Verknocht aan atoomstroom

Driekwart van de Franse elektriciteit komt uit kerncentrales. Officieel wil de regering dat drastisch verminderen. Hoe realistisch is dat als nucleaire technologie tegelijkertijd een pijler onder diplomatie en export moet blijven?

Met een vermogen van 1.650 megawatt moet de nieuwe kernreactor in Flamanville (Normandië) de krachtigste centrale ter wereld worden. Geen ander land is zo afhankelijk van kernenergie als Frankrijk.

In het dorp waar Frankrijk bouwt aan het nieuwste type kerncentrale geen onvertogen woord over nucleaire energie.

„Het moet maar eens afgelopen zijn met alle kritiek”, fulmineert Dany Morel (58), de hoogblonde uitbaatster van Hôtel Bel Air, dat onder de rook ligt van de stroomfabrieken van het 1.700 zielen tellende Flamanville. „Je moest eens weten hoeveel veiligheidsinspecteurs ik hier te gast heb. Dat is een goede inkomstenbron, maar ook een geruststelling.” De volgende vraag hoeft niet gesteld. „Ik voel me hier compleet veilig”, anticipeert ze. „Frankrijk is Japan niet.”

De Parijse student Lou Viger maakt in de ontbijtzaal driftig aantekeningen. Ze onderzoekt voor een scriptie sociologie hoe de inwoners tegen kernenergie aankijken. En Dany Morel is in deze contreien geen uitzondering. „Iedereen schiet in het defensief”, zegt Viger. „Zo veel mensen verdienen op een of andere wijze aan de kerncentrale. De centrale biedt werk en door alle belastingen die het energiebedrijf betaalt, is dit een rijke gemeente. Het zal nog jaren duren voordat men hier van het geloof in kernenergie afvalt.”

Elders lijkt het tij wel voorzichtig te keren. Geen land in de wereld is zo afhankelijk van kernenergie als Frankrijk. Driekwart van de Franse elektriciteit komt uit kernenergie. Ter vergelijking: in de Verenigde Staten en Rusland ligt dat volgens het internationaal atoomenergieagentschap IAEA rond 19 procent. Deze zomer echter stemde het Franse parlement in met de verkiezingsbelofte van president François Hollande om het aandeel nucleaire energie voor 2025 te halveren – en het totale energieverbruik voor 2050 met de helft te verlagen.

„Dat is op zich revolutionair te noemen”, zegt woordvoerder Sylvain Trottier van Greenpeace. „Voor het eerst in vijftig jaar besluit de politiek de nucleaire obsessie te laten varen.” Maar de wettekst voorziet slechts in een „kader”, benadrukt hij. Hoe Frankrijk, dat in december de klimaattop van de Verenigde Naties organiseert, die doelen concreet gaat halen, is onduidelijk. „Er moeten investeringen in duurzame energie komen en reactoren zullen moeten sluiten”, zegt Trottier.

Stroom vretende kacheltjes

Het was evengoed een belofte van Hollande om de verouderde centrale in Fessenheim, op de grens met Duitsland, voor 2017 te sluiten. Niet voor het eerst zaaide minister Ségolène Royal van Milieu daarover vorige week verwarring. Volgens haar moet eerst de nieuwe reactor in Flamanville klaar zijn. En dat kan nog wel tot eind 2018 duren. Aan de andere kant van de Rijn, waar kernenergie al langer taboe is, werd verontwaardigd gereageerd. Want Frankrijk blijft verslaafd aan goedkope elektriciteit. Veel huizen zijn slecht geïsoleerd, verwarming komt vaak uit stroom vretende kacheltjes. „Dat is wat activisten vergeten”, zegt Dany Morel in haar hotelletje. Consumenten in Duitsland betalen 88 procent meer voor hun elektriciteit dan die in Frankrijk, bleek onlangs uit berekeningen van Eurostat. „Ik ben niet bereid twee keer zoveel te betalen. En ik denk de mensen die tegen kernenergie protesteren ook niet.”.

Het uiterste westpuntje van Normandië, waar Flamanville ligt, staat symbool voor de aanhoudende honger van Frankrijk naar kernenergie. Hier staan de opwerkingsfabriek van La Hague en het Centre de Stockage van Digulleville, waar atoomafval bewaard wordt. De immense centrale van Flamanville ligt in het toeristische plaatsje geraffineerd verscholen in een flauwe inham van de rotsige kustlijn. Twee reactoren zijn sinds de jaren tachtig in gebruik. Aan de nieuwste reactor van het type ‘EPR’ van Areva, dat staat voor Evolutionary Power Reactor, wordt sinds 2007 gebouwd.

