Wie durft te falen komt juist verder in de maatschappij

Niemand maakt graag fouten, falen is een taboe in onze samenleving. Gek eigenlijk, want wie faalt, leert ook. Waarom fouten maken helemaal niet erg is.

Illustratie Aart-Jan Venema

Schrijver Rutger Lemm faalt in zijn ogen al zijn hele leven. Als hij alleen gaat reizen in Iran keert hij voortijdig terug. Pogingen om een vaste sportschoolbezoeker te worden mislukken. Zijn carrière als stand-up comedian gaat niet zoals hij wil en ook klaarkomen tijdens de seks lukt niet altijd. De realiteit valt meestal vies tegen.

Dan belandt hij in een burn-out. Hij realiseert zich dat hij niet meer mee wil doen aan die perfecte schijnwereld. Schoonheid zit juist in imperfectie. Hij besluit er een boek over te schrijven: Een grote mislukking. In zeventien persoonlijke verhalen toont Lemm het ware falen: „Een intieme, saaie en trage bedoening.”

Dat is best gedurfd. Want falen is een taboe in onze samenleving, zegt Arjan van Dam, arbeids- en organisatiepsycholoog en auteur van De kunst van het falen. „Het is eigenlijk vreemd hoe dat zo gegroeid is. Iedere ondernemer weet dat falen bij succes hoort. En toch is het uit den boze om daarover te spreken.” Met als gevolg dat succes bereikbaar lijkt zonder eens te vallen, en mislukken een vreemd monster is geworden op de weg van een carrière. Van Dam: „Daar moeten we vanaf. Het is belangrijk om te voelen dat af en toe mislukken normaal is. Anders eindig je met een burn-out.”

Het faaltaboe is volgens Van Dam ontstaan door de prestatiemaatschappij. „Er is een constante druk om te presteren, in plaats van te leren. Dat zou andersom moeten zijn. In een leergerichte maatschappij is falen minder erg.” En dát verbetert weer de resultaten. Als iemand het gevoel heeft dat hij of zij mag falen, dan leren ze meer en komen ze verder.

Fouten zijn een kans tot verbetering

Cijfers uit de praktijk ondersteunen dit. Toen Van Dam nog bij een reïntegratiebureau werkte, deed hij met zijn collega’s onderzoek naar wat mensen helpt om werk te vinden. De werkzoekenden werden in drieën gedeeld: er was een groep die aan prestatiedoelen werkte, een aan leerdoelen en een controlegroep. „Van de leerdoelengroep had 33 procent binnen acht weken een baan. Van de prestatiegroep was dit slechts 10 procent.” De theorie hierachter is dat mensen beter werken, als ze een leerdoel stellen. Dan zijn fouten namelijk leermomenten. Voor wie zich prestatiedoelen stelt, is elke fout een teken van het einde – stop er maar mee, je kunt het toch niet. „Als je in een leerstand zit, verandert de betekenis van falen drastisch. Fouten zijn geen bedreigingen maar een mogelijkheid om te verbeteren.” Toch stelt 90 tot 99 procent van de mensen zichzelf prestatiedoelen, zegt Van Dam. Terwijl ze zo makkelijk zijn om te vormen. „Maak van: ‘Ik wil vijf vacatures vinden’, bijvoorbeeld: ‘Ik wil vacatures leren vinden.’”

Omarm je mislukkingen

Toch staan steeds meer organisaties open voor de boodschap dat leren belangrijk is. Vooral modernere sectoren, zoals internetbedrijven, die snel moeten schakelen. Van Dam: „Ze snappen dat leren een cruciale factor is om succesvol te blijven, en dat niet mogen falen innovatie in de weg staat.”

Een goed toonbeeld van zo’n werksfeer is het Amerikaanse Silicon Valley waar duizenden startups in de techsector huizen. Het leeuwendeel daarvan strandt vroegtijdig, schrijft Eva de Valk, journalist en Silicon Valley-expert, in haar boek Silicon Valley. Schattingen variëren van 75 tot 95 procent. Het is daar zelfs normaal dat een ondernemer tien bedrijfjes opzet, waarvan er negen mislukken en er één lukt.

Ook de faillissementswetgeving is daar anders geregeld. Gaat een bedrijf in Nederland failliet, dan sluiten de deuren van alle banken. In de VS kun je op dezelfde dag nog een nieuw bedrijf beginnen. Voor investeerders is het een pluspunt als je al een keer hebt gefaald. Het betekent dat je niet nog eens dezelfde fout begaat.

Intieme en saaie bedoening

Niet alleen bij bedrijven, maar ook daarbuiten is er groeiende aandacht voor falen. Afgelopen mei besteedde het tijdschrift Psychologie er een themanummer aan. Omarm je mislukkingen, en word nog succesvoller is de boodschap van het coververhaal.

Die boodschap zit schrijver Lemm wat in de weg. Falen, als er al over wordt geschreven, lijkt enkel een weg naar succes. Mislukken willen we alleen kennen als onderdeel van een perfecte eindprestatie, schrijft Lemm in zijn boek Een grootste mislukking, want „niemand bezingt het lot van Barry, de dikke, eenzame werkloze – terwijl hij toch glorieus aan het mislukken is.” Alle faalliteratuur, goeroes en beroemdheden richten zich op doorzetten, maar altijd met een „verlammende utopie in het vooruitzicht”. Het gevaar van zo’n commerciële zelfhulpboodschap is dat falen een trucje wordt, een middel tot nóg betere prestatie. En dan ligt die burn-out nog steeds om het hoekje te wachten.

Waarom is zijn boek geen faalliteratuur? Want met hem komt het toch ook goed? „Ik had tijdens het schrijven een stelregel: zorg dat je altijd voor lul staat”, zegt Lemm. „Ik wilde per se dat de lezer zou moeten lachen om mijn falen, en zo misschien zichzelf wat minder serieus zou nemen.” Volgens Lemm gaan mensen steeds vaker kapot aan hun perfectionisme. Zij kunnen wel wat troost en relativering gebruiken.

    • Daan Borrel