Wat betekent dat koffertje voor je bankrekening?

Door lagere belastingen gaan miljoenen mensen er volgend jaar op vooruit. Maar als je geen werk hebt, merk je weinig. Dan profiteer je niet of nauwelijks van de plannen van het kabinet.

Foto Martijn Beekman/ANP

Heeft de koning gejokt? „Voor gepensioneerden en mensen met een uitkering blijft de koopkracht op peil”, sprak hij nog hoopvol in zijn Troonrede.

In één oogopslag laten de traditionele puntenwolken met koopkrachteffecten van het Centraal Planbureau zien dat de ‘gepensioneerde tweeverdiener’ met een laag inkomen er volgend jaar tot wel 10 procent op achteruit gaat. En ook onder gepensioneerde alleenstaanden en alleenstaanden met een uitkering zijn er verliezers. Zij zullen komend jaar niet profiteren van de eerste optimistische rijksbegroting in jaren. De lastenverlichting van 5 miljard euro die het kabinet-Rutte II gisteren presenteerde, komt vooral mensen met een baan ten goede.

Miljoen huishoudens profiteren niet

Uit een toelichting op de koopkrachtplaatjes van het ministerie van Sociale Zaken blijkt dat het CPB het niet verkeerd heeft gezien en de tekstschrijvers van de Troonrede en de Miljoenennota wel – „Alle groepen kunnen profiteren van de verbeterde economie”. Van de 7,1 miljoen Nederlandse huishoudens krijgt 84 procent er wat bij – en 16 procent dus niet. Dat zijn ruim 1,1 miljoen huishoudens. Zij leveren in of blijven op de nul staan. Het zijn vooral gepensioneerden (bijna 700.000 huishoudens) en uitkeringsgerechtigden (ruim 130.000 huishoudens). In de afgelopen weken, toen veel kabinetsplannen al uitlekten, beloofde minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) mogelijk negatieve koopkrachteffecten voor gepensioneerden te compenseren. Maar dat is dus in lang niet alle gevallen gelukt.

Toch houdt het kabinet vol dat het door deze reparatie ter waarde van zo’n 900 miljoen euro de koopkracht voor ouderen „boven nul” heeft weten te houden, zei premier Rutte gistermiddag. Als je de categorie ruim neemt, klopt dat. Gemiddeld gezien, zeggen ook het Centraal Planbureau en Sociale Zaken, is het koopkrachteffect voor de ‘gepensioneerden’ dit jaar 0 procent en volgend jaar 0,2 procent.

Het Nibud, dat gisteren met eigen koopkrachtberekeningen kwam, ziet voor gepensioneerden een „wisselend beeld”. Het instituut voor budgetvoorlichting schat een lichte verbetering van de koopkracht in voor alleenstaande AOW’ers met geen of een bescheiden aanvullend pensioen van 0,8 procent (om precies te zijn: 11 euro per maand). En voor een alleenstaande oudere die met vervroegd pensioen is gegaan een koopkrachtdaling van 3,5 procent (56 euro per maand). Voor jongeren heeft het kabinet geen gegevens gepubliceerd.

Dat de aantrekkende economie voor ouderen niet of nauwelijks merkbaar is heeft voornamelijk twee oorzaken. Ten eerste de terughoudendheid van pensioenfondsen om aanvullende pensioenen te laten meestijgen met de inflatie (indexeren). Daar heeft het kabinet geen vat op. Maar op de tweede factor wel: fiscaal beleid en bezuinigingen. Onderdeel van de ingrijpende bezuinigingen van de laatste jaren was de vorig jaar al genomen maatregel om, met ingang van 2016, de ouderentoeslag af te schaffen. Dat raakt zowel gepensioneerden met een laag inkomen (tot 20.000 euro) als die met een groot vermogen. Wie namelijk een te groot vermogen heeft, kan zijn recht op toeslagen voor zorg en huur verliezen.

Lagere belastingen

Hoewel het CPB in de berekeningen weliswaar méér kabinetsplannen turft die een negatief effect hebben op de koopkracht (tien) dan met een positief effect (negen), is het algehele beeld natuurlijk toch positief. De meeste financieel vrolijke maatregelen zijn onderdeel van de lastenverlichtingsoperatie van 5 miljard euro: een verlaging van de tarieven in de tweede en derde belastingschijf, een verhoging van de arbeidskorting (waardoor werkenden minder belasting betalen) en een verruiming van de kinderopvangtoeslag.

De meeste Nederlanders gaan er hierdoor volgend jaar op vooruit: ruim zes miljoen huishoudens. Volgens de cijfers van Sociale Zaken varieert de koopkrachtverbetering van 0,5 procent voor iemand die tweemaal modaal verdient (73.000 euro) tot 5,3 procent voor een alleenstaande met een minimumloon (18.000 euro).

Het Nibud heeft opnieuw eigen rekenvoorbeelden. Een alleenstaande met een salaris van 20.000 euro krijgt er volgend jaar 73 euro netto per maand bij (ofwel 4,8 procent), een alleenstaande ouder met een baan en één kind wel 104 euro per maand (4 procent).

Deze plussen geven precies de beweegredenen weer die het kabinet met de lastenverlaging op arbeid voor ogen heeft. Het moet aantrekkelijker worden om aan het werk te gaan of om méér te gaan werken.

Wie met een uitkering op de bank blijft zitten – werkgeversvoorman Hans de Boer noemde ze eerder dit jaar „labbekakken” – krijgt niet of nauwelijks méér te besteden. Wie ervoor kiest om aan het werk te gaan, al is het met een bescheiden baantje in de supermarkt, moet daar volgens het kabinet echt voor worden beloond.

    • Philip de Witt Wijnen