Lezen in het hart van Europa: het Albanië van Ornela Vorpsi

Deze zomer legt historicus en medewerker van NRC Boeken Arnout le Clercq met een literaire reis de ziel van Midden-Europa bloot. In aflevering 8: het Albanië van Ornela Vorpsi.

Terwijl je over de onverharde wegen van Albanië rijdt, verschijnen er om de haverklap kleine bunkers langs de weg, vaak net groot genoeg voor één of twee personen. Ten tijde van het communistische regime van Enver Albanie-e1442561861665Hoxha (1908-1985) was Albanië politiek volkomen geïsoleerd. Hoxha, die vreesde voor een invasie door welk buurland dan ook, besloot deze hoek van de Balkan te fortificeren met talloze individuele bunkers. Het absurde project leverde zo’n 750.000 bunkers op. Vandaag de dag liggen ze er verlaten bij of worden ze gebruikt als stal; een enkele ondernemende Albanees heeft een wat grotere bunker omgetoverd tot een kroeg.

De bunkers zijn een van de vele sprekende details in Ornela Vorpsi’s (1968) schets van Albanië, het decor van haar debuutroman Het land waar je nooit sterft (2004). Aan de hand van haar caleidoscopische jeugdherinneringen, aaneengeregen van huiselijk geweld, armoede en onderdrukking door een totalitaire staat, presenteert ze de lezer een compromisloos beeld van haar geboorteland.

‘Dit land bestaat uit stof en modder; de zon is er zo heet dat de wijnbladeren roesten op het land en je verstand langzaam vloeibaar wordt. En dat heeft een bepaalde bijwerking (onherstelbaar, vrees ik): een delirium van grootheidswaan dat in deze vegetatie als onkruid gedijt.’

Patriarchale samenleving

De roman is tevens een bittere brief naar huis: in 1991 emigreerde Vorpsi naar Italië. Dat is niet ongebruikelijk: van de in totaal 6,6 miljoen Albanezen wonen er 3 miljoen niet in Albanië. Haar keuze om de roman in het Italiaans te schrijven was echter wel ongebruikelijk. Niet alleen de taalkeuze, maar ook de inhoud van de roman leverden haar veel kritiek op in eigen land. Vorpsi richt haar pijlen niet alleen op het communisme, maar de Albanese samenleving in het algemeen en met name het verstikkende patriarchale karakter van de samenleving. ‘Als de echtgenoot weg is voor zaken of in de gevangenis zit, zegt men tegen zijn vrouw dat ze zichzelf van onderen maar beter gedeeltelijk kan dichtnaaien, om hem ervan te overtuigen dat ze op hem gewacht heeft, en alleen op hem, en dat zijn smartelijke afwezigheid de ruimte tussen haar benen verkleind heeft (in dit land hebben echtgenoten een zeer fijne neus voor wat van hen is).’


De maatschappelijke positie van vrouwen laat in bepaalde gebieden van Albanië nog steeds te wensen over, blijkt uit een gesprek met Inez Laskaj, directrice van AWEN (Albanian Women Empowerment Network), dat werd opgericht in 2009 ‘De feministische beweging in Albanië miste een stem’. Het kantoor is gevestigd in het centrum van hoofdstad Tirana, van waaruit ze negen projecten aanstuurt door het gehele land. ‘We proberen zoveel mogelijk lokaal te werken. We krijgen onder meer te maken met gevallen van huiselijk geweld en vrouwenhandel. De situatie is met name op het platteland vrij ernstig, de samenleving heeft daar nog een sterk patriarchaal karakter. In situaties van huiselijk geweld wordt er bijvoorbeeld sociale druk uitgeoefend op de slachtoffers: ze worden verteld dat ze schaamte over de familie heen zouden brengen wanneer ze aangifte doen.’

‘Reine bloem’

‘Het probleem ligt niet bij de wetten van ons land, die zijn goed en progressief, ook met oog op samenwerking met de EU. De implementatie ervan is vooral erg lastig. Er is weinig kennis aanwezig over hoe om te gaan met dit soort gevallen van geweld tegen vrouwen en andere vrouwonvriendelijke zaken. Op sommige plaatsen komen gender officers van de overheid, die zich specifiek met deze problematiek bezig houden. Wij verzorgen dan de training. Maar als er nieuwe verkiezingen zijn geweest, wordt het gehele ambtelijk apparaat gewisseld en kunnen we van voren af aan beginnen.’

Af en toe worden de media opgeschrikt door een extreem geval van geweld. ‘Vorig jaar is een meisje door haar vader vermoord. Ze studeerde in Tirana, ging daar uit en had een vriendje. Toen ze terugkwam in haar dorp is ze gedood door haar vader omdat ze schaamte over de familie had gebracht. Tijdens de rechtszaak verklaarde de vader dat “het zijn dochter niet meer was.”’ Een van Vorpsi’s wrange alinea’s schiet hier te binnen: ‘Hier moet een meisje zeer goed letten op haar “reine bloem”, want “een man wast zich met een stuk zeep en is weer als nieuw, terwijl een meisje zelfs met de zee niet schoongewassen kan worden!” De hele zee.’

Er bestaat ook een sterk verschil tussen stad en platteland. Waar de situatie in Tirana sterk vooruitgaat, blijft het platteland achter. ‘Albanië is niet alleen Tirana. De patriarchale mentaliteit laat zich daar maar lastig veranderen. We zitten nog steeds in een transitiefase, er is tijd en geduld nodig.’ Laskaj is ondanks alles hoopvol gestemd. ‘Ik heb veel zien veranderen. Maar in Albanië gaan dat soort dingen langzaam, en mentaliteit is een van de dingen die het langzaamst verandert. Momenteel hebben we veel bereikt: maar we staan nog steeds voor grote uitdagingen.’ De bunkers uit Vorpsi’s jeugd zijn al aan het verweren. Hopelijk zijn de andere elementen van haar roman hetzelfde lot beschoren.