en de oppositie, en „we zouden voor Assad een elegante manier moeten vinden om terug te treden”. Voor de zekerheid was de Fin nog een keer teruggegaan naar Tsjoerkin, die zijn indruk bevestigde dat Moskou hier echt achter stond was.

Maar de Amerikanen, Britten en Fransen deden er niets mee. Want ze waren er volgens Ahtisaari van overtuigd dat de positie van Assad toch spoedig onhoudbaar zou worden. Al met al „een gemiste kans”, volgens de Fin.

Maar hoe waarschijnlijk is het dat de Russen Assad echt, toen of nu, zouden willen laten vallen? De man die ze door dik en dun hebben gesteund en die hun belangrijkste bondgenoot is in het Midden-Oosten? In de zomer van 2012 kwam ook al eens zo’n verhaal naar buiten. Toen opperde de Russische ambassadeur in Frankrijk dat Assad bereid was „op een beschaafde manier” af te treden – wat overigens meteen door Damascus werd ontkend. Het kan heel goed een lokkertje van de Russen zijn geweest, om zichzelf onmisbaar te maken en het Westen te betrekken in eindeloze besprekingen, terwijl Assad ondertussen zijn vertrek steeds zou uitstellen. Maar het Westen heeft geen poging gedaan om te testen wat de Russische hints over een vertrek van Assad, als deel van een vredesproces, waard waren.

Officieel hebben de Russen het verhaal van Ahtisaari inmiddels tegengesproken. Hun versterkingen in Syrië wijzen er ook op dat ze hun man in Damascus juist overeind willen houden, of in ieder geval zijn regime. Maar hoe het ook zij, Moskou heeft zichzelf vakkundig weer in het diplomatieke spel weten te manoeuvreren, als misschien wel onmisbare partner bij een hoognodig vredesproces voor Syrië. President Poetin zou de jaarvergadering van de VN in New York, eind deze maand, zelfs willen aangrijpen om een vredesplan voor Syrië te presenteren.

Het Westen is er vier jaar lang niet in geslaagd een oplossing te vinden voor deze bloedige oorlog. Dat maakt het voor de Verenigde Staten en Europa moeilijk een diplomatiek initiatief van Moskou te negeren, zeker als Rusland het verpakt als gezamenlijke strijd tegen IS. En ondertussen blijft het gissen of Moskou bezig is om Assad te stutten, of juist voorbereidingen treft om na zijn val invloed in Syrië te behouden.