‘Voor 10.00 uur beginnen met werken is ongezond’

Dat zegt wetenschapper Paul Kelley in The Independent.

illustratie Robin Héman

De aanleiding

Elke dag vóór 10.00 uur beginnen met werken is ronduit ongezond. Dat vertelde Paul Kelley zijn toehoorders vorige week op het British Science Festival in Bradford. De ‘slaapexpert’, onderzoeker aan de Universiteit van Oxford, noemde het slaaptekort dat bij 9 tot 5-banen ontstaat zelfs „een vorm van marteling”, schreef The Independent.

Kelley stelt dat de menselijke biologische klok niet overeenkomt met de gangbare dagindeling van werknemers en leerlingen. Concentratie in de vroege ochtend is een probleem, vooral voor adolescenten. Hij stelt voor dat bedrijven en scholen voortaan later beginnen, „in het belang van de maatschappij”.

Waar is het op gebaseerd?

Kelley en zijn collega-onderzoekers van de Universiteit van Oxford beroepen zich in een wetenschappelijk artikel op eerdere studies over onder meer ‘sociale jetlags’. Zij zijn bezig met de voorbereiding van een eigen onderzoek met wisselende begintijden voor leerlingen van honderd Britse scholen, dat volgend schooljaar moet beginnen.

En, klopt het?

Het voorstel een uur of anderhalf uur later te beginnen met werk en school is niet nieuw. Nederlandse ‘slaapspecialisten’ vinden dat de nuance ontbreekt in uitspraken van Kelley. Want tijd is enigszins relatief, stelt Gerard Kerkhof, hoogleraar psychofysiologie (Universiteit van Amsterdam) en verbonden aan het Slaapcentrum van Medisch Centrum Haaglanden. „Daarom kunnen we ook zomer- en wintertijd invoeren. De streeftijd van tien uur lijkt me bedacht bij een borrel. Dan zijn veel mensen al uren wakker.”

Kelley heeft weinig gezegd over de biologische klok, die per mens verschilt. Kerkhof: „De begrippen van ochtend- en avondmens zijn niet te passeren. Het chronotype is grofweg voor 50 procent genetisch bepaald en 50 procent omgevingsbepaald. Wat de een prettig vindt, is voor de ander een crime. Dat is te veranderen door je schema van licht en donker aan te passen, maar dat is niet eenvoudig.”

De woorden van Kelley zijn niet per se onwaar. Bert van der Horst, hoogleraar chronobiologie (Erasmus MC), legt uit dat het ‘circadiane ritme’ (het inwendige slaap-waakritme) van mensen iets meer dan 24 uur duurt. Dat ritme past zich elke dag aan het daglicht aan, zodat de biologische klok wordt ‘gelijkgezet’. „Opstaan met de wekker terwijl je inwendige klok zegt dat het nog geen tijd is om op te staan kan een slaaptekort opleveren. Het risico wordt groter naarmate je meer een avondmens bent.”

Hoe belastend vóór tienen beginnen is, hangt ook af van leeftijd. Jonge kinderen zijn vroeg wakker, en tot hun twintigste verschuift het chronotype steeds meer richting avondmens. Daarna loopt het weer terug. De hoogleraren pleiten voor flexibele werktijden, zodat mensen aan de slag gaan wanneer ze op hun best zijn. Voor een bakker is een ochtendchronotype ideaal, een barman heeft meer aan een avondchronotype.

Niet synchroon leven met je inwendige klok kan een ‘ziekmaker’ zijn. Van der Horst: „Vroeg beginnen kan voor avondmensen ongezond zijn als zij door het aflopen van de wekker op werkdagen een slaaptekort opbouwen, wat leidt tot vermoeidheid en concentratieverlies. Daarbij speelt ook de lengte van de slaap een rol.”

De langetermijneffecten zijn onbekend. Wel vergroot nachtdienst of werk in verschillende tijdzones mogelijk het risico op borstkanker. Van der Horst: „Dat hebben we onlangs bevestigd in onderzoek met proefdieren. Daarom is het onderzoek wat Kelley wil doen met scholieren interessant, al is het jammer dat hij niet meet wat later beginnen voor effecten heeft als de leerlingen ouder zijn.”

Conclusie

Slaaptekort is ongezond, daar zijn wetenschappers het over eens. Later beginnen zou voor een deel van de werknemers en leerlingen inderdaad een uitkomst kunnen zijn, omdat dat beter past bij hun interne klok. Maar er is ook een groep, de ochtendmensen, voor wie het juist beter is vroeg te beginnen met werken. We beoordelen de stelling ‘voor 10.00 uur beginnen met werken is ongezond’ daarom als half waar.

    • Michiel Dekker