Wiet – de rechter is er wel klaar mee

Rechters rekken regels op als ze laveren tussen strenger softdrugsbeleid en de dagelijkse praktijk in coffeeshops. In hun uitspraken zeggen ze: wetgever, los dit op!

Foto ROBIN UTRECHT

Een agent in burger houdt de wacht voor de deur van een growshop op een bedrijventerrein in Wateringen. Terwijl collega’s binnen kasten vol hennepscharen, potaarde en plantenvoeding („voor dikke compacte toppen”) in beslag nemen, wordt de agent op straat tot tweemaal toe aangesproken door onbekenden. „Dit is toch een growshop?” En: „Verkopen jullie nog zaden, hennepzaad of stekjes?”

Nee, moeilijk werd het de rechter niet gemaakt bij de eerste veroordeling op basis van de nieuwe Opiumwet, die sinds 1 maart het faciliteren van grootschalige hennepteelt strafbaar stelt. De potjes met groeimiddel stonden bij de inval in maart met het etiket naar voren uitgestald, de eigenaar van de growshop stond al onder begeleiding van de reclassering en ook na waarschuwingen van de politie bleef hij zich op Facebook „eigenaar van growshop” noemen. Drie maanden celstraf legde de rechter hem in juli op.

Die eerste uitspraak ziet het Openbaar Ministerie (OM) als „een flinke steun” voor strikte handhaving van het growshopverbod. Tientallen growshops is de politie sinds maart binnengevallen, bedrijfsvoorraad is grotendeels vernietigd.

Hoogstonwaarschijnlijk

Maar of die eerste uitspraak echt zo’n steun zal zijn, is nog maar de vraag. Sinds de inwerkingtreding van het wetsartikel hebben vier van de zes handelaren in ‘tuinartikelen’ die hun voorraad via klachtprocedures terugeisten, gelijk gekregen van de rechter. Die achtte de kans dat de zaken later, bij inhoudelijke behandeling, tot een veroordeling zouden leiden zo „hoogstonwaarschijnlijk” dat hij teruggave van de spullen beval. Deze week bood de Belastingdienst hetzelfde type in beslag genomen ‘tuinartikelen’ – van groeimiddel tot koolstoffilter – zélf aan op de veiling. Hoe kan de overheid zo nog helder maken wat strafbaar is en wat niet?

Het gedoogbeleid ligt aan barrels, constateren juristen. Terwijl justitie om handhaving roept, eisen burgemeesters verruiming. Terwijl de wetgever vóór hoge straffen pleit, oordelen rechters vaak juist mild. „En die verdeeldheid neemt na decennia gedoogbeleid alleen maar toe”, zegt Cyrille Fijnaut, hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg. „De strijd tussen voor- en tegenstander wordt steeds harder. Als twee olifanten staan ze tegenover elkaar. Hoe lang is dit nog vol te houden?”

Het heeft ertoe geleid dat, terwijl het wietbeleid voortdendert, de gedoogconstructie almaar ingewikkelder wordt. En niet alleen op het gebied van ‘tuinbouwartikelen’.

Neem de bevoorrading van coffeeshops. Wettelijk is alle verkoop van hennepproducten strafbaar, maar enfin. Het officiële gedoogbeleid van het OM luidt: een coffeeshop mag wel cannabis verkopen (in kleine porties) maar geen handelsvoorraad inkopen of vervoeren (in grote porties).

Geen straf

Alleen, rechters houden zich al zeker drie jaar niet meer aan deze constructie. Ze delen voor het hebben van voorraad, zeker tot tien kilo, vrijwel geen straffen meer voor uit, zien de advocaten Sidney Smeets, Ilonka Kamans en André Beckers. Kwamen eigenaren met een handelsvoorraad van minder dan 500 gram sowieso niet voor de rechter, inmiddels leggen rechters ook aan coffeeshophouders met een grotere voorraad geen straf meer op wanneer die zich verder aan alle voorwaarden houden (goede boekhouding, exploitatievergunning).

„Zolang de voorraden in verhouding staan tot de omzet van de shop, krijgen ze geen straf”, zegt Smeets. Kamans had een cliënt, een grote shop, die bijna honderd kilo voorraad had en toch geen straf kreeg. En vorige week ging, vermoedelijk voor het eerst, zelfs het Openbaar Ministerie mee in die rechterlijke trend. In een zaak waarin de Haagse rechtbank een shophouder die met cannabis was betrapt, geen straf oplegde, had ook het OM ervoor gepleit géén straf op te leggen. In een reactie noemt het OM de zaak een specifiek geval en zegt dat de eis geen wijziging van het vervolgingsbeleid betekent.

Over de aanpak van wietteelt is ook verdeeldheid onder juristen. Zo leek het er vorig jaar nog even op dat rechters ook de verantwoorde teelt van cannabis onbestraft zouden laten, in het verlengde van het rechterlijk pardon voor de bevoorrading van de shops. De rechtbank Groningen legde toen geen straf op aan twee telers van cannabis die hadden geprobeerd dat verantwoord aan te pakken – alles legaal, behalve de teelt zelf. Die voorraden moeten ergens vandaan komen, oordeelde de rechter. Maar vorige week zette het hof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep een streep door deze oprekking van de oprekking van het gedoogbeleid. Ja, zei het hof, de handhaving van het verbod op hennepproducten is anders voor de verkoop (gedogen) dan voor het telen (absoluut verboden). En ja, dit verschil in benadering „staat tot op zekere hoogte op gespannen voet met elkaar en is daarom dan ook al gedurende vele jaren een bron van discussie.”

Verantwoorde teelt

Maar nee, de discussie is nog niet beslecht, oordeelt het hof. Er is geen brede maatschappelijke consensus dat ‘verantwoorde’ hennepteelt niet langer strafbaar zou moeten zijn.

Dus verklaarde het hof de twee telers schuldig, en legde hun ook straf op. Maar het stel kreeg, anders dan het OM wilde, een milde straf: drie maanden voorwaardelijk.

Leg alle rechterlijke uitspraken naast elkaar en je kunt de impliciete boodschap van rechters, verborgen in de motivatie van hun vonnissen, bijna niet missen, zegt hoogleraar Fijnaut. „Wat ze zeggen is: wetgever, politiek, kom in actie. Kom tot een oplossing! Maar Nederland alleen zal die oplossing niet kunnen vinden.”

    • Elsje Jorritsma
    • Freek Schravesande