Geitenkop of biltong: Schell heeft het allemaal

Er zijn weinig Nederlandse winkelstraten die er na een grondige opknapbeurt tóch in slagen hun eigen, onopgepoetste karakter te behouden. Aan de meeste blijf je daarna nog jaren zien dat hun make-over door al te keurige en rigide stadsverfraaiers werd bedacht. Op de West-Kruiskade is daarvan gelukkig geen sprake. De upgrade van de straat is voltooid . De ‘alliantie’ van ambtenaren, buurtwerkers en ondernemers die er de regie over voerde, lijkt in haar missie geslaagd.

Gehosseld wordt er op de West-Kruiskade niet of nauwelijks meer. En ook de dreigende sfeer die er in het verleden om andere redenen nog wel eens kon hangen, is verdwenen. Maar verder is het nog altijd de eigenzinnigste en meest spicy ‘shoppingboulevard’ (vooruit maar) die Rotterdam rijk is. De multicultureelste straat van de stad ook. Binnen een paar honderd meter vind je nergens anders zo veel toko’s, Aziatische en oriëntaalse supers, warungs, dim sum- en noedeltenten en andere niet-westerse eethuizen en speciaalzaken.

Minstens zo gezichtsbepalend op de West-Kruiskade is en blijft natuurlijk de ‘Hollandse’ slagerij Schell. De winkel geldt terecht als een attractie op zich tijdens de culinaire wandeltours die tegenwoordig de straat aan doen. Schell werd opgericht in 1796, maar aan die eerbiedwaardige leeftijd ontleent de zaak haar landelijke faam niet. Wél aan het feit dat het ongekend veelzijdige assortiment dat Freek Schell (48), telg van de zevende generatie, er in zijn vitrines en aan zijn vleeshaken heeft.

Freek Schell, al sinds jaar en dag lid van Slow Food, is altijd een overtuigd aanhanger geweest van het ‘van-kop-tot-staart’-principe, wat erop neerkomt dat hij alle delen van een dier verwerkt. Zijn klanten zijn ook niet anders gewend. Varkensoren, gezouten knar, looppoten, stoba, omloop, biltong, geitenkop en -longen, fa tjong en chu tjin: bij Schell weten ze wat thuis de pot schaft bij Surinamers, Antillianen, Portugezen, Spanjaarden, Kaapverdianen, Indonesiërs en Chinezen.

De winkelmedewerkers zelf komen ook uit alle windstreken, zodat klanten desgewenst in hun eigen taal kunnen worden geholpen. Letterlijk, want in elke etnische keuken wordt een varken, rund, konijn, geit of kip volstrekt anders voorbewerkt, gekruid en op tafel gezet.

Voor veel deelnemers aan een culinaire tocht en andere nieuwkomers op de West-Kruiskade is een bezoek aan Schell al een avontuur op zich. „Mensen staan hier altijd met open mond te kijken”, lacht Freek Schell. Tegelijkertijd constateert hij dat óók de blanke thuiskok zijn of haar weg naar de winkel beter weet te vinden. De verklaring daarvoor ligt voor de hand, meent de slager: „Steeds meer Nederlanders-van-origine ontdekken dat er veel smakelijker en ook betaalbaarder vlees te koop is dan dat ene fileetje uit de supermarkt. In andere culturen weten ze dat alláng.”

    • Wim de Jong