Bouwvakkers lopen nog altijd af en aan. De reactor, die met 1.650 megawatt de meest krachtige in de wereld moet worden, had in 2012 opgeleverd moeten zijn. Maar nadat inspecteurs dit jaar een probleem met het staal van het reactorvat ontdekten, denken Areva en elektriciteitsbedrijf EDF dat hij pas op zijn vroegst over drie jaar aan het stroomnet verbonden kan worden. De kosten van het paradepaardje van de Franse kernindustrie, aangekondigd als model voor een ‘nucleaire renaissance’, zijn inmiddels opgelopen van 3,3 miljard euro tot zo’n 10,5 miljard euro.

„Daarmee is het financiële argument voor kernenergie niet meer geldig”, zegt de woordvoerder van Greenpeace. Volgens de milieuorganisatie is stroom uit de EPR-kerncentrale 40 procent duurder dan die uit windturbines of zonnepanelen. Dat bevestigt het Internationaal Energieagentschap: volgens een recent rapport kost kernenergie per megawattuur (MWh) zo’n 74 euro, terwijl zonne-energie voor 70 euro per MWh geproduceerd kan worden. De Franse Rekenkamer becijferde na de ramp in het Japanse Fukushima (maart 2011) dat de kosten van kernenergie door alle dure risico’s zelfs kunnen oplopen tot 90 euro per MWh.

Maar terwijl Duitsland ernaar streeft kernenergie vanaf 2022 volledig uit te bannen, is Frankrijk nog lang niet zover. Voor veel Fransen is kernenergie zo Frans als camembert of de TGV. Technici van de prestigieuze school Polytechnique of de École des Mines, deel van de machtige lobby van zogenoemde nucléocrates, adviseren sinds jaar en dag opeenvolgende presidenten. De internationale verkoop van nucleaire technologie is een prioriteit van de Parijse diplomatie.

Supermacht

„Door te investeren in atoomtechnologie heeft Frankrijk zichzelf na de Tweede Wereldoorlog opnieuw uitgevonden”, zegt historica Gabrielle Hecht van de Universiteit van Michigan aan de telefoon. In haar boek The Radiance of France legt ze uit hoe De Gaulle Frankrijk mede dankzij de kerntechniek tot supermacht maakte. De centrales waren in de beleving van de bureaucraten in Parijs in hun ontwerp „monumenten, vergelijkbaar met de Eiffeltoren of de Arc de Triomphe”. Het wonderlijke bolvormige ontwerp van de allereerste centrale, in 1963 geopend in Chinon, in het midden van Frankrijk, getuigt daarvan.

Kernenergie, zegt Hecht, is tijdens de trente glorieuses, de economische bloeitijd na de oorlog, deel geworden van de Franse „identiteit” en „trots”. Hoewel Frankrijk voor uranium afhankelijk is van landen als Niger en Kazachstan, hebben politici van de grote partijen de technologie altijd verdedigd met het argument dat het land dankzij kernenergie onafhankelijk is in zijn stroomvoorziening.

Terwijl in Duitsland in 1986 na de ramp met de Russische kerncentrale in Tsjernobyl de bevolking werd ontraden om buiten gekweekte groenten te eten, bagatelliseerden Franse politici en de nucléocrates het gevaar. Toenmalig president Mitterrand beloofde een referendum over kernenergie, maar zag daar uiteindelijk vanaf.

‘Een troef’

Na Fukushima zocht oud-president Giscard d’Estaing, die na de oliecrisis in de jaren 70 de nucleaire capaciteit verveelvoudigde, actief de media op om de industrie te verdedigen. „Er bestaat geen alternatief voor kernenergie”, zei hij. En ondanks haar streven om minder afhankelijk te worden van nucleaire stroom, verklaarde zelfs huidig Milieu-minister Royal dat kernenergie in Frankrijk wel degelijk toekomst heeft. Kernenergie is „een troef”, zei ze tegen het industrieblad L’Usine Nouvelle. Omdat veel van de huidige 58 kernreactoren langzamerhand aan vervanging toe zijn, zullen sowieso nieuwe centrales gebouwd moeten worden, liet ze weten.

De vraag is dus hoe serieus haar ‘Transition énergétique’ is. Volgens voormalig Areva-topvrouw (en Mitterrand-adviseur) Anne Lauvergeon is het streven van de regering „economisch niet realistisch”. Twintig reactoren zouden volgens haar dan voor 2025 moeten sluiten.

Greenpeace-woordvoerder Trottier vreest „het ergste” als rechts na de verkiezingen in 2017 weer aan de macht komt: een terugkeer naar wat onder Giscard ‘le tout nucléaire’ is gaan heten. Ook historica Hecht heeft twijfels. „Als je een halve eeuw tientallen miljarden investeert in een netwerk voor kernenergie, kom je daar niet zomaar vanaf.”