Pas op voor de baasjes in de buurt

‘Ze staat hier al een paar dagen te bedelen”, zegt de eigenares van de Surinaamse toko Racam Tropics tegen wijkconciërge Rob Kok, op de hoek van Franselaan en Pinkstraat in Oud-Mathenesse. Kort daarna schiet ook een buurtbewoonster Kok aan. „Die Bulgaarse vrouw wordt ’s avonds opgehaald door een BMW. Ik denk dat ze wordt uitgebuit door een bende. Ik wil het toch effe bij je melden, Rob.”

Na een telefoontje van Kok komt even later een sociaal wijkwerker van stichting Zowel! de vrouw helpen. „Hoe triest het ook voor haar is, voor het winkelend publiek is een bedelares niet fraai”, zegt Kok. De gemoedelijke wijk nabij Schiedam, gebouwd kort voor én kort na de oorlog, telt zo’n 7.000 inwoners. In het aangrenzende Witte Dorp wonen er nog eens 500. Er zijn veel oudere autochtone Rotterdammers, Bulgaren, Polen en starters. De kantoorboekhandel, bloemist en banketbakker zitten er al decennia en vormen samen met relatieve nieuwkomers als de shoarmatent, het belhuis en de islamitische slagerij een klein winkelgebied op de Franselaan. „Prachtige wijk, heel leuke bewoners”, vindt Kok. Als gastheer verbindt hij bewoners, zorginstanties en gemeentelijke instellingen. Signaleert als er iets misgaat. Als mensen hulp nodig hebben regelt hij de juiste zorg. Een spilfunctie.

Kok is complexbeheerder van woningen van corporatie Woonbron én wijkconciërge, functies die in de praktijk door elkaar lopen. „Een superleuke baan”, zegt Kok. „Ik ontmoet heel verschillende mensen als ik door de wijk loop. Repareer een kapotte kraan, meld een loszittende stoeptegel en bel de gemeente als de singels na een storm moeten worden schoonmaakt.”

Uitbreiding

De komende jaren wil Rotterdam meer wijkconciërges aanstellen. Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit in 2011 bleek dat de pilots in Oud-Mathenesse en Hoogvliet succesvol waren verlopen. Wethouder Eerdmans heeft de uitbreiding van het aantal wijkconciërges tot speerpunt gemaakt van het collegeprogramma. Er lopen nu ook wijkconciërges in het Lijnbaankwartier, Coolhaveneiland en Carnisse. Dit jaar komt er nog één bij en volgend jaar mogelijk nog eens vijf.

Spil in de wijk

De vraag is wat een wijkconciërge toevoegt aan het almaar groeiende leger van toezichthouders in de wijken. Voldoen al die rondwandelende wijkagenten, stadswachten, stadsmariniers, gebiedsmanagers en buurtpreventieteams soms niet?

Vasco Lub, zelfstandig onderzoeker en socioloog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, presenteert in november de resultaten van een groot onderzoek naar buurtpreventieteams. Zijn bevindingen zijn niet uitsluitend positief. „Professionele toezichthouders en vrijwillige buurtwachten werken vaak langs elkaar heen. Buurtwachten worden door professionals niet altijd serieus genomen. In een van mijn onderzoekswijken liep ik ’s winters mee met patrouillerende vrijwilligers. De stadswachten draaiden het raampje van hun busje open en grapten: ‘Koud he?’ Ze konden ook een half uurtje op straat met de vrijwilligers praten. Ook wijkagenten zitten vooral in hun auto. Zo motiveer je vrijwilligers niet.”

Vooral in grote steden – met de bijbehorende criminaliteit – is het belangrijk dat er politie of stadswachten aanwezig zijn, vindt Lub. Door bezuinigingen is zulke bescherming vaak weggevallen. „In de praktijk worden de teams niet zo vaak lastiggevallen, maar buurtwachten voelen zich wel in de kou gezet. Eerst hadden ze direct contact met politie of stadswacht en nu moeten ze – net als ieder ander – het algemene telefoonnummer bellen. Bewoners steken hun nek uit en ontvangen informatie van justitiële aard; ze moeten dus serieus behandeld worden.”

Lub waarschuwt om alles door een veiligheidsbril te bekijken. „In de gemeente Aalburg vonden sommige vrijwilligers elk Pools nummerbord verdacht. Voor dat onderbuikgevoel moet je waken.”

Buurtwachten zij ook niet voor elke wijk geschikt, vindt Lub. „Veel teams in Rotterdam bestaan uit blanke autochtonen. Je kunt niet verlangen dat ze in Rotterdam-Zuid allochtone jongerengroepen, die de macht hebben op straat, aanspreken op wangedrag. Dan vraag je om problemen! Burgers die andere burgers in het gareel houden, dat is een utopie.”

