Männikkö is een specialist in verval

'Cowboy', San Antonio, 1996

Deuren die uit het lood hangen en die al decennia niet geverfd zijn. Verroeste auto’s waar taaie planten doorheen groeien. Vergeten grafstenen. De Finse fotograaf Esko Männikkö (1959) is een specialist in verval. Met zijn foto’s, te zien in Huis Marseille, legt hij de vergankelijkheid vast. Zijn werk is bijna een cliché van Scandinavische zwaarmoedigheid. Een hond die mismoedig de camera in staart – met een rood oog waar een dikke traan uit rolt. En, voor wie het nóg niet begrijpt, de expositie heet Time Flies.

Toch zijn de foto’s van Männikkö geen clichés. Omdat deze autodidact dat bijzondere oog heeft voor kleur en detail. En omdat we in veel van zijn foto’s klassieke schilderijen kunnen zien – een idee dat wordt versterkt door de zware houten lijsten om zijn foto’s. Soms vormen die lijsten een fel contrast, terwijl andere juist een verlengde zijn van structuren in de foto.

Maar vooral de foto’s refereren aan schilderkunst. Die plastic tulpen in een lege wijnfles voor een raam doen denken aan een bloemstilleven van Jan Breughel. Die half afgekloven vis in een emaillen kom heeft wel wat weg van een werk van Pieter Claesz.

Het meest aansprekend zijn de foto’s met mensen: mannen van een zekere leeftijd vooral, gefotografeerd in de felle kleuren van de spullen waarmee ze leven. Net als in de schilderijen uit de Renaissance levert het intense en kleurrijke beelden op. Zoals die foto van vier beschonken mannen die samen Kerst vieren, allemaal met een rode muts op. Het is in deze bizarre poëzie dat Männikkö op z’n best is.