Transparantie als antidotum tegen ivoren torentjes

Zondagavond werden de VSCD Toneelprijzen uitgereikt in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Dat gebeurt nu al zestig jaar. Er waren liedjes, sketches, lofredes, speeches. Hoewel bescheidenheid op een podium altijd een persiflage lijkt (buigen is bedoeld om applaus te ontvangen, niet om het te vermijden), toonden de prijswinnaars zich dankbaar.

Theater is zo’n mooie en absurde kunstvorm, omdat het zo intensief en streberig is, zonder hoop op eeuwigheid. De acteur is fantastisch in haar of zijn besef van de grootsheid van het moment.

Helaas was de hele avond te volgen op een livestream, ‘voor de mensen thuis’. Een feestje voor halve intimi werd een publiek feestje, waardoor de scherpe randjes verdwenen, want wie een beetje boven een steen heeft geleefd de afgelopen jaren weet dat elk woord of beeld kan worden meegevoerd in een digitale storm. Waarschijnlijk kijkt er niemand naar die livestream, maar het is de mogelijkheid dát er iemand kijkt, die ervoor zorgt dat mensen zich anders gaan gedragen. Hoe precies, daar kun je geen inzicht in hebben, want zelfdisciplinering is een kracht die het sterkst aanwezig is wanneer deze zichzelf niet ziet.

Ergens is het willen delen van zo’n in zichzelf gekeerde avond natuurlijk ook ideologisch uit te leggen: is het immers niet democratischer om ‘de mensen thuis’ een inkijkje te bieden? Transparantie zou een antidotum zijn tegen ivoren torentjes. Tot nog toe heeft deze ‘openheid’ niet bijgedragen aan een diverser theater(publiek).

Bovendien vergroot de belofte van transparantie de verontwaardiging over het onvermijdelijke bestaan van illusies. Wat in de wandelgangen wordt besproken, is niet zo interessant – organisatorische details, gefrustreerde verliezers, schunnige roddels –, maar door de voortdurend geveinsde transparantie wordt het onbekende groter, bedrieglijker.

In de Griekse Oudheid werden grote dichters ingehuurd om een lied te maken over de winnaars van de Olympische Spelen. Die liederen reisden door het ganse land, zodat iedereen wist hoe groots en meeslepend de spelende helden waren geweest.

Misschien is het naïef, maar ik stel me voor dat toehoorders in een grotendeels orale cultuur vrolijk incalculeerden dat geen enkel verhaal op de werkelijkheid lijkt. Waarschijnlijk hielden ze rekening met een soort foutmarge, zoals onderzoekbureaus sociaal gewenste antwoorden in enquêtes corrigeren.

De drang om te delen is niets nieuws. Alleen het idee van directe overdracht is misleidend. Zeker omdat er toch altijd zoveel is wat niet wordt getoond.

Marieke Heebink won de Theo d’Or voor haar rol als ‘Anna’, een moderne Medea. Heebink vertelde hoe ze zich uiteindelijk kon inleven in de mythologische moeder die, verbannen door haar man, haar kinderen doodt. Wat Medea ook probeerde, niemand wilde horen welk onrecht ze meemaakte.

We weten niet waar we geen oor of oog voor hebben, totdat het in daden wordt gezegd.

    • Simone van Saarloos