Willem Alexander spreekt zijn zinnen naar de punt toe

De troonrede is natuurlijk geen theater, maar bedoeld voor informatieoverdracht. De acteur, onze Koning, spreekt een tekst uit die het kabinet voor hem geschreven heeft. Het publiek hoeft niet te geloven dat hij het meent; hij fungeert slechts als doorgeefluik. Vervult onze Koning die functie goed? Ja.

Om te beginnen heeft hij een natuurlijker toon dan zijn moeder. Beatrix sprak geaffecteerder en liet haar zinnen vaak hangen in het luchtledige. Als een spreker of een acteur geen punt zet, wordt een monoloog slepend; een lange aaneenschakeling van halve tonen. Op de toneelschool werd ons geleerd: ZET NEER die zin! Willem Alexander doet dat gelukkig beter. Hij spreekt zijn zinnen naar de punt toe, en hij heeft een sympathieke, toegankelijke toon. Een spontaan, onbeheersbaar element in de performance, zijn losse haarlok, creëerde de nodige spanning – zou die hem het zicht op de tekst ontnemen? Maar de afdeling kap en grime had dat gevaar afdoende bezworen. De Koning had wel merkbaar last van een droge mond, door de zenuwen. Alle acteurs kennen dat probleem - een smintje of slokje water van tevoren is aan te raden.

Volmaakt was zijn optreden niet. Een paar keer struikelde de Koning over een woord. Hij verhaspelde ‘duidt’ en ‘duldt’ en voegde ‘betere’ en ‘verdeling’, samen tot ‘verbetere’. ‘Hervormingen’ kwam er niet helemaal lekker uit en ‘honderden onderzoekers’ is natuurlijk een tongbreker: spreek die te snel uit en je struikelt in het midden. Een klein witje tussen de woorden kan dat voorkomen. ‘Niet assimileren, maar even loszetten’ zou mijn spraakdocent van de Toneelacademie Maastricht hebben gezegd.

De figuratie was daarentegen voortreffelijk. De edelfigurante, Koningin Maxima, overtuigde met haar bescheiden, belangstellende pose. Zij speelde de haar toegewezen rol waardig en ondersteunend. De heren-figuranten keken gepast serieus en contemplatief. De scenografie was esthetisch, het lichtontwerp wat vlak. Voor decor en rekwisieten werden kosten noch moeite gespaard en de kostuums waren aan de bonte kant, uitbundig bijna. Op een filmset zou de regisseur wanhopig zijn geworden van zo weinig harmonie.

Als theatrale monoloog lijdt de troonrede onder het euvel dat de Koning gevangen zit in protocollen en het tekstuele keurslijf van het kabinet. Misschien is het wel een idee dat hij voor de troonrede begint even iets persoonlijks deelt met het publiek.’Dames en Heren, toen ik net uit de koets stapte flitste er een gedachte door mijn hoofd die ik graag even met u wil delen’. Zo’n zinnetje, natuurlijk net zo goed gescript door een team van schrijvers en spindoctors, voegt actualiteit en transparantie toe, en die vergroten de geloofwaardigheid van de acteur.

    • Gijs Scholten van Aschat