Geen popconcert, maar parodie

Concert van Hans Teeuwen & The Painkillers. Foto Greet Druyts

De popzanger huilt, lacht, schreeuwt, verleidt, en wil dat het publiek hem gelooft. De cabaretier scheldt, schimpt, vleit, daagt uit en wil dat het publiek hem niet gelooft. Als de cabaretier popzanger wordt, wat gebeurt er dan? Dat bleek gisteravond bij het concert van Hans Teeuwen & The Painkillers, in Paard van Troje, Den Haag.

Teeuwen heeft in het verleden opgetreden met jazz-repertoire, en eigen versies van nummers van Frank Sinatra, begeleid door saxofonist Benjamin Herman, gitarist Jesse van Ruller en andere jazzmuzikanten. Op zijn pas verschenen cd Popstukken, gemaakt met dezelfde muzikanten, is hij naar eigen zeggen popzanger, met Nederlandse teksten. Toen Teeuwen Sinatra-repertoire zong, speelde hij de Sinatra-rol lenig. Welke rol speelt een popzanger? Bij voorkeur natuurlijk zichzelf. Of dan in ieder geval een versie van zichzelf waar het publiek in kan geloven.

Zoals in Paard van Troje bleek, wordt Teeuwens performance bepaald door zijn idioom. Toen dat idioom ‘Sinatra’ was, was Teeuwen cool en zoetgevooisd. In de nieuwe, als popliedjes bedoelde nummers is de toon eerder kolderiek. De nummers Poppendokter Bob, Benny & Gisèle en Doe Het Nou zijn grappig bedoelde woordstromen. Ze zouden makkelijk in een Teeuwen-conference passen maar zijn eerder verhalend van aard dan dat ze de flair van een poptekst hebben.

Ook de muziek ontbeert de gehoopte popkwaliteit. Popmuziek is liefst pakkend, maf, of speels. Maar de instrumentaties op Popstukken klinken hoempa-achtig, en een liedje over zomer (Zonder Jas) met een reggaeritme is al veel vaker gedaan. Op het podium van Paard van Troje stonden de vijf muzikanten en Teeuwen zelf, in dezelfde nette pakken als tijdens de jazztour. Het zag er serieus uit, maar Teeuwens zang is hier, net als de teksten, ironisch. Met elke lettergreep maakt hij duidelijk dat we hem als popzanger niet hoeven geloven.

Soms was een nummer grappig, bijvoorbeeld het oude Dat Dan Weer Wel, en ook bij Broodje Worst werd meegezongen in de zaal. Maar het grootste deel van de liedjes klonk ongemakkelijk, met een zanger die niet zingt wat hij gelooft en niet gelooft wat hij zingt. Met muziek die geen popmuziek is levert dat een concert op, dat geen popconcert is maar een parodie.

    • Hester Carvalho