‘Ik wil niet naar de EU met smokkelaars’

Poging om vanuit Turkije een humanitaire corridor te forceren, mislukt

,,Ik wil niet met een smokkelaar”, zegt Taïm Shami, een twintigjarige Syrische vluchteling. „Ik wil niet dood op zee.”

Daarom stond hij gistermorgen vroeg met tientallen landgenoten op Esenler Otogar, een groot busstation in Istanbul. Voor het eerst sinds het begin van de oorlog in Syrië heeft een deel van de twee miljoen Syriërs die naar Turkije zijn gekomen zich georganiseerd. Na de ophef over de verdrinking van het jongetje Aylan is via sociale media een gemeenschap ontstaan van ruim 33.000 mensen. Ze willen proberen samen de landgrens met Griekenland over te lopen. Ze eisen een humanitaire corridor, zodat ze legaal doorgang krijgen en niet in de armen van mensensmokkelaars worden gedreven.

„We hebben via ambassades geprobeerd legaal te gaan. Van de Verenigde Staten en andere landen. Maar dat leidde tot niets”, zegt Shami, die inmiddels twee jaar in Turkije is. „Ik wil naar Nederland om fysiotherapie te sturen. Daar heb ik via Facebook mensen leren kennen.”

Mensensmokkelaars hadden lucht gekregen van de actie en probeerden die te stoppen. „We kregen mail van ze met een telefoonnummer”, vertelt Ahmed Emin (31), een van de vijftien organisatoren. „Ze zeiden: kies maar honderd mensen om met je mee te gaan. We bieden je een reis naar Duitsland en een zak geld. We belden terug en zeiden dat we hun aanbod afwezen. Daarna hebben ze ons met de dood bedreigd.”

De organisatoren willen dat de autoriteiten de grens openen zodat ze legaal het land uit kunnen. Maar die werken daar vooralsnog niet mee. Busmaatschappijen is verboden kaartjes richting grens te verkopen aan vluchtelingen. Taxichauffeurs riskeren een boete als ze vluchtelingen vervoeren. In grensstad Edirne zijn inmiddels zevenduizend mensen opgepakt en weer naar Istanbul gebracht, 270 kilometer terug naar het oosten.

Vanuit een aantal verzamelpunten in het westen van Turkije zijn vluchtelingen gisteren naar de snelweg richting Edirne gekomen. Op de vluchtstrook lopen groepjes mensen die hopen dat ze met een vreedzame demonstratie doorgang krijgen. Ze dragen kleine rugzakken, flessen water en sommigen een paraplu tegen de zon. Behalve jonge mannen zijn er veel gezinnen met kinderen in buggies en draagzakken. Op ongeveer dertig kilometer van de grens stopt de politie ze en leidt hen een heuvel op naast de snelweg. Het gaat zonder geweld.

Op busstations in Istanbul neemt het aantal Syriërs dat zonder smokkelaars wil gaan toe. Ze verwarren de politie door dankbare liedjes over de Turkse president Erdogan te zingen, die de Turkse grenzen voor ze opende. Kinderen geven bloemen aan agenten en vragen niet naar een kamp gestuurd te worden. Honderden mensen blijven op het busstation.

De groep op de heuvel naast de snelweg groeit uit tot zo’n duizend man. Ze krijgen water en voedsel van Turkse autoriteiten, maar geen doorgang. „We blijven hier totdat we toestemming krijgen”, zegt Fadi Hossen (35). Hij weet van de problemen aan de Hongaarse grens, maar vindt die irrelevant. „We doen dit juist omdat we legaal willen gaan. We willen dat Europa zich humaan toont en zegt: kom maar. We willen jullie.”

    • Marloes de Koning