Houellebecq, maar dan hilarisch

‘Elementaire deeltjes’ als toneelbewerking: dat is wat jonge mensen willen zien, zegt de regisseur.

In de bewerking van Julien Gosselin wordt Elementaire deeltjes gespeeld op een vloer van grastegels. Foto Simon Gosselin

‘Ik ben nog nooit in Amsterdam geweest”, zegt Julien Gosselin op het terras van de Stadsschouwburg, „worden de stukken van Ivo van Hove hier in dit theater gespeeld?” Twee jaar geleden was de jonge Franse regisseur dé ontdekking van het Festival van Avignon. Over zijn versie van Elementaire deeltjes, de spraakmakende roman van Michel Houellebecq uit 1998, waren publiek en critici laaiend enthousiast. In september staat de vier uur durende voorstelling in Amsterdam.

U was de eerste Fransman die een stuk van Houellebecq op het toneel zette. