Sleets kabinet-Rutte II geeft een winstwaarschuwing af

Economisch gaat het beter, maar de coalitie is kwetsbaar en in de buitenwereld dreigen gevaren.

Ministers Asscher, Dijsselbloem en Koenders (staand) en premier Rutte (zittend) vanochtend in de Tweede Kamer. Foto MARTIJN BEEKMAN/ANP

Een winstwaarschuwing: anders kan het niet gezien worden. Gisteren zei premier Mark Rutte – immer optimistisch over het land, zijn kabinet en zichzelf: „Als we vastlopen gaan we naar de kiezer. Het doel is niet: hoe dan ook de rit uitzitten.”

En in een gesprek op het Torentje met schrijvende journalisten voelde hij plots wel voor vervroegde verkiezingen. Terwijl hij en PvdA-leider Diederik Samsom bij de formatie in 2012 met elkaar afspraken elkaar stevig vast te blijven houden. Nog geen kabinet had deze eeuw zijn termijn uitgediend, VVD en PvdA zouden de eerste zijn. Of het nu over belastingen, vluchtelingenstromen, steun aan Griekenland of voorzieningen voor uitgeprocedeerde asielzoekers, altijd lukte het de partijen om tot een compromis te komen.

Maar de sleetsheid lijkt ingetreden. Vanochtend, tijdens het begin de Algemene Politieke Beschouwingen, hakten oppositieleiders in de Tweede Kamer in op het kabinet waarvan zij vinden dat het is uitgeregeerd. SP-leider Emile Roemer zei dat Rutte II „een hindermacht” is geworden. Alexander Pechtold (D66) verweet de regeringspartijen geen ambitie meer te hebben om het belastingstelsel écht te hervormen. Ook de Raad van State noemt de gesneefde belastinghervorming een gemiste kans.

De marges van het kabinet zijn ook steeds kleiner. Het steunt op nog maar 21 van de 75 zetels in de senaat, waar het niet meer kan rekenen op vaste steun van oppositiepartijen. En door weglopers op nog maar 76 van de 150 zetels in de Tweede Kamer, waarvan er bij beide partijen al leden afwijkend gestemd hebben op cruciale dossiers.

Opvallend aan de Troonrede en de Miljoenennota is de behoedzame, bijna sombere toon die het kabinet aanslaat. Ondanks economisch herstel en een snel dalend overheidstekort waarschuwde Rutte II gisteren op Prinsjesdag vooral dat we ons niet rijk moeten rekenen

Wát er precies in de begroting van 2016 stond, was geen verrassing meer: zo’n beetje alles was de afgelopen weken al gelekt. De belangrijkste maatregel, een belastingverlaging van 5 miljard euro, maakte het kabinet reeds voor de zomer bekend. Dus ging alle aandacht uit naar de toonzetting van de begroting.

De Troonrede begon met de constatering dat Nederland er economisch „relatief goed” voorstaat. De export trekt aan, de consumptie groeit, meer mensen hebben een baan of kopen een nieuw huis.

Het herstel, zo haastte het kabinet via de vorst te zeggen, komt bovenal door „de inzet en het doorzettingsvermogen” van ‘de Nederlanders’. De regering „draagt” slechts „bij”. Vooral geen triomfalisme uitstralen, zo leek het motto.

Op deze optimistische opening volgde meteen een reeks voorbehouden en waarschuwingen. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) was nóg explicieter in zijn waarschuwingen. Nederland heeft zich „ontworsteld aan de crisis”, zei hij bij het aanbieden van de Miljoenennota aan de Tweede Kamer. En – goed teken – „Nederlanders zoeken op internet voor het eerst sinds tijden vaker op ‘loonsverhoging’ dan op ‘ontslagvergoeding’”. Maar Dijsselbloem legde vooral de nadruk op de gevaren die onze economie bedreigen: de implosie van de Chinese economie, de verwachte verhoging van de Amerikaanse rente, de geopolitieke instabiliteit in het Midden-Oosten en aan de oostgrens van Europa.

Ook politiek gezien staat er voor het kabinet een onzeker najaar voor de deur. Voor elke begroting zal steun in de Eerste Kamer bijeengesprokkeld worden. De lastenverlaging zal er met christelijke steun wel komen, maar het CDA trekt zijn handen af van nivellerende vermogensbelasting. Ook dreigt de partij de Defensie- en de Justitiebegroting te torpederen. D66, SP, ChristenUnie vinden de Justitiebegroting ook gammel.

De vraag is of dat het kabinet kan nekken. De afgelopen tijd legden de coalitiepartijen hun compromissen op halfhartige wijze uit. Beide partijen trokken meteen hun handen af van een voorgenomen btw-verhoging toen daar geen oppositiesteun voor bleek. De VVD stemde alleen in met het laatste Griekse steunpakket omdat de partij geen zin had in gedoe. En beide coalitiepartners legden hun akkoord over vluchtelingen compleet anders uit.

Kortom, de toon van VVD en PvdA in het debat vandaag en morgen kan laten zien hoe graag zij nog de rit nog willen uitzitten.