Wat Ahmed S. zei schreven de agenten selectief op

Had hij het veel over Syrië? Of soms? Er zijn belangrijke verschillen tussen de schriftelijke verslagen van de verhoren van een jihadverdachte en de letterlijke tekst.

Als Ahmed twee uur lang is doorgezaagd over wat hij weet van de jihadverdachten, vinden de twee rechercheurs het mooi geweest. Tijd voor pauze. Ahmed verlaat de kamer. De bandrecorder blijft ongemerkt doorlopen.

„Qua verdenking gaan we niet heel veel verder komen, omdat hij geen concrete dingen weet”, verzuchten de rechercheurs. „Hij kan geen concrete uitspraken geven waar we iets mee kunnen, toch?” De rechercheurs spreken af Ahmed na de pauze nogmaals te ondervragen over wat de verdachten tegen hem hebben gezegd over de jihad in Syrië. „Dat moeten we echt uitmelken hoor”, zegt de rechercheur tegen zijn collega. „Dit is een van de weinige kansen die we hebben.”

Ahmed S. is de enige ‘spijtoptant’ uit een groep Haagse jihadverdachten tegen wie momenteel een proces wordt gevoerd. De 22-jarige Marokkaanse Nederlander was bevriend met de groep, tot hij in januari 2014 een voor hen belastende verklaring aflegde bij de politie. Hij zei dat ze hem hebben „gehersenspoeld”. Zijn vrienden zouden veelvuldig over de jihad spreken en hem jihadfilmpjes hebben laten zien. Die verklaring speelt nu een cruciale rol in het proces. Vandaag wordt Ahmed door de rechter als getuige gehoord.

Wat heeft hij echt gezegd?

Maar wat heeft Ahmed écht gezegd tegen de politie? Daarover is verwarring ontstaan. Volgens advocaten heeft de politie geknoeid met het verhoor. Het proces-verbaal dat in het strafdossier terecht is gekomen, zou niet overeenkomen met wat er werkelijk is gezegd. Op meerdere punten zou de politie zaken hebben weggelaten of verdraaid in het nadeel van de verdachten. Justitie heeft de bandopname van het verhoor inmiddels woordelijk laten uitwerken. De stukken zijn door deze krant ingezien. Wat blijkt bij vergelijking van beide versies: er zitten ogenschijnlijk kleine, maar niet onbelangrijke verschillen tussen wat Ahmed verklaarde en wat de politie ervan heeft gemaakt.

Een voorbeeld van zo’n subtiel verschil is wat Ahmed over ronselverdachte Oussama C. verklaart. „Hij praat veel over Syrië”, noteert de politie uit Ahmeds mond. In werkelijkheid zegt Ahmed: „Soms heeft-ie het ook over Syrië.”

Nog zo’n voorbeeld. Oussama C. (alias Abou Yazeed) zou veel over de martelaarsdood spreken. „Als je in de eerste rij vecht en je wordt doodgeschoten, dan ben je martelaar”, zou Oussama tegen Ahmed hebben gezegd – volgens het proces-verbaal althans. In werkelijkheid verklaart Ahmed dat dit de mening is van zijn vriendengroep, en dus niet specifiek door Oussama gezegd. In dezelfde categorie: waar Ahmed zegt dat de groep vindt dat ze hun broeders in Syrië moeten helpen, doet de politie voorkomen alsof hij dit over ronselverdachte Azzedine C. (alias Abou Moussa) zegt.

Soms worden zinnen ingekort waardoor de nuance wegvalt. Waar Ahmed volgens de politie zegt dat de groep naar Syrië wil verhuizen, zegt hij eigenlijk dat de groep pas naar Syrië zou willen nadat de oorlog voorbij is.

Ook zijn voor de verdachten ontlastende verklaringen buiten het proces-verbaal gehouden. Zo vinden agenten de opmerking van Ahmed dat hij nooit een-op-een heeft gesproken met Azzedine C. over Syrië, niet de moeite waard om op te schrijven. Terwijl dit een relevante opmerking kan zijn, aangezien het verhoor mede gaat over de vraag of Ahmed door Azzedine C. is gehersenspoeld.

Ze schrijven het niet op

Als Ahmed zegt te vermoeden dat Azzedine niet de leider is van het Haagse netwerk, schrijven de agenten dit niet op, terwijl als hij even later zegt te vermoeden dat Azzedine wel de leider is, dit wél in het verslag komt. En de verklaring dat hij Azzedine nooit over terreurgroep IS hoort praten, wordt niet opgeschreven – terwijl elders de suggestie wordt gewekt dat Azzedine wél over IS praat.

Dat verklaringen gewijzigd in een proces-verbaal terechtkomen, is geen uitzondering. Een proces-verbaal is bedoeld om een verhoor samen te vatten, omdat dat leeswerk scheelt. Vaak vallen hierbij nuances weg in het nadeel van de verdachte, zegt rechts-psycholoog Peter van Koppen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Dit komt omdat de politie gekleurd te werk gaat, zegt hij. „De politie probeert te bewijzen dat de verdachte het gedaan heeft. Een samenvatting kan dan gekleurd zijn, maar dat betekent niet dat essentiële informatie mag worden toegevoegd, of weggelaten of veranderd.”

Ook de rechercheurs die Ahmed verhoren, stellen zich niet geheel neutraal op, blijkt uit een van hun vragen. Wanneer ze Ahmed ondervragen over verdachte Oussama C., zegt een van de rechercheurs: „Hij is dus voor ISIS. Dat is duidelijk. Dat zijn ze allemaal in principe, hè?” Ook deze suggestieve vraag is niet opgenomen in het proces-verbaal.

Advocaten vinden dat de Haagse politie slordig te werk is gegaan. André Seebregts, raadsman van Azzedine C., zegt dat de politie „ontlastende elementen” heeft geschrapt uit de verklaring, waardoor deze „een heel ander beeld” geeft. „Het lijkt erop dat de politie vooral heeft opgeschreven wat ze uitkwam en structureel ontlastende informatie over mijn cliënt heeft weggelaten”, zegt ook Michiel Pestman, die Oussama C. bijstaat. Het OM wil niet reageren omdat de zaak onder de rechter is.

Peter van Koppen vermoedt dat het geen invloed zal hebben op de uitkomst van de zaak. Doordat advocaten hebben geprotesteerd tegen de weergave van het verhoor, heeft justitie het volledige gespreksverslag in het dossier gestopt. „Om die reden moet je verhoren op band laten opnemen”, zegt Van Koppen. „Doe je dat niet, dan ben je overgeleverd aan wat de politie opschrijft – en niet opschrijft.”

    • Andreas Kouwenhoven