Migranten maken pitstop in Amsterdam

Dagelijks komen nu honderden asielzoekers aan op Amsterdam CS op doorreis naar Ter Apel.

De gestrande migranten op het centraal station in Amsterdam worden wegwijs gemaakt door een vrouw in een scootmobiel. Rustig rijdt Christa Rihani (‘geen leeftijd, te oud’) op en neer tussen de Syrische mannen en vrouwen. Jong en oud, met iedereen maakt ze een praatje. Waarom ze hier is? „Ik heb zelf een paar jaar geleden Libische vluchtelingen in huis gehad. Nu wil ik de Syriërs helpen.” En dus is zij, zelf getrouwd met een Tunesische man, op deze druilerige dinsdagavond, even na tien uur, naar Amsterdam CS gekomen.

 

Daar komen sinds een aantal dagen honderden Syrische en Eritrese migranten aan. Terwijl de afgelopen maanden gemiddeld veertig migranten per dag zich meldden op het Centraal Station, zijn dat er sinds zaterdag dagelijks 200, zegt een woordvoerder van de politie Amsterdam: „We weten niet hoe dat kan.” De meesten komen met de internationale trein uit België en Duitsland en gebruiken Amsterdam om een pitstop te maken: Lebara simkaart kopen (waarmee internationaal bellen goedkoop is), gratis treinkaartje met instructies halen op perron 1 bij het politieloket, en door naar het aanmeldcentrum van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers in het Groningse Ter Apel.

Maar sommigen missen de laatste trein van 20.07 uur, die een rechtstreekse aansluiting naar Ter Apel mogelijk maakt. De Amsterdamse politie heeft voor hen sinds maandag de speciale buslijn Amsterdam-Ter Apel opgezet. „We willen echt niet dat mensen met kinderen een nacht op het station moeten doorbrengen.”

Waarom Nederland?

Het verzamelpunt is voor de döner- zaak, zegt Sander Kindili (45) die met andere vrijwilligers de gestrande migranten opvangt. Daar staan mannen met rugtasjes te telefoneren met het thuisfront. Het zijn bijna allemaal Syriërs en een enkele Eritreeër. De meesten ogen opgewonden. Abdullahad Haj Najeeb (23, student bedrijfskunde) uit de Syrische havenstad Latakia reisde via Turkije, Griekenland, Macedonië, Servië, Hongarije, Oostenrijk en Duitsland naar Nederland. Waarom Nederland? „Iedereen is zo vriendelijk hier en het is zo mooi. Het lijkt wel of dit land geschilderd is.”

Chaith Jaweesh (24, student bedrijfskunde) en Anas Al Halabi (24, student Japanse literatuur) ook uit Syrië, maar uit de hoofdstad Damascus, zijn beter geïnformeerd over het land waar ze asiel aanvragen. Beide mannen – zij waren wel op tijd voor de laatste trein – zijn ongelovig en willen hier graag aan de universiteit studeren. Ze hebben veel vragen. Jaweesh wil weten hoe het met de Nederlandse economie gesteld is. Al Halabi wil weten wat Nederlanders vinden van vrouwen die een hijab dragen; ze zijn beiden sinds één maand getrouwd en willen hun geliefden graag over laten komen.

Minder opgewekt is de beveiligingsbeambte met kaal hoofd die constant het politieloket inloopt. Hij klaagt dat hij door de migrantenstroom zijn werk niet kan doen. „Aan het beveiligen van het station – tegen zakkenrollerij – komen we nauwelijks toe, we zijn alleen met vluchtelingen bezig.”

Dat lijkt vanavond mee te vallen. Alles verloopt volgens schema. Om stipt elf uur wordt de migrantengroep door twee politieagenten naar de witblauwe bus van het Gemeentevervoersbedrijf gebracht die naar Ter Apel rijdt; ze worden uitgezwaaid als bij een schoolreisje. Als de bus uit het zicht verdwenen is, dringt zich bij één van de vrijwilligers een vraag op: wat als er toch vluchtelingen zijn achtergebleven op het station? Kinali wijst naar mevrouw Rihani in de scootmobiel: „Wij hebben beiden nog wel een paar slaapplekken over.”

    • Martin Kuiper