Ineens kleurde groen Noord turquoise

Blauwe flitsen in Noord: dit jaar waren het er meer dan ooit. Dankzij een stadsecoloog en vrijwilligers werd Noord ineens een walhalla voor de ijsvogel.

„Geweldig hè. De dag is nu al geslaagd.” Hij straalt, Fred Haaijen (58), als hij zijn kijker laat zakken en een high five geeft. Nog maar net op pad, en nu al een ijsvogel. Zojuist scheerde het felblauw over het water van een kleine plas naast een appartementencomplex in Noord.

De ijsvogel staat nog steeds te boek als „uiterst schaarse broedvogel” – de meeste mensen hebben er nog nooit één gezien. Maar in stadsdeel Noord is de kans oog in oog te staan met wat door velen als de mooiste vogel van Nederland wordt beschouwd, aanmerkelijk groter.

Dat is mede te danken aan Haaijen. Van de stadsecologen werkzaam bij stadsdeel Noord is hij dé ijsvogelman. Hoogstpersoonlijk zorgde hij voor vele ‘ijsvogelwandjes’ her in der in dit – toch al – groenste stadsdeel van de stad. Met vrijwilligers worden op geschikte plekken stukken oeverwand recht afgestoken, in de hoop dat een ijsvogel zijn oog erop laat vallen. IJsvogels broeden in een door henzelf gegraven holletje, bereikbaar door een gang van ongeveer een meter lang (niet geheel toevallig net iets langer dan de snavel van een reiger). Wat ook goed werkt: de enorme kluit van een boom, als deze op zijn kant ligt. Als Haaijen hoort dat ergens bomen moeten wijken kijkt hij of er niet een kan blijven liggen. „Gewoon omtrekken.” Of anders even met een shovel verplaatsen naar een locatie elders. Veel meer dan de kluit overdwars neerleggen hoeft er immers niet te gebeuren. Als hij maar op de goede plek ligt, aan helder water met overhangende takken: dan komt het –„niet altijd natuurlijk, maar wel vaak” vanzelf goed. Afgelopen maart nog: „Er moesten twee bomen weg voor een brug. Ik stelde voor ze om te trekken. Twee dagen later zat er ineens een holletje in. Ik dacht: geintje van mijn collega’s.” Maar twee dagen later zat er wel degelijk een ijsvogel, een mannetje. En vlak daarna ook een vrouwtje. „Dan word je zo gelukkig.” Hij is dan ook bepaald niet rouwig als een fikse storm een aantal grote bomen velt. Grote kans dat er na een tijdje ineens een blauwe flits wordt gesignaleerd.

Magisch

Want daar gaat het om, dat is de reden dat veel mensen lyrisch worden als ze (soms na jaren geduld betrachten) een ijsvogel zien: dat lichtblauw, turquoise eigenlijk, fluorescerend oplichtend, zeker als ook de zon nog eens op hun rug schijnt. „Er is niets mooiers”, zegt Haaijen. Nog altijd springt zijn hart op als hij er een ziet, ook al ziet hij ze nu vrijwel dagelijks. „Het blijft magisch.”

In 2004 werd in Amsterdam-Noord de eerste ijsvogel gespot, en dat werden er gestaag meer. De langdurige, strenge vorstperiode in 2012 zorgde echter voor een ware slachting – in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden sterft de ijsvogel de hongerdood als alle sloten en beken dichtgevroren zijn – maar dankzij een paar recente milde winters op rij kon de gedecimeerde stand zich snel herstellen. Dat geldt voor heel Nederland, maar in Amsterdam, en dan vooral Noord, valt het extra op – met dank aan de vele extra plekken die Haaijen creëerde. „Op dit moment zitten er 14 broedpaartjes in Noord. Ik verwacht dat we met honderd ijsvogels de winter in gaan.” Hij zegt het met een brede lach.

Als hij in waadpak in een diepe sloot op begraafplaats De Nieuwe Noorder constateert dat diep verscholen in het holletje van de kleiwand zoals hij al vermoedde inderdaad een ijsvogel zit te broeden, volgt weer een juichkreet. De allereerste ijsvogel van Amsterdam zat ook hier, vertelt hij. Deze begraafplaats geeft veel ruimte aan de natuur en het is er altijd rustig; een „ideale plek” voor het schuwe vogeltje. Inmiddels heeft De Nieuwe Noorder de ijsvogel zelfs in haar logo verwerkt.

Hij roemt de vrijwilligers, die soms in de stromende regen in het water staan om ijsvogelwandjes te maken. In februari dit jaar zijn veel wanden met hun hulp opgeknapt. En in de winter helpen zij zoveel mogelijk ijsvogels door vorstperiodes heen door wakken open te houden. Leerlingen van het Clusius College werken mee met natuurprojecten in Noord en dus ook die voor de ijsvogels; zij hebben de ijsvogelwand in het Florawand geadopteerd.

Wanneer bij de laatste stop op de route – een onlangs aangelegd wandje op volkstuincomplex Rust en Vreugd – een ijsvogel vanuit een boom diverse malen het water induikt en met een visje weer opvliegt, kan Haaijen zijn geluk niet op. „Wat een topdag!” Als diezelfde ijsvogel vervolgens ook nog vlakbij op een paal komt zitten om daarop een visje dood te slaan, om dan weer terug te vliegen met de zon op zijn felblauwe rug, stijgt hij bijna op. Hij besluit meteen daarna weg te gaan. „Hier komt niets meer overheen.”