Genie noch monster

Nu nog voeren historici een woordenstrijd over de betekenis van deze rijkskanselier in de Duitse geschiedenis. Baande hij de weg voor Hitler of temperde hij Duitse ambities?

De IJzeren Kanselier Otto von Bismarck kon iedereen onder tafel drinken Foto Hollandse Hoogte

In zijn herinneringen beschrijft Christoph von Tiedemann, oud-chef van de Rijkskanselarij, hoe hij rond 1880 samen met historicus Heinrich von Sybel door Bismarck werd uitgenodigd om in diens werkkamer een borrel te komen drinken. De rijkskanselier, die zich erop beroemde dat hij iedereen ‘met vriendelijke koelbloedigheid onder tafel kon drinken’, merkte op zeker moment dat zijn gasten ongedurig op hun stoel zaten te schuiven. Hij zei dat ze zich gerust konden terugtrekken in zijn slaapkamer, waar beiden onder een reusachtig bed twee enorme po’s aantroffen. Terwijl ze opgelucht hun blaas ledigden, zei Sybel: ‘Echt werkelijk alles is groot aan deze man, zelfs de str…’

Deze anekdote is veelzeggend. Voor generaties Duitsers was Otto von Bismarck (1818-1898) een legendarische figuur, die de Duitse natiestaat had gesticht en in feite de vader des vaderlands was. Na 1945 wilde men hem echter het liefst op de mesthoop van de geschiedenis werpen. Bismarck zou een reactionaire anti-democraat zijn geweest, een militaristische nationalist die Duitsland van de weg naar een democratische samenleving had geleid en op een Sonderweg had gevoerd die uitkwam bij de Eerste Wereldoorlog en Hitler. Had hij immers niet gezegd dat ‘de grote vragen van deze tijd niet door redevoeringen en meerderheidsbesluiten worden beslist, maar door bloed en ijzer’? Dat klopt, maar toen hij deze uitspraak deed, nog geen week na zijn benoeming tot minister-president van Pruisen in 1862, stak er zo’n storm van protest op dat koning Wilhelm I hem bijna weer ontslagen had.

Grootspraak, sarcasme en verbaal geweld waren Bismarck niet vreemd, maar tegelijkertijd begreep hij dat je de meeste problemen subtieler moest aanpakken. Onder zijn leiding voerde Pruisen tussen 1864 en 1871 weliswaar drie oorlogen, die tot vorming van het keizerrijk leidden, maar hierna deed hij alles om het machtsevenwicht in Europa te bewaren en benadrukte hij dat Duitsland ‘verzadigd’ was.

Held of demon

Was Bismarck nu een held of een demon, een geniaal politicus of de wegbereider van de nazi’s? Behalve over Hitler is over geen Duitse politicus zoveel geschreven als over hem. De herdenking van zijn 200ste geboortedag, in april, was aanleiding voor een nieuwe golf titels en herdrukken. Na de biografieën van Lothar Gall (1980) en Otto Pflanze (1997-’98), en uitputtende studies over Duitsland in de tweede helft van de 19de eeuw van Thomas Nipperdey en Hans-Ulrich Wehler, voegen de recent verschenen boeken amper nieuwe feiten toe. De strijd om de interpretatie van die feiten woedt echter voort.

Johannes Willms, wiens biografie al in 1997 verscheen, bekijkt Bismarck vanuit het perspectief van de eerste helft van de 20ste eeuw en ziet in de ‘IJzeren Kanselier’ vooral de man die de weg heeft gebaand voor Hitler. Volgens hem was Bismarck verantwoordelijk voor het ‘anti-parlementarisme en het geloof in een charismatische Führergestalt, die geroepen was om in zijn eentje een antwoord te geven op alle problemen waarmee het land geconfronteerd werd.’ Bovendien onderdrukte Bismarck de katholieken en socialisten, en voerde hij een agressieve buitenlandse politiek die Duitsland alleen vijanden opleverde.

Hans-Christof Kraus is in zijn biografie evenmin blind voor de negatieve kanten van Bismarck. De belangen van de Pruisische adel stonden bij de kanselier wel erg voorop, zijn veelgeroemde pragmatisme was niet zelden onversneden opportunisme, en zijn bestrijding van katholieken en socialisten werkte averechts. Niettemin is zijn oordeel tamelijk positief. Om de socialisten de wind uit de zeilen te nemen kwam hij met unieke sociale wetgeving. Zodoende legde hij de grondslag voor de Duitse verzorgingsstaat. Bovendien was Bismarcks politiek na 1871 gericht op het bewaren van de vrede, en ging Duitsland pas na zijn ontslag door keizer Wilhelm II, in 1890, een gevaarlijke koers varen. Maar vóór alles waardeert Kraus hem als de man van de Duitse eenheid.

In de beste biografie in de jongste Bismarck-Welle nuanceert Christoph Nonn de rol die Bismarck speelde heel sterk. Door Bismarck en Duitsland te benaderen vanuit een Europees perspectief laat hij zien dat de Duitse eenwording niet het werk van één man was. Evenals bij de Duitse hereniging van 1990 waren de omstandigheden heel gunstig, en bovendien werden in de 19de eeuw overal natiestaten gesticht.

Brits model

Nonn nuanceert de verdiensten van Bismarck, maar ook de kritiek op hem. Bismarck is veelal afgeschilderd als de man die ongeveer eigenhandig heeft verhinderd dat Duitsland zich ontwikkelde tot een burgerlijke, liberale, democratische en vredelievende samenleving naar Brits model. Nonn wijst er nu op dat dit ideale model alleen bestond in de hoofden van Bismarcks critici. Groot-Brittannië werd anno 1860 nog altijd gedomineerd door de aristocratie en was allesbehalve democratisch en pacifistisch. Bovendien waren de Duitse liberalen, buitenspel gezet door Bismarck, nog oorlogszuchtiger en nationalistischer dan de conservatieven, en drongen vooral zij sterk aan op de annexatie van Elzas en Lotharingen.

Bismarck was geen genie, maar ook geen monster, concludeert Nonn. Eerder was hij een begaafd diplomaat, met een scherp oog voor binnenlandse krachtsverhoudingen. De kanselier maakte geregeld ernstige fouten, maar wist die meestal recht te buigen. Bovendien had hij een goede neus voor de kansen die de ontwikkelingen hem boden. Hij was behept met alle vooroordelen van zijn klasse – de Pruisische landadel – maar was niet te beroerd om compromissen te sluiten. Een democraat was hij inderdaad niet, maar Nonn wijst er terecht op dat zeker vóór de Eerste Wereldoorlog de meeste Duitsers niets voelden voor een parlementaire democratie. En daarna duurde dat ook nog een tijdje.

    • Rob Hartmans