35.000 banen, waarop baseert het kabinet dat?

De lastenverlaging van 5 miljard zal 35.000 banen opleveren, voorspelt het CPB. Hoe betrouwbaar is dit soort berekeningen?

Banenplannen van de kabinetten-Rutte

Waar blijven de banen? Zo luidde eensgezind de eerste reactie van Buma (CDA), Pechtold (D66) en Roemer (SP) na de presentatie van de Miljoenennota. Maar hoe kritisch de oppositie ook was, de coalitie vindt dat er wél goed nieuws is voor werklozen. De lastenverlichting van 5 miljard zorgt ‘op termijn’ voor 35.000 banen, beloofde ze deze week.

Het is niet voor het eerst dat het kabinet banen belooft. Een jaar geleden vertelde minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) enthousiast dat het voorgenomen nieuwe belastingplan wel 100.000 banen zou opleveren. Dat moest hij later terugnemen: het belastingplan kwam er niet, de banen dus evenmin.

Het kabinet had kennelijk niet geleerd van het incident een jaar eerder, toen het bij de presentatie van het Herfstakkoord 50.000 banen beloofde. Het Centraal Planbureau kwam na de doorrekening met een andere prognose: het akkoord zou nul mensen aan een baan helpen.

Deze beloftes zijn nog maar een fractie van de kabinetsplannen die banen moeten creëren. Het Energieakkoord: 15.000 banen. Het Natuurpact: 40.000. Het Onderwijsakkoord: 3.000 tot 10.000. Het sociaal akkoord: 20.000, plus 125.000 voor arbeidsgehandicapten. En dan zijn er nog de plannen in de categorie damage control. Het Zorgakkoord beloofde dat er 40.000 mensen minder zouden worden ontslagen dan verwacht, en de sectorplannen van minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) moeten 80.000 met ontslag bedreigde werknemers ‘helpen’: bijvoorbeeld door hen om te scholen of naar ander werk begeleiden. Het is bijna niet te geloven dat er nog steeds 600.000 werklozen zijn, als je bedenkt hoeveel Rutte en zijn ministers doen om mensen aan het werk te krijgen en te houden.

Maar wat zijn de beloftes eigenlijk waard? Om dat te beoordelen moeten we weten waarop het kabinet ze baseert.

Allereerst: de cijfers zijn lastig te vergelijken. Sommige zijn voorspellingen, andere voornemens, zoals de 125.000 banen voor gehandicapten. Daarnaast worden de voorspelde aantallen allemaal in andere jaren bereikt: de een al volgend jaar, de ander pas in 2027. Ten slotte maakt het ook uit waar het getal vandaan komt: van een obscuur onderzoeksbureau of van het CPB.

Het CPB, dat de voorspelling van 35.000 banen berekende als gevolg van de lastenverlaging, wil wel uitleggen hoe zo’n cijfer tot stand komt. Het planbureau heeft sinds kort een model om de langetermijneffecten te berekenen van wijzigingen in de inkomstenbelasting, toeslagen en uitkeringen. Onderzoeker Henk-Wim de Boer: „We kunnen de reacties van verschillende subgroepen apart schatten doordat we gebruikmaken van een grote en recente CBS-dataset. Zo konden we zien dat alleenstaande ouders en vrouwen met partners én kinderen relatief gevoelig zijn voor financiële prikkels.” De hogere kinderopvangtoeslag en de hogere inkomensafhankelijke combinatiekorting die het kabinet aankondigde, richten zich op deze groepen. Als zij zich aanbieden op de arbeidsmarkt, resulteert dat op de lange termijn in meer werkgelegenheid, aldus het CPB.

Bijna ondoenlijk

Hoe betrouwbaar is dit soort berekeningen? Ze geven wel een indicatie, zegt hoogleraar economie Bas van der Klaauw. „Maar je kunt nooit precies voorspellen hoeveel banen er volgend jaar zijn. Er zijn altijd conjuncturele schommelingen die je niet kunt voorzien.” Dat maakt de evaluatie bijna ondoenlijk. „Je weet nooit wat het effect was van de conjunctuur en wat van het banenplan.”

Voor zo’n onderzoek moet je weten wat er gebeurd zou zijn zónder banenplan, zegt ook hoogleraar arbeidseconomie Jan van Ours: „Dat kan wel, maar dan moet je er van meet af aan op gefocust zijn dat je het effect van zo’n banenplan wilt nagaan.” Dit gebeurt nauwelijks, zegt Marloes de Graaf-Zijl, programmaleider arbeid bij het CPB. Daar komt nog bij: „In Nederland wordt beleid vaak ingevoerd voordat er mee is geëxperimenteerd. Experimenten kosten tijd en geld en hebben weinig prioriteit in Nederland.”

Jan van Ours denkt dat politici niet zo geïnteresseerd zijn in de effectiviteit van banenplannen. „Dat is de dynamiek van de politiek. Als uit de evaluatie blijkt dat het plan geen effect heeft, krijgt de minister op zijn kop. Politici kondigen graag goed nieuws aan, slecht nieuws hoeven ze niet te weten.”

Als de beloftes achteraf niet te controleren zijn, moet het kabinet ze dan wel doen? Van Ours: „Als econoom zou ik zeggen: je moet het niet doen. Maar er zit ook een psychologische component in. Als mensen door zo’n voorspelling optimistischer worden, raken ze misschien gesterkt tijdens het zoeken naar werk. Dat psychologische effect onderschatten economen wel eens.”

    • Floor Rusman