Wat ze u niet vertelden gisteren

Onze handelspartners groeien sneller. Er is onnodig veel bezuinigd. En nog twee kanttekeningen van Bas Jacobs.

1 De groeicijfers geven geen reden tot juichen

Hoewel de economie weer groeit, zijn de Nederlandse groeicijfers toch teleurstellend. Het nationale inkomen komt in 2015 pas terug op het niveau van 2008, toen de Grote Recessie begon. We hebben netto zeven jaar stilgestaan. Nederland keert terug naar haar trendmatige groeipad van ongeveer 2 procent groei per jaar. Dit is mager en van inhaalgroei is geen sprake. Dat in 2016 de groei met 2,4 procent wat hoger is, komt door 5 miljard lastenverlichting. De economie groeit langzamer dan na de Grote Depressie van na 1929.

Onze belangrijkste handelspartners groeiden tussen 2008 en 2016 aanzienlijk sneller. In de VS maar liefst 12 procent, in Engeland 7 procent en in Duitsland 6 procent. Zelfs België en Frankrijk groeiden 4 en 3 procent sneller dan Nederland.

We zijn door de Grote Recessie naar schatting 15 procent van het nationale inkomen kwijtgeraakt ten opzichte van de trendgroei van 2 procent per jaar voor de crisis. En de economie kampt nog steeds met forse onderbesteding. De productiecapaciteit is in 2016 ongeveer 3,5-4 procent groter dan het nationale inkomen (‘output gap’). Nederland is ongeveer 11-12 procent van het inkomen structureel, ieder jaar weer, kwijtgeraakt. Dat is de prijs van de Grote Recessie.

Dit zien we ook terug in de werkloosheid. Die verdubbelde van 318.000 mensen in 2008 tot 770.000 in 2014. De werkloosheid loopt nu langzaam terug tot naar schatting 605.000 mensen in 2016. Het aantal mensen dat meer dan een jaar werkloos thuis zit, is sterk gestegen. Van 95.000 werklozen (31 procent) in 2008 naar 270.000 werklozen (44 procent) in 2015.

2 Het begrotingsherstel is onnodig pijnlijk

Sinds de crisis losbarstte, heeft minister-president Rutte bij voortduring gehamerd op het op orde brengen van de staatsfinanciën. Minister Dijsselbloem typeerde in zijn eerste begroting de rente-uitgaven van de overheid als ‘zondegeld’. De Nederlandse overheid geeft in 2016 echter ruim 3 miljard euro minder uit aan rente dan in 2008, ondanks de opgelopen staatsschuld. Dat komt omdat de rente op tienjarige staatsleningen op 29 mei dit jaar een 500-jarig dieptepunt bereikte: 0,3 procent per jaar. Gecorrigeerd voor de inflatie is de rente op overheidsleningen al jaren negatief.

De overheid heeft de afgelopen jaren vele structurele hervormingen doorgevoerd om de overheidsfinanciën houdbaar te maken voor de lange termijn. Denk bijvoorbeeld aan de hogere aow-leeftijd, de ingrepen bij de hypotheekrenteaftrek en, vooral, de decentralisatie van de langdurige zorg naar de gemeenten. Maar, terwijl de overheidsfinanciën op lange termijn houdbaar zijn geworden, is het bizar geweest dat de overheid tussen 2011 en 2017 als een bezetene heeft bezuinigd en de belastingen verhoogd.

Sterker, de overheid is jarenlang als een hond geweest die achter zijn eigen staart aan rende. Omdat de de economie steeds verder verslechterde, werden steeds nieuwe bezuinigingen en lastenverhogingen afgekondigd om het begrotingstekort onder de drie procent te dringen, waardoor de economie weer verder verslechterde. De overheid heeft op een economisch ondoelmatige en masochistische wijze de begroting op orde gebracht. De Nederlandse overheid bouwt nu – middenin de diepste crisis in 80 jaar – netto vermogen op in plaats van de pijn van de economische crisis door de tijd uit te smeren. De prijs voor het op orde brengen van de overheidsfinanciën is een veel lager inkomen, hogere werkloosheid en minder bedrijvigheid.

Mede door het falende begrotingsbeleid, maar ook door problemen op de huizenmarkt, bij banken en pensioenfondsen, heeft onze economie een structureel inkomensverlies van 11-12 procent per jaar opgelopen. Aangezien bijna de helft van het inkomen aan de overheid toevalt, veroorzaakt dit inkomensverlies een structureel gat in de begroting van ongeveer 5 procent van het nationale inkomen. Dit verlies is ongeveer even groot als de winst voor de overheidsfinanciën van alle beleidsmaatregelen die Nederlandse regeringen sinds 2008 hebben doorgevoerd. Het op orde brengen van de staatsfinanciën is daarom een uiterst pijnlijk en economisch onnodig kostbaar experiment geweest.

