Tussen stommiteit en heldenmoed op Everest

Regisseur Baltasar Kormákur heeft zichzelf een moeilijke, misschien onmogelijke taak gegeven. Zijn op ware gebeurtenissen gebaseerde bergbeklimmersfilm Everest wil groot, klassiek spektakel bieden – een rampenfilm met een sterrencast en imponerende beelden van de ongenaakbare Mount Everest. Maar de film wil meer zijn dan dat, en ook nog een realistisch beeld schetsen van de keerzijden van dit avontuurlijke toerisme op de hoogste berg ter wereld.

Kunnen filmpersonages tegelijk helden zijn, mannen van stavast die hun grenzen verleggen en zich desnoods opofferen voor hun kameraden, en tegelijk gewone stervelingen, met al hun onhebbelijkheden en fouten? Ondoordachtheid kan iemand duur komen te staan op een ruige plek als Everest. En ook dat wil de film laten zien.

Resultaat: een film die ongemakkelijk heen en weer zwenkt tussen realisme en spektakel, tussen nuchterheid en heroïek; een onzekerheid over de toon en het thema die zich in elk detail van de film lijkt te hebben vastgezet: van het acteerwerk tot de hortende montage.

Niet helemaal geslaagd dus, maar alle lof voor de poging van Kormákur om een film te maken die niet kiest voor simpele heroïek, maar die juist onzekerheid toelaat bij de toeschouwer over de personages: zijn ze nu sympathiek en dapper, of toch vooral roekeloos en overmoedig? Everest is een film die de kijker met de nodige vragen achterlaat. Bij vermaak op deze schaal is dat een zeldzaamheid. En een verdienste.