De Grieken gaan weer stemmen, maar Brussel bepaalt beleid

De Grieken gaan zondag voor de derde keer dit jaar stemmen. Ondanks de nek-aan-nekrace tussen het regerende linkse Syriza en de conservatieve ND lijken veel kiezers murw.

Alexis Tsipras, de leider van Syriza, ging maandag op tv in debat met zijn belangrijkste tegenspeler op rechts,Evangelos Meïmarakis, leider van ND. Foto’s Panayiotis Tzamaros/ AFp en Alexandros Avramidis/ Reuters

„Verkiezingen op 20 september? Balen, dan heb ik al een afspraak met mijn kapper”, grapte een vermoeide Griekse kiezer op Facebook. „Jongens, ik zie jullie over een paar weken wel weer bij de volgende stembusgang!”

Voor de derde keer dit jaar kunnen de Griekse kiezers zondag hun stem uitbrengen, maar erg enthousiast worden ze er niet van. Ze zijn murw geslagen, hebben niet het vertrouwen dat het veel uitmaakt voor hun dagelijks leven. En dat terwijl het spannend is. De afgelopen weken is in de peilingen een nek-aan-nekrace geweest tussen de regerende linkse partij Syriza, die in januari won met de belofte een streep te halen door het bezuinigingsbeleid maar bakzeil moest halen, en de conservatieve Nieuwe Democratie (ND). Volgens peilingen gisteren stonden Syriza en ND nagenoeg gelijk met elk ruim een kwart van de stemmen.

„Er is een erg intens gevoel van gebrek aan keuze in Griekenland”, zegt Angelos Chryssogelos, een Griekse analist van de Londense denktank Chatham House. Er zijn in programma en stijl grote verschillen tussen de twee grootste partijen. Maar het keurslijf voor de Griekse politiek is in Brussel zo strak aangetrokken, dat de ruimte voor eigen beleid buiten uitvoeren wat met de schuldeisers is afgesproken, beperkt is.

Syriza staat er slechter voor dan in januari. Bij de parlementsverkiezingen toen was de vraag of de partij een absolute zetelmeerderheid zou halen. Dat lukt net niet, premier Tsipras had een kleine coalitiepartner nodig en koos voor een partij die, hoewel nationalistisch rechts, net zo tegen de opdrachten uit Brussel was. Het referendum in juli, dat werd beleefd als een ja of nee tegen harde bezuinigingen, was een opsteker voor Tspiras: 61 procent steunde zijn oproep om nee te zeggen tegen het voorstel waartegen hij zelf in Brussel ja had gezegd. Verwarrend, maar het ging om de emotie, en die was met Tsipras.

Maar toen Tsipras, met als motto ik-ben-tegen-maar-ik-moet-wel, een aantal met Brussel afgesproken maatregelen door het parlement drukte, werd het een deel van zijn eigen partij te veel. Met oud-minister van Energie Panayiotis Lafazanis als aanvoerder en parlementsvoorzitter Zoe Konstantopoulou als vuurspugende pasionaria richtten de dissidenten een eigen partij op: Eenheid van het Volk.

In de peilingen blijkt de partij stemmen af te snoepen van Tsipras, die in januari nog ruim 36 procent haalde. „Eenheid van het Volk geldt als de echte ziel van het oorspronkelijke Syriza”, zegt George Pagoulatos, hoogleraar politieke economie aan de Athens Business University. „Zij zijn de erfgenamen van de nee-stem in het referendum. Ze hebben de duidelijkste agenda: Griekenland moet de euro uit.”

Hij verwacht niet dat de partij veel stemmen trekt. Lafazanis geldt als een verstokte communist en is zeker geen verfrissend nieuw gezicht. Tsipras blijft dat voor veel kiezers wel, ondanks zijn politieke slaloms rondom de bezuinigingen. De 41-jarige premier is charismatisch, een goed spreker, en, erg belangrijk: hij blijft gelden als integer, niet bezoedeld door corruptie.

Een brede coalitie?

Maandag ging Tsipras op tv in debat met zijn belangrijkste tegenspeler op rechts, Evangelos Meïmarakis, sinds deze zomer leider van ND. Erg fel was deze discussie niet. Commentatoren omschreven de opstelling van de twee partijleiders als defensief. De retoriek won het van de inhoud. „Ik denk dat beiden hebben verloren”, zei Stavros Theodorakis, de leider van de kleine centrumpartij To Potami.

Hij kan een sleutelrol spelen na de verkiezingen, net als de socialistische Pasok, die volgens analist Chryssogelos een opvallend goede campagne heeft gevoerd. Beide partijtjes staan op tegen de 5 procent in een peiling van gisteren.

Omdat zich niet een duidelijke winnaar aftekent, is er veel gespeculeerd op een brede coalitie. Tsipras heeft dat afgewezen omdat hij de verschillen te groot vindt. Een brede coalitie zou het gevaar van politieke instabiliteit wegnemen, nu veel van de ingrijpende maatregelen die met Europa zijn afgesproken en in principe zijn aanvaard, ook daadwerkelijk ten uitvoer moeten worden gebracht. In ruil krijgt Griekenland dan stapsgewijs het derde hulppakket van 86 miljard euro uitbetaald.

De vluchtelingencrisis speelde in de campagne geen grote rol. Veel Grieken hebben er maar zijdelings mee te maken: de vluchtelingen komen aan op een van de eilanden, reizen door naar Athene en gaan zo snel mogelijk weer verder. De vluchtelingencrisis leidt volgens de peilingen ook niet tot grote vooruitgang voor de neonazistische partij Gouden Dageraad. Die partij schommelt in de voorspellingen tussen de 6 en 9 procent (gisteren 6,2 procent), en blijft mogelijk de derde partij.

Analist Chryssogelos denkt dat Tsipras’ partij de grootste blijft. „De peilingen laten een nek-aan-nekrace zien, maar ik voorspel nog steeds dat Syriza uiteindelijk een duidelijke voorsprong zal hebben, rond de 3 procent misschien. Opiniepeilingen hebben de vorige keer ook het verschil tussen de twee partijen onderschat.”

Bonus

Toen Tsipras vorige maand vervroegde verkiezingen uitschreef, wilde hij daarmee vooral de dissidenten op links buitenspel zetten. Hij hoopte zijn populariteit te vertalen in op z’n minst zetelbehoud voor Syriza en ervoor te zorgen dat de neuzen in zijn partij meer zijn kant op zouden gaan staan.

Dat zetelbehoud is volgens de peilingen erg onwaarschijnlijk geworden. Zijn coalitiepartner van januari, de Onafhankelijke Grieken, heeft moeite de kiesdrempel van 3 procent te halen. De recessie houdt aan, er gelden nog steeds beperkingen voor het kapitaalverkeer.

Tsipras’ hoofddoel is zondag dat Syriza de grootste partij blijft. Want in het Griekse bestel krijgt die hoe dan ook een bonus van vijftig zetels, op een totaal van driehonderd. Daarmee is de grootste partij in de praktijk zeker van regeringsmacht. Daarom is de eerste vraag voor Syriza en Nieuwe Democratie zondagavond niet hoeveel stemmen ze hebben gekregen, maar of het meer is dan de ander.

    • Marloes de Koning
    • Marc Leijendekker