De knip- en plak generatie

In de fotografie gebeurt nu wat al gebruikelijk is in popmuziek en schilderkunst: het is één grote remix. Dat zie je terug tijdens fotografiebeurs Unseen, die vandaag start in Amsterdam.

Ruth van Beek, The Levitators 2.

Is dit nog een foto? De liefhebber van klassieke fotografie, die graag kijkt naar mooi ingelijste vintage afdrukken op barietpapier, zal op Unseen regelmatig van de ene verbazing in de andere vallen. De Amsterdamse beurs voor hedendaagse fotografie laat steevast de nieuwste ontwikkelingen in het fotografische veld zien. En dit jaar valt op dat de nieuwe generatie kunstenaars de grenzen van het medium behoorlijk oprekt of zelfs simpelweg negeert.

Hoezo zou een foto plat moeten zijn? Je kunt hem ook afdrukken op een sculptuur of een glasplaat, zoals Anouk Kruithof doet. En waarom zou een foto rechthoekig moeten zijn? Je kunt hem ook in iedere gewenste vorm knippen, er een gat in ponsen en hem aan een takje aan de muur hangen, zo bewijst Rachel de Joode.

De fotografie van nu is één grote remix. Stockfoto’s of gevonden amateurbeelden worden opgeknipt en tot collages verwerkt. Bestaande foto’s worden overgeschilderd en vervolgens gefotografeerd. Reclamefoto’s worden ontleed en met photoshop opnieuw in elkaar gezet. Er wordt eindeloos gesampled, geknipt en geplakt met historisch materiaal. In de fotografiewereld gebeurt nu wat in de popmuziek of in de schilderkunst al jaren gebruikelijk is: er wordt teruggegrepen op de eigen geschiedenis. Fotografie gaat minder over de wereld om ons heen en steeds meer over het medium zelf.

Marcel Feil, artistiek adjunct-directeur van fotografiemuseum Foam (samen met Platform A en Creative Agency Vandejong een van de initiatiefnemers van Unseen), beaamt die trend: „Er zijn deze editie inderdaad opvallend veel kunstenaars die de grenzen van fotografie opzoeken. Die grenzen bestaan nog wel – er zijn nog steeds fotografen die zonder al te veel kunstgrepen een beeld vastleggen en afdrukken. Maar vooral jonge kunstenaars hebben vaak een kritische blik op het medium. Hun houding is heel onderzoekend. Wat is nog de relevantie van fotografie? Hoe kan het medium gebruikt worden?” Verwacht van deze nieuwe generatie dus geen duidelijke stellingnames of eenduidige beelden. Hun werk is vaak behoorlijk conceptueel, hun beelden zijn vluchtig en ongrijpbaar.

Eindeloos recyclen

Het medium fotografie lijkt daarmee in niets meer op de techniek die bijna twee eeuwen geleden werd uitgevonden. Feil: „Bij klassieke fotografie gaat het om tactiliteit, om de chemie, de papiersoort, het vintage karakter. Die oude foto’s zijn objecten die je kunt verzamelen. Bij veel hedendaagse fotografie zie je dat het beeld losgeweekt is van de drager: foto’s kunnen op alle mogelijke manieren opgeslagen en verspreid worden. Nu gaat het veel meer over het proces: hoe beelden eindeloos gerecycled en gecirculeerd kunnen worden. Natuurlijk kun je beelden ook nog steeds afdrukken op papier. Maar dat is iets wat vooral voor de markt wordt gedaan.”

Anne de Vries, die behalve op Unseen ook tentoonstelt in Foam, heeft het over fotografie als „het vangen van stills in een computer”. Ook hij is meer bezig met uploaden dan met uitprinten, zegt hij. Zelf maakt hij gebruik van stockfotografie en reclamefoto’s, waarmee hij weer nieuwe beelden smeedt. Een haarscherp scheermesje, aerodynamische sneakers, druppels op een glad oppervlak: het zijn gelikte foto’s die een hightech sciencefictionwereld lijken te verbeelden. De Vries wil ermee laten zien hoe dit soort beelden grip hebben op ons leven - als begeerlijk object, maar ook als hulpmiddel. Want is een sportschoen niet eigenlijk een soort prothese die ons in staat stelt harder te lopen?

