Een zwarte voet

Wij wisten het misschien nog niet, maar het ging weer goed met ons en het was tijd dat we dat gingen merken. De gretigheid van de PvdA om dat in de troonrede verborgen nieuws onder de aandacht te brengen deed me aan het gezin denken waarin ik opgroeide.

Wij leken die partij wel, inclusief dat onderlinge geruzie tussen alle rampspoed door. Mijn zus die boos was omdat ik haar nog geen en mijn broer al wel een geboortekaartje had gestuurd, terwijl ons telefoongesprek toch vooral over mijn moeder diende te gaan. Die had na twee openhartoperaties in het tijdperk na Ad Melkert, een periode waarin het beter leek te gaan, last van een steeds zwarter wordende voet gekregen waaraan ze met spoed geopereerd moest worden. Ooit was ze het mooiste meisje van Oirschot, een van de weinigen die ging studeren, maar dat moest je er tegenwoordig bij vertellen want de gesprekken met anderen gingen vooral over ‘toestanden’ in en rond het huis.

Wij erheen met de baby.

Ze had zelf groentesoep gemaakt, kommen vol.

Ze deed opgewekt en blij. Wij wisten het misschien nog niet, maar ze voelde zich goed en het was tijd dat we dat gingen merken. Zelfs dat diagnosticeerden we als ‘zorgelijk’ want wat was er, behalve onze baby dan, nu eigenlijk zo positief?

„Dat de vaatchirurg een aardige man is”, zei mijn moeder. „Wist je dat hij vroeger ook in Presikhaaf heeft gewoond?”

Een beetje Lodewijk Asscher die na een periode van bezuinigen bij een talkshow komt aanzitten om te vertellen dat de kinderopvang iets minder duur wordt en die er en passant bij zegt dat hij zijn drie kinderen iedere morgen zelf naar school brengt.

We drukten haar het jonge geluk in de armen, waarna ze samen in een niet te verstaan gebrabbel vervielen. Tegen ons zei ze hoe of mijn vader gereageerd zou hebben als hij mijn kind had kunnen zien. Moe werd ik daarvan, van dat gespeculeer over iemand die er niet meer was. Dezelfde moeheid die me overviel als PvdA-voorzitter Hans Spekman maar weer eens over Joop den Uyl begon, alsof iemand daar nog aan dacht als je Dijsselbloem, Asscher of Samsom hoorde.

Mijn moeder had het tegen de baby over middagen in pretparken, kerstmissen en wandelingen door het park. Blijmoedig gebrabbel was het. Als je wilde, kon je daar heel optimistisch van worden, maar in het achterhoofd zaten twee openhartoperaties, dichtgeslibde aderen, kommen groentesoep en een zwarte voet.

    • Marcel van Roosmalen