De titel hoort bij het zwarte shirt

Titelverdediger Nieuw-Zeeland is torenhoog favoriet bij het WK in Engeland en Wales, dat vandaag begint.

Kieran Read (hoog in de lucht) van de All Blacks in duel met Schalk Burger van Zuid-Afrika tijdens een wedstrijd eind juli. Foto NIC BOTHMA/EPA

Leuk was het niet, toen Nieuw-Zeeland eerder dit jaar de finale van het WK cricket verloor – van Australië nog wel. Maar een enorme schok was het ook niet. Het nationale sentiment is radicaal anders op het WK rugby dat vanavond in Londen begint. Met minder dan de wereldtitel neemt Nieuw-Zeeland nu geen genoegen.

De All Blacks, of, zoals ze zelf graag zeggen: de Mighty All Blacks. Regerend wereldkampioen en al zes jaar nummer één op de wereldranglijst. Alleen al de naam jaagt tegenstanders angst aan, net als dat magische zwarte shirt en de haka, de rituele krijgsdans die voor elk duel wordt opgevoerd. Symbolen van een rugbycultuur die nergens ter wereld zo diep in de ziel zit als in Nieuw-Zeeland.

Zondag trappen ze af op Wembley voor hun openingswedstrijd tegen Argentinië – geen kinderachtige tegenstander. Maar de All Blacks zijn altijd favoriet, waar ze ook komen. Ze verloren nog nooit een groepsduel op een WK. Zoals ijshockey van de Canadezen is, basketbal van de Amerikanen, tafeltennis van de Chinezen, schaatsen van de Nederlanders – zo hoort rugby bij Nieuw-Zeeland.

Het land ademt rugby, eet rugby, droomt rugby. Niet voor niets berichtte de New Zealand Herald deze week wat de All Blacks te eten krijgen in hun hotel aan de Theems. Nieuw-Zeelanders willen het weten. Misschien niet zo vreemd in een land waar zelfs schoolrugby live op televisie wordt uitgezonden. Waar cricketers hun warming-up doen met een rugbybal. Waar in de weekeinden duizenden mensen vechten om een ovalen bal in de parken van Auckland, Christchurch of Rotorua.

Met 4,5 miljoen inwoners is Nieuw-Zeeland klein, en het spelersbestand van 150.000 – ruim de helft jonger dan 12 jaar, de Small Blacks – is een fractie van de 2 miljoen in Groot-Brittannië. En toch is hun dominantie ongekend, zeker de laatste jaren. Sinds Nieuw-Zeeland in 2011 wereldkampioen werd, thuis op Eden Park in Auckland, won de ploeg 89 procent van zijn duels. Sinds het begin van hun internationale rugbygeschiedenis, in 1903 in Australië, komen de All Blacks uit op een winstpercentage van 76. In al die 112 jaren wonnen erkende rugbylanden als Ierland en Schotland nooit van Nieuw-Zeeland, Wales lukte het voor het laatst in 1953.

Sterkste team uit de geschiedenis

Op basis van de cijfers is de huidige ploeg het sterkste rugbyteam uit de geschiedenis. Nog even, want voor een aantal sterren betekent het WK in Engeland en Wales het eindpunt van een imposante zegetocht. Vooral het afscheid van twee iconen zal zwaar vallen: aanvoerder Richie McCaw (34), met 142 caps, misschien wel de beste speler ooit; en Daniel Carter (33), met 1.516 punten internationaal topscorer aller tijden. Zij willen nog een keer bewijzen dat de All Blacks de beste zijn, op dit wereldkampioenschap.

Want daar ging het nog wel eens mis, in de loop der jaren. Van de zeven WK’s won Nieuw-Zeeland er slechts twee, in 1987 en 2011, allebei in eigen land. Vier jaar geleden ging het in een uiterst moeizame WK-finale maar net goed, in Auckland tegen Frankrijk (8-7). Bij de andere faalden de All Blacks te vaak in de knock-outfase – ze werden chokers genoemd, sporters die verlammen als de prijzen worden verdeeld.

Verliezen is een hel voor de All Blacks, merkte Sir Colin Meads, in 1999 uitgeroepen tot beste speler van de twintigste eeuw in zijn land. „Als wij verloren was het een nationale tragedie, een ramp”, zei hij eens. „Als je thuis kwam werd je niet uitgescholden, je werd afgebrand. Onze motivatie lag in angst. Niet angst om te verliezen, maar om je land te laten zitten.”

Het team speelt al vanaf hun beginjaren een belangrijke rol bij de vorming van het nationale bewustzijn, zei de Nieuw-Zeelandse historicus Jock Phillips vorig week in The Guardian. In 1905 wonnen zij tijdens hun eerste toernee in Amerika en Europa liefst 34 van de 35 wedstrijden.

Kleine broertje

Dat gevoel van onoverwinnelijkheid betekende alles in het afgelegen land, altijd het kleine broertje ten opzichte van Groot-Brittannië en buurland Australië. „Nieuw-Zeeland heeft zich altijd – nog steeds – onzeker gevoeld over zijn plaats in de wereld”, zei Phillips. „We hebben altijd een bepaalde angst dat we over de rand vallen, dat we niet echt meetellen.” Of, zoals oud-bondscoach Sir Graham Henry zegt in dezelfde krant: „Dit land heeft respect gekregen van de rest van de wereld voor drie dingen: wat we hebben gedaan in beide wereldoorlogen, en in mindere mate wat we hebben gedaan op het rugbyveld.”

Nog steeds is de sport een belangrijk bindmiddel in het land, tussen de verschillende bevolkingsgroepen, de Maori’s, de blanke Nieuw-Zeelanders en de Pacific Islanders, de emigranten van eilandengroepen als Samoa, Tonga en Fiji die in de loop van de jaren tot het team doordrongen. Zij maakten van de All Blacks een onoverwinnelijke machine, fysiek sterk, gedisciplineerd, technisch en tactisch superieur aan de rest. Met het zwarte shirt als „wapen”, zoals fly-half Carter het noemt. Of Richie McCaw: „Je trekt iets aan dat groter is dan jijzelf.”

Het shirt – binnenkort onderwerp van de speciale televisiedocumentaire The Making Of Black – vertegenwoordigt het collectieve gevoel van de rijke rugbygeschiedenis van Nieuw-Zeeland. Maar de druk zal enorm zijn, tijdens het WK. Alles minder dan het winnen van de Webb Ellis Cup, op 31 oktober op Twickenham, zal een deceptie zijn in Nieuw-Zeeland. „Natuurlijk is het soms moeilijk om met die verwachtingen om te gaan”, zei 88-voudig international Conrad Smith deze week tegen de BBC. „Maar je moet het omarmen, het is goed zolang je het op de juiste manier gebruikt. Daarom wilde je bij de All Blacks spelen, omdat iedereen van dit team houdt.”

    • Rob Schoof