Uitgaven aan de zorg groeien harder dan de economie. Alwéér

De uitgaven aan de

zorg groeien minder hard,

maar nog altijd harder dan

de economie én de

rijksbegroting. Problemen zijn het persoonsgebonden budget en de groei van de kosten van dure medicijnen.

Red de zorg, stop de afbraak. Die oproep van de grootste vakbonden van Nederland trok dit weekeinde tienduizenden demonstranten naar Amsterdam.

Maar de zorg heeft altijd twee gezichten. De begroting van minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) toont een ander beeld: de uitgaven aan zorg in Nederland groeien harder dan de economie. Wéér. De kosten van ziekenhuizen, geneesmiddelen, artsen en verpleeginstellingen groeien zo hard dat ze andere uitgaven van de Rijksoverheid verdringen. Meer geld voor zorg betekent tegelijkertijd: minder voor veiligheid, onderwijs of lantaarnpalen.

Niettemin is minister Schippers tevreden. Zij forceerde een trendbreuk. Volgens Schippers was de uitgavengroei jarenlang onhoudbaar. „Dat pad is nu doorbroken. Voor het eerst in meer dan een decennium ontwikkelen de zorguitgaven zich beheerst en groeien de uitgaven minder hard.”

Na de VS duurste gezondheidszorg

Dat klopt. De uitgaven groeien minder hard, maar nog altijd harder dan de economie en dan de begroting van de Rijksoverheid. Daarmee blijft het departement van Schippers het koekoeksjong op de begroting: het werkt anderen uit het nest. Geen prettig gegeven in een land dat na de Verenigde Staten de duurste gezondheidszorg ter wereld heeft.

De zorguitgaven ontwikkelen zich „beheerst” door twee succesfactoren. De eerste is de kosten van medicijnen. Zorgverzekeraars kopen kritischer in en hebben meer mogelijkheden gekregen om medicijnen van hun voorkeur te vergoeden. Zij dwingen lagere tarieven af of goedkopere alternatieven waardoor er telkens meevallers zijn bij de kosten van geneesmiddelen. Dit geldt overigens voor de „gewone” geneesmiddelen.

Een tweede factor waardoor de zorguitgaven minder hard groeien dan verwacht, komt door de zogeheten ‘hoofdlijnakkoorden’ die Schippers sinds 2012 met de sector sluit. Daarin wordt de maximale groei afgesproken – dit jaar 1 procent. Deze klassieke budgettering blijkt effectief. De verzekeraars weten vooraf hoe groot de taart is die ze kunnen inkopen.

Afbraak, zo ervan velen het

Toch ervaren velen wel degelijk afbraak in de zorg. En dat is ook voorstelbaar. Zo gaat er komend jaar weliswaar meer geld naar de ziekenhuizen, maar de ouderenzorg en gehandicaptenzorg staan praktisch op nul. Het budget voor langdurige geestelijke gezondheidszorg en voor mensen die buiten zorginstellingen blijven wonen gaat zelfs naar beneden.

Het kabinet mag in het kader van het investeringsprogramma „Waardigheid en Trots” 140 miljoen euro reserveren voor betere kwaliteit in de verpleeghuizen. Deze „forse investering” gaat hand in hand met bezuinigingen op de ouderenzorg. Je zou ook kunnen stellen dat er door de aandacht voor waardigheid en trots 300 miljoen in plaats van 440 miljoen wordt bezuinigd in 2016.

Tot de meest zichtbare problemen horen die van de persoonsgebonden budgetten, expliciet genoemd in de Troonrede. De uitbetaling van budgetten waarmee patiënten hun eigen zorg kunnen inkopen wordt sinds 1 januari door de SVB geregeld. Daar gaat veel mis. Belangenvereniging Per Saldo houdt zorg over het soms „starre” toewijzingsbeleid bij gemeenten, zegt een woordvoerder.

Dure medicijnen

Ander probleem is dat bij de dure geneesmiddelen, zoals chemokuren en andere oncolytica, de kosten explosief groeien. En omdat er dikwijls geen goedkope alternatieven zijn voor de speciale geneesmiddelen kunnen inkopers weinig afdingen.

De stijgende kosten voor dure medicijnen beginnen voor ziekenhuizen steeds meer te knellen, zegt Yvonne van Rooy, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. De vereniging maakte gisteren de laagste omzetgroei van ziekenhuizen in 25 jaar bekend (1,3 procent). Maar de kosten van dure geneesmiddelen stijgen veel harder. „Voor dure medicijnen is op korte termijn zo’n 400 miljoen nodig. Daar lees ik in de Miljoenennota niks over terug.”

De geestelijke gezondheidszorg ziet met lede ogen de toename van regels aan die de zorghervormingen met zich mee brengen. Verantwoording leidt tot meer administratie bij zorgaanbieders en niet tot betere zorg, stelt Jacobine Geel, voorzitter van GGZ Nederland.

De huisartsen, verenigd in de LHV, zijn verbaasd dat het kabinet geen geld vrijmaakt voor de geestelijke gezondheidszorg en gespecialiseerde praktijkondersteuners. Het aantal patiënten met psychische of sociale problemen bij de huisarts stijgt. Voorzitter Ella Kalsbeek: „Feit blijft dat wanneer je huisartsen vraagt te investeren in een nieuwe collega of extra ruimte, wel vooraf duidelijk moet zijn dat hier structureel geld voor is.”