‘Ik hou van de flow bij Schubert’

Matthias Goerne (48) is de beste liedzanger van onze tijd, en hij wordt alleen maar beter. Deze week geeft hij twee Schubert-recitals in Amsterdam.

Bariton Matthias Goerne: „Ik had geluk met mijn afkomst. Ik kom uit een theatergezin.” Foto Marco Borggreve

Zijn voetstappen knerpen over een grindpad. Je hoort een deur openen. Een romantisch, duister hoorspel, lijkt het. „Nee, ik heb gasten en loop even naar het gastenverblijf voor de rust”, zegt bariton Matthias Goerne (48). De boerderij nabij Hamburg waar hij met zijn gezin woonde, is verruild voor pied-à-terres in Berlijn, Parijs en dit vakantiehuis in het noordoosten van Duitsland, aan de Baltische Zee. „Het is nostalgie, ik bracht hier als kind al mijn zomers door”, zegt hij. „Dus toen de mogelijkheid zich voordeed hier nu zelf een huis te kopen…. Mijn kinderen zijn groot, dat heeft veel veranderd. Mijn dochter is 16, mijn zoon 26, we facetimen veel. Mijn dochter reist trouwens ook vaak met me mee.”

Aan zijn omfloerste stem hoor je: Goerne is nog een beetje verkouden. Zijn rol in Wagners Tristan und Isolde vorig weekend in het Concertgebouw met Jaap van Zweden moest hij afzeggen. Maar volgende week is hij er wel voor – uitzonderlijk – twee Schubert-recitals in drie dagen.

Uitleggen waarom Goerne de belangrijkste liedzanger van onze tijd is, is onbegonnen werk. Hij is de jongste van de ouden, zou je kunnen zeggen. Werd jong beroemd, bloeide, werd steeds beter. Beluister bijvoorbeeld zijn eerste Schubert-cd met pianist Andreas Haefliger (Decca, 1996). Een twintigersgeluid, tikje fel. Daarna: de opnames van Schuberts twee grote liedcycli Winterreise en Die schöne Müllerin met pianist Alfred Brendel. Snel, levendig en kruidig, maar ook: onrustig. Het mooist zijn de nieuwsten, verzameld op de door Harmonia Mundi uitgebrachte Goerne Schubert Edition. Fluwelig, kalm en betrokken – maar op een vrijere, meer onthechte manier dan voorheen.

Hoe kijkt u aan tegen uw vroege opnames?

„Ik herinner me hoe ik me over die eerste Schubert-cd voelde: mijn interpretatie was absoluut de enig juiste – voor eeuwig. Nu denk ik: mooi, voor dat moment. Wie jong is, zingt elk detail. Dat maakt concerten enerverend, omdat er zoveel wilskracht bij komt kijken. Na een paar honderd uitvoeringen van dezelfde liederen nemen kennis en zelfvertrouwen toe, en kun je genereuzer zijn. Meer risico’s nemen. Ik voel me nu veel vrijer op het podium. Mijn zelfbewustzijn komt voort uit veiligheid, niet uit discipline.”

Verveelt het nooit, steeds dezelfde liederen zingen?

„Schubert is, na Bach, mijn lievelingscomponist. Hij is het centrum van de liedkunst. Zonder Schubert geen Schumann, Brahms en Wolf. Wat me aan zijn liederen bevalt is de flow, het gemak dat eruit klinkt. Alles klopt en is in balans. En hij geeft de moed nooit op. Ook in de zeer sombere liederen wordt de sfeer nooit ongezond depressief, wat bij Schumann wel het geval is. Al zou ik duizend jaar leven, dan nog waren er nieuwe kronkels in het labyrinth-Schubert die ik zou kunnen ontdekken. Zo werkt dat met alle grote kunst, natuurlijk. Maar het blijft een wonder.”

Het Muziekgebouw aan ’t IJ is volgende week niet uitverkocht. Waarom moeten mensen wél komen luisteren naar 200 jaar oude liederen over leven en liefde?

„Ik geloof niet dat ik dat kan, verleiden met woorden. Je moet die liederen horen. Als een oningewijde per ongeluk binnen zou komen, verwachtend dat de concertzaal een bioscoop was, dan ben ik ervan overtuigd dat hij zou blijven – zou terugkomen zelfs. Maar dat eist een echt goede liedzanger, die op een natuurlijke en interessante manier een verhaal vertelt. Daar zijn er wereldwijd maar heel weinig van.

