De Heilige Schrift tevergeefs uitgelegd aan mijn hond

Ooit mocht Arnon Grunberg een Gouden Boekje maken, waarop hij koos voor een vervolg op Het koekemannetje. Grunbergs koekemannetje verscheen nooit – er zullen het arme mannetje wel de vreselijkste dingen zijn overkomen. Met het koekemannetje in gedachten begon ik aan Flipje in kabouterland, een ooit door de Betuwse confituregigant geweigerd verhaal van Fritzi Harmsen van Beek (1927-2009). Het was niet lieflijk en niet christelijk genoeg. Zou het Tielse fruitventje voor eeuwig de jam in gedraaid worden? Nee hoor: Fritzi’s Flipje is duizendmaal lieflijker dan welk Bijbelboek ook. Het schijnt dat de aanwezigheid van een ‘toverbos’ de steen des aanstoots was. Wel treedt een zekere Piep Muis op, die zo veel lijkt op Geronimo Stilton dat de erven Harmsen ten Beek een plagiaatproces kunnen beginnen.

Dat zou extra aandacht geven aan Stoeten ritseldingen, het Schrijversprentenboek over het wonderlijke werk van Harmsen van Beek, de levende legende die in de jaren vijftig met Remco Campert aan haar voeten van Villa Jagtlust een literair lustoord maakte. Ze schilderde op sigarettenpapier om Peter Vos van het roken te houden. ‘Het huisvrouwelijke ging bij Harmsen van Beek gemakkelijk over in kunst’, schrijft Maaike Meijer in het prachtboek – een karakterisering die zo mooi is dat we de zweem van belediging die er ook in zit maar even negeren. Elders staan zinnen die wel hadden gewonnen bij wat huisvrouwelijkheid, zoals: ‘Krijgen we de eigensoortigheid van haar kunstenaarschap wel goed in beeld als we haar „framen” vanuit het instituut poëzie’. Nu denk ik dat je maar zes regels van Harmsen van Beek hoeft te lezen om haar voorgoed te te ontframen, maar omdat Meijer wel een punt heeft, deze haiku in beeld:

Verder veel moois in het boek, dat hoort bij een tentoonstelling over Harmsen van Beek in het Letterkundig Museum. Het is allemaal van een superieure speelsheid die langzaam uit de Nederlandse literatuur verdwijnt. Voor je het weet is iedereen dood – behalve Remco Campert natuurlijk. 29 september is hij zelf aanwezig bij de ‘Ode aan Campert’ die de SLAA in Amsterdam organiseert, tevens de presentatie van zijn nieuwe bundel. Even gespiekt in de catalogus:

Eindelijk lag ik naast haar

ze wilde dat ik haar bezat

maar mijn lichaam taalde er niet naar

het was net als een gedicht

je moet het eigenlijk niet schrijven

wil je het behouden.

    • Arjen Fortuin