3 Belastingplannen zijn een totaal gemiste kans

De regering verlaagt de belastingen. 3,5 van de 5 miljard euro zit in het verlagen van de tarieven in de tweede en derde belastingschijf en de hoogste belastingschijf begint nu bij een hoger inkomen. Beide maatregelen leveren volgens het CPB nul structurele werkgelegenheidswinst op. De eerste verdieners willen wel meer werken, omdat werk meer gaat lonen. Maar dit wordt tenietgedaan doordat tweede verdieners minder willen gaan werken omdat het huishoudinkomen stijgt door lagere lasten. De regering creëert daarom structureel geen 100.000 banen, maar slechts 35.000.

Die structurele werkgelegenheidswinst komt vooral doordat de inkomensverschillen toenemen. Tussen uitkeringsgerechtigden en arme werkenden. En tussen een- en tweeverdieners met kinderen. De regering ruilt namelijk een verlaging van de algemene heffingskorting (2 miljard) – waar iedereen van profiteert – voor een hogere arbeidskorting (2,5 miljard) – waar alleen werkenden baat bij hebben. Daarnaast worden werkenden met kinderen meer ondersteund met een hogere combinatiekorting en kinderopvangtoeslag (beide 0,3 miljard). De regering deelt cadeautjes uit aan de werkende middenklasse. Leuk voor de VVD, maar met belastinghervorming heeft het niets te maken.

Het Nederlandse belastingregime voor kapitaalinkomen is een lappendeken. Sparen, beleggen en de onderneming worden allemaal op compleet verschillende wijze belast. Het eigen huis en het pensioen worden zwaar gesubsidieerd. Daarmee verstoort de overheid op grove wijze de doelmatige allocatie van kapitaal en risico. Het fiscale stelsel maakt onze economie bovendien financieel fragiel door schuldfinanciering bij hypotheken, bank- en bedrijfsleningen fiscaal aftrekbaar te maken. Mensen en bedrijven laten hun spaar- en investeringsbeslissingen daarom niet alleen afhangen van economische, maar vooral ook van fiscale overwegingen.

Zelfs het goede idee om een vermogenswinstbelasting in box 3 in te voeren is gesneuveld. Rutte II stelt nu een progressieve vermogensbelasting voor. Leuk voor de PvdA, maar het fiscale regime voor kapitaalinkomen blijft een rommeltje.

Allerlei zinvolle voorstellen worden níet ingevoerd. De btw-tarieven worden niet gelijk getrokken. De ongelijke fiscale behandeling van vreemd en eigen vermogen in de vennootschapsbelasting wordt niet opgeheven. En het lokale belastinggebied wordt niet verruimd. De belastingen worden ook niet vereenvoudigd, want geen heffingskorting, toeslag of aftrekpost verdwijnt.

Staatssecretaris Wiebes schreef vorig jaar op Prinsjesdag: „Een lastenverlichting zonder een bijbehorende stelselherziening is een gemiste kans.” Inderdaad, de regering heeft een historische kans gemist.

4 Er is een gebrek aan macro-economische visie

In Nederland en Europa zijn de lessen van de Grote recessie nog altijd niet geleerd. Onze economieën kampen met vraaguitval, grotendeels veroorzaakt door financiële problemen. Daarop is verkeerd gereageerd met aanbodbeleid en structurele hervormingen. De Nederlandse economie is nog steeds financieel fragiel en het economisch herstel is zeer matig.

Veel te weinig is gedaan om schulden af te bouwen, balansen te herstellen en ons financiële stelsel stabiel te maken. Nederland heeft weliswaar veel netto vermogen, maar dat zit opgesloten in huizen en pensioenen. Huishoudens hebben hoge hypotheekschulden nauwelijks afgelost. Pensioenfondsen kampen door de extreem lage rentes nog altijd met lage dekkingsgraden. En ondanks enige goede stappen vooruit, zijn banken nog altijd te groot, te riskant en hebben te weinig eigen vermogen. Over het repareren van onze financiële architectuur vernemen we niets meer uit Den Haag.

We zijn door de Grote Recessie meer dan 10 procent van het inkomen kwijtgeraakt, structureel. Vele bedrijven zijn failliet gegaan. En de langdurige werkloosheid is sterk opgelopen. Dit grote verlies is mede veroorzaakt door falend macro-economisch beleid. Teveel korte-termijntekortreductie en te weinig herstel van balansen in de private sector. Na vele jaren saneren komt Rutte II in 2016 eindelijk met een lastenverlichting. Het is nog steeds nodig, maar het is zwabberbeleid en het komt 6 jaar te laat.