„De remedie is bekend: gooi het hele educatiesysteem om en leer kinderen grote kunst, het mooiste wat de mensheid heeft voortgebracht, weer kennen en waarderen. Maar de tendens is omgekeerd.”

Is het u gelukt uw eigen kinderen uw liefde voor kunst en muziek door te geven?

„Ik heb ze volop aan muziek en aan kunst blootgesteld. Ze gaan vaak mee naar concerten, en luisteren aandachtig. Maar het is niet hun passie. Ze lezen ook niet de literatuur waarvan ik vind dat die waardevol is. Maar ja: wat zíj lezen interesseert mij weer niet. Ik oordeel daar niet over. Je kunt intellectueel zijn zonder ooit Mozart en Beethoven te hebben gehoord, simpelweg omdat we in dit digitale tijdperk toegang hebben tot álles wat de mens heeft bedacht en geschapen. Dat maakt het moeilijker interesse op te brengen voor muziek van twee eeuwen oud. Misschien is het ook niet erg. Ik denk dat de waardering voor grote kunst cyclisch is. Het komt wel weer.”

Uw stem is – opvallend – mooier geworden. Fluweliger. Wat is het geheim?

„Een gezonde mannenstem piekt tussen de 38 en de 56 jaar, dan klinkt hij op zijn rijkst en inderdaad: fluweligst. Daarna wordt het moeilijker, maar je kunt aan legendarische zangers als Hans Hotter en Franz Grundheber horen dat het mogelijk is tot op zeer hoge leeftijd een wereldstem te behouden. Dat eist wel oppassendheid. Er zijn veel zangers die te snel te veel willen, en na vijftien jaar van het toneel verdwijnen. Dat hoort bij het tempo van onze tijd; supertalenten die zich uit ijdelheid laten meeslepen. Dat is zonde. Maar het is ook moeilijk je ertegen te verzetten.”

U lukte het wel?

„Een lange, gezonde carrière is een kwestie van toewijding, discipline en ernst. Maar ook van mazzel. Ik had al geluk met mijn afkomst. Ik kom uit een theatergezin; mijn vader was een intendant en mijn moeder dramaturg. Ik had daardoor al jong toegang tot alles wat nu nog relevant voor me is. En ook daarna voelde alles in mijn leven organisch, de ene stap kwam uit de andere voort. Maar dat gemak ervaar ik wel als een gunst. Ik ben een levensgenieter en ik kan psychisch en fysiek veel stress aan, dus ik hoef weinig te laten. Maar elke zanger moet zelf zijn eigen grenzen zoeken, kennen en respecteren om niet door stress te worden overspoeld. Dat is cruciaal. Stress schaadt, want die maakt dat je op het podium bezig bent met jezelf en je angsten, en niet met de kunst die je tot leven moet wekken.”

U zingt 90 avonden per jaar, eerlijk verdeeld over lied, concerten en opera. Dat lijkt me óók stressbezorgend veel.

„Nee, wie minder doet, neemt meer risico. Voor een getrainde professional moeten acht à negen uur slaap voldoende hersteltijd zijn. Het gaat om stemspieropbouw. Veel zangers zijn zo voorzichtig dat ze eigenlijk juist te weinig zingen om de technische veeleisendheid van zeker repertoire aan te kunnen. Ik merk dat ik uitstekend in één week een loodzware Wagner-rol kan zingen én een breekbaar liedrecital. Juist die mix maakt dan dat ik in een lied een heel gecontroleerd en vol pianissimo bereik, bijvoorbeeld. We zijn doorgeschoten in het specialiseren.”

U nam voor Harmonia Mundi recent elf cd’s op met Schubert. Wat nu?

„Een Schumann-editie van vier cd’s, een Wagner-album, Bach-cantates en Mahler. Ik kan tot op zekere hoogte doen wat ik wil. Nu, want nu gaat het nog nét. Maar de markt voor lied is ontzettend veel slechter geworden dan twintig jaar geleden. Als ik nu 20 was, had ik niet de carrière kunnen maken die ik heb. En of er over vier jaar nog cd’s worden opgenomen, is ook echt de vraag. In populaire genres nemen downloads die plek in, maar in klassiek? Die muziek draait om interpretaties van bekend werk. Misschien denken mensen wel: dat heb ik al op cd. We wachten af...”

    • Mischa Spel