Anouk Kruithof, die naast haar deelname aan Unseen tevens een soloshow heeft bij de Amsterdamse galerie Boetzelaer/Nispen, maakte voor haar nieuwe serie #Evidence gebruik van foto’s die ze op Instagram vond – beelden van Amerikaanse bedrijven en overheidsinstanties. Haar werk omvat een soort Droste-effect van herfotografie. Ze liet zich namelijk ook inspireren door het fotoboek Evidence uit 1977, van kunstenaars Larry Sultan en Mike Mandel, die als een van de eersten het auteurschap van foto’s aan de kaak stelden. Kruithof ziet hen als de grondleggers van de conceptuele fotografie.

„Tegenwoordig is iedereen een piraat en zijn vragen over het toe-eigenen van een foto niet meer zo relevant als toen”, zegt ze. „Mij gaat het er meer om hoe die Amerikaanse organisaties de sociale media inzetten als propaganda.” Op de tentoonstelling is te zien hoe ze Instagramfoto’s van bijvoorbeeld de NASA bewust met Photoshop heeft gemanipuleerd om te laten zien hoe misleidend deze beelden zijn. Andere foto’s bewerkte ze met haarlak, waardoor ze schuilgaan achter een wazige laag. „We leven in een tijd waarin foto’s niet meer zijn te vertrouwen”, aldus Kruithof.

De manier waarop deze jonge beeldenmakers nieuwe werken maken uit bestaande bestanddelen is niet geheel nieuw. Ook de Dada-kunstenaars en de surrealisten maakten een kleine eeuw geleden al veelvuldig gebruik van collagetechnieken. Nieuw is dat het door de komst van het internet veel makkelijker is geworden beelden met elkaar te combineren.

Geen tijd voor de context

We zien in ons dagelijks leven voortdurend verbrokkelde flarden van beelden, zegt Marcel Feil. „En we hebben nauwelijks tijd om ons in de context van die beelden te verdiepen. Het fragmentarische werk dat je nu bij veel jonge fotografen ziet, is daar het resultaat van.”

Maar die digitale techniek heeft ook een keerzijde. Het maakt de hedendaagse fotografie vaak onpersoonlijker, anoniemer. Als tegenreactie zie je bij veel jonge kunstenaars nu weer een hang naar de ambachtelijke kant van de fotografie; er is behoefte aan een eigen handschrift.

Ook dat is goed op Unseen te zien: er wordt naar hartelust geknipt en gevouwen. De foto is dan slechts het eindresultaat van een intensief proces. De Poolse kunstenaar Bownik haalt eerst bloemen en planten blaadje voor blaadje uit elkaar, om ze vervolgens weer met plakbandjes in elkaar te zetten en die Frankenstein-achtige stillevens te fotograferen. De Zuid-Afrikaan Nico Krijno bouwt in zijn studio eerst ingewikkelde constructies van takjes, fruit of lapjes bontgekleurd textiel die hij daarna fotografeert, om uiteindelijk die noeste arbeid met Photoshop weer uit elkaar te trekken.

Je zou ze de knip- en plakgeneratie kunnen noemen, deze makers van conceptuele knutselfotografie. Oude en nieuwe technieken worden schaamteloos door elkaar heen gebruikt. Wat analoog was wordt digitaal gemaakt en andersom. „Kijk naar het werk van de Japanse kunstenaar Daisuke Yokota”, zegt Feil. „Zijn werk is een mengeling van hightech en lowtech middelen. Hij fotografeert bijvoorbeeld met films die allang over de houdbaarheidsdatum zijn. Vervolgens drukt hij die foto’s op traditionele wijze af in de doka, herfotografeert ze met een wegwerpcamera, om er tenslotte een digitale scan van te maken. Omdat hij daarbij niet altijd vat heeft op het proces, krijgt het het toeval weer een rol.”

Het grappige is: die foto’s van Yokota zien er heel rauw en vintage uit. Alsof ze in de Victoriaanse tijd gemaakt zijn in plaats van het digitale tijdperk. Alsof er in twee eeuwen fotografie niets gebeurd is.