Lub wijst op de wet op de weerkorpsen uit de jaren dertig, waarin burgers verboden wordt om – zoals de NSB deed – geüniformeerd de straat op te gaan. „Dat is precies wat buurtteams doen, vaak met de beste bedoelingen overigens. Veel preventieteams hebben eigen reglementen waarmee ze willen voorkomen dat er cowboys de straat opgaan. Maar vanuit de overheid is er weinig toezicht. Als ik een hesje aantrek, ben ik buurtwachter. Mijn aanbeveling: versterk het positieve van de preventieteams en waak voor de risico’s.”

Baasjes

Rob Klok herkent de risico’s die Lub beschrijft. Hoewel er in Oud-Mathenesse geen buurtpreventieteam rondwandelt, heeft hij in een vorige baan op het Coolhaveneiland wel kennis gemaakt met ‘buurtouders’ die op een dergelijke manier toezicht hielden. Hij herkent dat professionals en vrijwilligers langs elkaar heen kunnen werken. „Geen onwil want iedereen doet z’n best. Maar vaak weet niet iedereen van elkaar wat ze doen. De wijkconciërge is bedoeld om al deze lijntjes te verbinden. Ik zit in overleg met álle partijen.”

Zelf kijkt hij met gemengde gevoelens terug op de buurtouders. „Het liep eerst heel goed, maar op een gegeven moment is het toch ingestort omdat vrijwilligers om verschillende redenen afhaakten. En inderdaad, het gevaar van cowboys op straat bestaat. Dan gingen de baasjes de leiding overnemen en liep het contact met hangjongeren meteen stroever. Politiemensen weten hoe ze moeten handelen bij geweld, vrijwilligers niet. Buurtwachten zijn geen vervanging van politie, maar een aanvulling.”

Iftar-maaltijd

Toen Rob Kok in 2008 als wijkconciërge begon, vertelden bewoners hem over de zwakke sociale cohesie, geluidsoverlast en openstaande portieken waardoor er junks, hangjongeren, zwerfvuil en pis te vinden waren. „Als de portiekdeur openstaat, spreek ik bewoners daarop aan. En om de onderlinge band te stimuleren, organiseer ik samen met bewoners en winkeliers een braderie, warme maaltijden in het buurthuis, de iftar-maaltijd en halloween. Heel bewust betrek ik daar ook Bulgaarse en Poolse bewoners bij. Vooral de Polen doen mee met activiteiten.”

De wijk heeft te kampen met problemen als eenzaamheid, drugsverslaving, criminaliteit en verpaupering. Om oude huizen minder aantrekkelijk te maken voor bijvoorbeeld malafide huisjesmelkers, sloegen de gemeente Rotterdam en woningcorporatie Woonbron in 2007 de handen ineen. Woonbron kocht in Oud-Mathenesse 165 woningen, werd zo lid van de veelal slapende vve’s en adopteerde op die manier een deel van de wijk.

Als Kok verder loopt, wordt hij enthousiast begroet door enkele verstandelijk beperkte vrijwilligers van de Helpende Handen, een initiatief van de wijkconciërge en de in de wijk gevestigde dagopvang van Pameijer. Kok koppelt hen aan hulpbehoevende buurtbewoners voor karweitjes als grasmaaien, de boodschappen of de hond uitlaten. De vrijwilligers maken grapjes met Kok, knuffelen hem of ze geven hem een boks, een ritueel dat zich nog een paar keer zal herhalen.

Dan vertrekt Kok naar de Poolsestraat voor een burenactiviteit. Zo’n vijftien buren – van de 42 adressen – zitten in het aangrenzende park aan lange tafels onder een witte partytent. Er zijn koffie en koekjes en uit een speaker klinkt muziek. De buren geven elkaar een bosje bloemen en een ansichtkaart waarop ze waardering voor elkaar uitspreken. „Ik vind je gewoon een hele lieve buurman”, zegt een vrouw. De man straalt. De anderen applaudisseren. Een vrouw pinkt wat traantjes weg als ze haar bloemetje ontvangt. Het idee komt van Ireen van der Lem van stichting Opzoomer Mee. „Deze wijk kent veel eenzame ouderen en heeft extra onze aandacht. Rob is veel meer dan wijkconciërge, hij is als coach van dit project nauw betrokken bij het succes.”

En daarom geeft ze Kok en een buurtvrijwilliger even later ook een bloemetje met een ansichtkaart. „Omdat ze zo actief zijn in de buurt, altijd klaar staan en willen helpen”, heeft ze erop geschreven. Kok lacht breed. „Geweldig, toch?”