Opinie

    • Maarten Schinkel

Een gemiste kans op begrotingsbalans

Had het anders gemoeten? Nu de economie eindelijk weer duurzaam lijkt op te veren – anders dan in 2011, toen we ook even dachten dat de crisis voorbij was – is de tijd rijp om terug te kijken op het begrotingsbeleid van de afgelopen zeven jaar.

Daar wordt verschillend over gedacht. De school die het begrotingstekort wilde terugdringen, zelfs tijdens de recessie, heeft duidelijk gewonnen. Er is bezuinigd en gesnoeid in Nederland. En als er eergisteren geen 5 miljard euro was uitgedeeld door het kabinet-Rutte II, dan zou het begrotingstekort in 2016 zomaar onder de 1 procent van het bruto binnenlands product zijn gedoken. Volgend jaar, vooropgesteld dat zich geen calamiteiten voordoen in de wereldeconomie, had minister Dijsselbloem een begroting voor 2017 kunnen presenteren die vrijwel in balans zou zijn geweest.

Daartegenover staat de school die het begrotingstekort juist als instrument had willen inzetten. Die wijst naar de Verenigde Staten, waar dat wel gebeurd zou zijn. Laten oplopen dat tekort, dan hou je de economie draaiend en loop je het vanzelf weer in. En in de tussentijd bespaar je de mensen in het land onnodig leed en werkloosheid.

De vraag wat er beter was geweest zal nooit beantwoord worden. Er is geen laboratorium waarin we hadden kunnen experimenteren. De werkelijkheid is het enige wat we hebben, en die kun je niet overdoen.

Wat de zaak vooral heeft gecompliceerd zijn de Europese begrotingsregels. Zelfs wie had willen stimuleren mocht dat niet. Van het Stabiliteitspact, en van de financiële markten. Toen het eerste kabinet-Rutte in mei 2012 viel, dumpten beleggers Nederlandse staatsleningen en schoot de rente omhoog. Een ijlings gesloten lenteakkoord voorkwam dat we op de markt werden losgekoppeld van Duitsland – en in de ogen van beleggers een probleemland werden. Denk even terug aan de donkerste dagen van de eurocrisis: het zou ongelijk geweest zijn onder die omstandigheden een afwijkend beleid te voeren.

Is het dan allemaal de schuld van het Stabiliteitspact, dat landen straft als zij een begrotingstekort hebben van meer dan 3 procent? Dat zou dat pact erg tekortdoen. Want in wezen doet deze afspraak wat iedereen wil. Het tekort mag oplopen bij een tegenvallende conjunctuur, er hoeft dan niet ‘pro-cyclisch’ bezuinigd te worden. Er is alleen één voorwaarde: je moet beginnen bij een begrotingstekort van nul. En op die uitgangspositie is, afgezien van Duitsland, niemand in de eurozone ooit terechtgekomen.

Nederland is er twee keer geweest, nou ja, bijna. Minister Zalm van Financiën slaagde er begin deze eeuw in. In 2008 presenteerde minister Bos van Financiën een begroting voor 2009 met een overschot. De crisis dacht er anders over.

Beide malen werd het werkelijke, of verwachte, overschot gedragen door een bovenmatige economische groei. Volgens het Pact had het surplus op de begroting dan ook veel hoger moeten zijn, om te onderstrepen dat het was behaald onder ongemeen gunstige omstandigheden. Dan was tijdens de crisis het oplopen van het tekort ook binnen de perken gebleven.

Een uitgangspositie van een licht overschot in normale tijden geeft de beleidsvrijheid die iedereen wil. Maar telkens als het in zicht komt lukt dat niet. Ook nu niet. Het uitdelen van 5 miljard euro door Rutte II is alleen daarom al een slecht idee. Het voorkomt dat we, straks, eindelijk een fatsoenlijk en verantwoord begrotingsbeleid kunnen gaan voeren. En bij de volgende crisis de economie niet meteen weer kapot moeten bezuinigen.

    • Maarten Schinkel