Een eiland, een oude man en een naakt meisje

Wat is liefde? Psychiater Robert Hendricks beschouwt het als een storing van het zenuwstelsel. Eén keer heeft hij liefgehad, toen hij als soldaat in de Tweede Wereldoorlog in Italië vocht. Maar de Italiaanse Luisa kon zich niet aan hem binden, en sindsdien is het tussen Hendricks en de liefde nooit meer goed gekomen.

In het begin van Sebastian Faulks’ nieuwe roman, Where My Heart Used To Beat ( in januari verschijnt de vertaling bij Prometheus), is het 1980. Hendricks is inmiddels een man van middelbare leeftijd. Alexander Pereira, een hoogbejaarde neuroloog, nodigt hem uit om langs te komen op een eilandje voor de Zuid-Franse kust. Pereira heeft in de Eerste Wereldoorlog met Hendricks vader gediend. Hendricks heeft die vader nooit gekend en spoedt zich naar het eilandje om meer over zijn verwekker te weten te komen. Het is een klassieke, bijna mythologische setting, dat eiland met die oeroude man, een zwijgzame huishoudster en het mysterieuze naakte meisje dat voor de kust naar zee-egels duikt. Uiteindelijk zijn er drie bezoeken voor nodig voor Hendricks alle informatie loskrijgt waarover de oude man beschikt. Ondertussen heeft hij grote delen van zijn verleden herbeleefd, waarbij hij zich ontpopt als een behoorlijk onbetrouwbare en getraumatiseerde verteller. Een van de thema’s van de roman is dan ook de werking van het geheugen en de oorzaken van waanzin, iets waarmee zowel Hendricks als Pereira zich beroepsmatig heeft beziggehouden. De vele mensen die Hendricks herinneringen bevolken, zijn moeilijk uit elkaar te houden, maar dat weerspiegelt de afstandelijkheid waarmee Hendricks in het leven staat. Niet alleen over de liefde is hij zijn illusies kwijtgeraakt. Hij beschouwt de mens, het enige dier dat zich van zijn sterfelijkheid bewust is, als een aberratie van de evolutie, en de twintigste eeuw als ‘een psychotische eeuw’ waarmee het na het bloedbad van de Eerste Wereldoorlog nooit meer is goed gekomen. Toch eindigt de roman niet in mineur. Uiteindelijk lijkt Hendricks, door zich op zijn werk te concentreren, zich enigszins met zijn bestaan te verzoenen.

Faulks doet een grote greep. Hij probeert zowel de mens als een tijdperk te duiden. Als de ambachtelijke vakman die hij is, schrijft hij soepel, zonder toeters en bellen. Wel zijn de overgangen tussen heden en verleden soms wat houterig, en als het over liefde gaat, vervalt hij in clichés. Wat dat betreft is het maar goed dat Hendricks niet zoveel liefde heeft gekend.

    • Rob van Essen