Corbyn wil af van ‘kleutertheater’

Nieuwe Labourleider streeft naar serieuzer debat in het Lagerhuis. Premier Cameron spint er garen bij.

Foto Reuters

Ingetogen. Het is niet het woord dat gewoonlijk past bij het ‘vragenuurtje in het Britse Lagerhuis. De premier en de oppositieleider worden dusdanig toegejuicht dan wel uitgejouwd, dat het speelkwartier van een uitgelaten kleuterklas die voor het eerst na een regenweek weer buiten mag komen, er niets bij is.

Jeremy Corbyn besloot gisteren dat het anders moest. Het sparren was verworden tot „theater”. De nieuwe Labourleider wilde niet de confrontatie aangaan, maar antwoord krijgen van premier David Cameron. Het Vragenuurtje – of liever half uurtje – is immers het enige moment waarop de premier door zijn directe opponent ter verantwoording wordt geroepen.

Corbyns streven is begrijpelijk. Cameron perfectioneerde de afgelopen vijf jaar namelijk de kunst van het niet antwoorden.

Tactisch was het ook sterk van Corbyn. Cameron kon moeilijk zeggen dat hij niets wil veranderen aan de manier waarop het Lagerhuis debatteert. Zeker in de wetenschap dat kiezers klagen over de agressiviteit, en een derde zelfs zegt dat het hen van de politiek doet walgen. Even behendig was het om vragen van burgers te stellen, die Corbyn via e-mail had binnengekregen. Dat ontnam Cameron de kans neerbuigend te doen over de vraag. Hij zou immers Marie, Stephen en Paul schofferen, niet Jeremy.

Er was echter één zwakke plek in Corbyns strategie. Zijn zachte stem en beleefdheid sloegen over op Cameron. Die is op zijn best als hij zich als staatsman kan gedragen, rustig zijn beleid kan uitleggen. En daar gaf de nieuwe oppositieleider – omdat de vragen over huisvesting, belasting voor minima, en geestelijke gezondheidszorg voorspelbaar waren, en hij niet doorvroeg - hem alle kans toe.

Cameron op zijn slechtst is de Flashman, een verwijzing naar de pestkop op een privéschool uit een negentiende-eeuws kinderboek. Als hij klem wordt gezet, komt bij hem de steeds roder en luider wordende bullebak boven. Met een soundbite hier, een schamper daar, en geloei van de Tories achter hem probeert hij zich dan te redden.

De premier weet, net als zijn voorgangers, dat het Vragenuurtje het meest penibele moment van de week is. De vragen kunnen immers over alle onderwerpen gaan. Harold Wilson sloeg zich er naar verluidt doorheen door eerst een glas cognac te drinken. Tony Blair – een getalenteerd orator - schreef in zijn biografie dat hij de wekelijkse dertig minuten best wilde ruilen voor de scène uit Marathon Man waarin nazi-arts Laurence Olivier de tanden van Dustin Hoffman boort.

Cameron werkte zich gisteren zelfs niet in het zweet. En kreeg als toetje na Corbyns zes vragen er eentje van een Conservatief Lagerhuislid over een tijger op de Isle of Wight. Hij kon er de spanning mee weglachen.

Maar Cameron hoefde zich niet te bewijzen. Corbyn wel. De vier dagen dat hij nu Labourleider is, zijn een aaneenschakeling van onhandigheden geweest. Hij zong bijvoorbeeld bij de herdenking van de Slag om Engeland (1940) dinsdag niet mee met God Save the Queen. Begrijpelijk. Hij is republikein en atheïst. En ware hij nog een onbekend Lagerhuislid geweest, was het niemand opgevallen. Als de oppositieleider in een monarchistisch en nog altijd religieus land, wiens bevolking een groot respect heeft voor het leger, vergt het echter uitleg. En die kwam niet.

Er kwam evenmin tegengas op een filmpje van het Conservatieve partijkantoor waarin Corbyn is neergezet als „een gevaar voor onze nationale veiligheid, onze economische veiligheid en de veiligheid van uw familie”.

Dat nu zelfs in zijn eigen achterban men roept om „een Alastair Campbell”, een spindoctor zoals Tony Blair die had, is veelzeggend. Corbyn mag dan authentiek willen blijven, zonder hulp overleeft hij niet.