SCP: migrantenouders hechten meest aan schoolprestaties kind

Voor migrantenouders is goed presteren op school het belangrijkste doel in de opvoeding. Ook zijn veel migrantenouders bezorgd dat hun kinderen ontsporen, maar ze zoeken niet snel hulp als dat nodig is, zo concludeert het SCP.

Gang met jassen en leerlingen in klaslokaal van de Petrus Dondersschool in Den Haag. Foto ANP / Lex van Lieshout

Voor migrantenouders is goed presteren op school het belangrijkste doel in de opvoeding. Ze hechten in vergelijking met autochtone ouders minder waarde aan de autonomie van hun kind, en evenveel waarde aan vaste regels over eten, slapen en uitgaan. Ook zijn veel migrantenouders bezorgd dat hun kinderen ontsporen, maar ze zoeken niet snel hulp als dat nodig is.

Dat zijn de belangrijkste uitkomsten uit het vandaag verschenen rapport ‘Opvoeden in niet-westerse migrantengezinnen’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Dat onderzocht de opvoeding van kinderen tot 18 jaar door ouders met een niet-westerse achtergrond – dat betekent zelf geboren in een niet-westers land, of in ieder geval een van de ouders. Turkse Nederlanders zijn de grootste groep, gevolgd door Marokkaanse- en Surinaamse Nederlanders.

School als sleutel tot beter leven

Het belang van goede schoolprestaties is terug te voeren op de wens van migrantenouders dat hun kinderen het beter zullen doen in het leven dan zij, zegt Freek Bucx, een van de onderzoekers.

“Zeker migranten uit de eerste generatie zijn vaak laagopgeleid, konden daardoor moeilijk een baan vinden en alleen een woning in de wijken met problemen. We hebben in gesprekken gemerkt dat ze hopen dat school de sleutel is om hogerop te komen.”

De zorgen van migrantenouders hebben vooral betrekking op verkeerde vrienden, drugs en criminaliteit, maar ook de angst voor radicalisering. Het verklaart mogelijk waarom zij meer dan autochtonen toezicht willen hebben op wat hun kinderen doen. Bucx:

“Ondanks de controle thuis weten migrantenouders minder van hun kinderen dan in autochtone gezinnen. De grotere afstand kan te maken hebben met hiërarchie, schaamte of taboes, wat al dan niet voortkomt uit religie.”

Verschil tussen eerste en tweede generatie

Migrantenkinderen voelen zich gemiddeld minder gezond dan autochtonen en hebben vaker problemen met hun gedrag. Deels heeft dat te maken met de financiële thuissituatie: drie van de tien migrantenkinderen groeit op in een arm gezin – 3,5 keer zo vaak als in een autochtoon gezin. Dat kan ertoe leiden dat kinderen minder vaak lid zijn van een club, en ongezonder eten.

Het SCP stelt vast dat er verschil bestaat tussen de opvoeding van migranten uit de eerste en de tweede generatie. Bucx:

“De jongere generatie vindt de eigen mening van het kind belangrijker, en religie minder belangrijk. Daarin lijken ze meer op autochtone ouders. Opvallend is wel dat de tweede generatie juist meer toezicht houdt op kinderen, en dat school net zo belangrijk is als voor de eerste generatie.”

Het rapport kan vooral van nut zijn voor beleidsmakers, zegt Bucx.

“Het is de stem van migrantenouders en -kinderen, van wie soms het beeld bestaat dat ze school onbelangrijk vinden. Ook de afstand tot hulpinstanties is interessant. Veel migrantenouders zijn bang de regie te verliezen, willen de vuile was niet buiten hangen of hebben wantrouwen na een slechte ervaring van anderen.”