Coalitie kijkt vooruit, oppositie wil problemen oplossen

De verdeelde oppositie wist de coalitie gisteren amper te ontregelen. Alleen Wilders slaagde daar in. Migranten stonden centraal in het debat.

Het kabinet Foto’s Bart Maat/ANP

Twee tegengestelde bewegingen zag je gisteren op de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen. Een coalitie die vergezichten wilde schetsen voor de toekomst. En een oppositie die juist oplossingen eiste voor de grote problemen van nu – met als absolute nummer één de vluchtelingencrisis.

Met nog maximaal anderhalf jaar te gaan hebben VVD en PvdA besloten hun agenda voor ná deze coalitie te gaan ontvouwen. Dat was al enige tijd zichtbaar, maar in het belangrijkste politieke debat van het jaar werd opnieuw duidelijk hoezeer die toekomstvisies botsen.

VVD-fractievoorzitter Zijlstra koos voor de arbeidsmarkt. Hij hield een stevig liberaal pleidooi voor demotie van oudere werknemers en tegen te lange doorbetaling bij ziekte door werkgevers – opvattingen die lijnrecht ingaan tegen het beleid van PvdA-minister Asscher (Sociale Zaken). PvdA-leider Samsom hield een lang betoog over investeringen in klimaat en duurzaamheid waar de meeste VVD’ers van gegruwd zullen hebben.

Mooi, maar allemaal voor na 2017. Het versterkte het beeld van een coalitie die het welletjes vindt en in de resterende tijd geen grote stappen meer gaat nemen – hoezeer het kabinet dat op Prinsjesdag ook ontkende.

Ondertussen ziet Rutte II zich wel geconfronteerd met een van de grootste humanitaire crises sinds de Tweede Wereldoorlog: de reusachtige stroom vluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten die Europa bereikt. Hoe gaan VVD en PvdA – die fundamenteel van mening verschillen over asielzaken – dáár een antwoord op vinden, vroeg de oppositie.

Met name Zijlstra had het moeilijk op dit punt. Hij claimde eerst dat een VVD-plan om alle grenzen te sluiten en vluchtelingen alleen nog in de eigen regio op te vangen tot kabinetsbeleid is verheven en zelfs „in Europa aangenomen”. Maar na enige ondervraging moest hij toch toegeven dat die ‘grenzen dicht’-retoriek van de VVD vooral „beeldspraak” was en dat de Europese buitengrenzen „niet op een fysieke manier” dicht gaan. Het kwam Zijlstra op hoon van CDA-leider Buma te staan, die hem „loze beloften” verweet.

Justitie krijgt pak slaag

Een ander belangrijk thema was veiligheid. Terwijl buiten de Tweede Kamer honderden politieagenten demonstreerden voor betere arbeidsvoorwaarden, kreeg binnen de begroting van Veiligheid en Justitie een ongenadig pak slaag. Dat geplaagde departement krijgt er dit jaar géén geld bij. Minister Van der Steur (VVD) rekent zich in zijn begroting rijk met een aantal bezuinigingen (op griffierechten en rechtsbijstand) die vrijwel zeker gaan sneuvelen in de Eerste Kamer, waar het kabinet geen meerderheid heeft.

Het oordeel van de oppositie was vernietigend. „Een houtje-touwtje-begroting”, zei ChristenUnie-leider Arie Slob. Zelfs VVD en PvdA verdedigden hun eigen minister nauwelijks: zowel Zijlstra als Samsom noemde de begroting van Veiligheid en Justitie „niet geweldig”. Als het kabinet niet met aanpassingen komt, moet het straks vrezen voor het ergste.

CDA steunt belastingverlaging

De hoofdzaak van de Miljoenennota – vijf miljard euro aan belastingverlaging – gaat er daarentegen gewoon komen. CDA-leider Buma, die VVD en PvdA in de Eerste Kamer een heel eind richting een meerderheid kan helpen, sprak onomwonden zijn steun uit: „Wij zijn vóór.” Wel dreigde hij alsnog tegen te stemmen als het kabinet de lastenverlichting koppelt aan een nivellerende belasting op vermogens.

Buma had wel een paar lastige momentjes. Het CDA was toch een échte oppositiepartij die zich tegen het kabinetsbeleid verzette? D66-voorman Pechtold, die het kabinet eerder wél steunde bij moeilijke bezuinigingen, pakte Buma stevig aan. Door niet met alternatieve plannen te komen, zei hij, accepteert Buma in één klap alle maatregelen waartegen hij zich de laatste jaren zo heeft verzet. Overigens maakte Pechtold zelf een terugtrekkende beweging over zijn oppositie tegen de vijf miljard: „Ik zeg nog niet dat ik tegen ben, maar ik twijfel erover.”

Het gevoel dat overheerste na een lange dag debatteren: kennen deze fractievoorzitters elkaar na drie jaar Rutte II onderhand niet té goed? Een beetje op elkaar ingespeeld zijn, is leuk, maar wel erg vaak kwamen dezelfde discussies terug, met dezelfde argumenten, op dezelfde toon.

Tekenend was in dat opzicht het optreden van Jesse Klaver van GroenLinks. Hij was de enige nieuwkomer bij deze Algemene Beschouwingen en met zijn 29 jaar met afstand de jongste deelnemer. De afgelopen maanden presenteerde hij zichzelf als de grote uitdager van het politieke establishment. Maar ontregelen deed Klaver volstrekt niet – hij paste als vanzelfsprekend in het gezelschap.

Wie wél ontregelde, was Geert Wilders. De PVV-leider doorbrak weer een paar nieuwe barrières in zijn retoriek tegen moslims en vluchtelingen. Hij riep op tot „patriottisme” en „verzet” tegen de „asieltsunami”. „Onze vlag moet weer nummer één worden”. Ook las Wilders een lijst voor met alle asielzoekercentra in Nederland. Daarmee wist hij tweedracht te zaaien in de Kamer: toen linkse fracties applaudisseerden voor zoveel „barmhartigheid”, reageerde Zijlstra geprikkeld. Tegen Wilders én links: „Hou er eens mee op!”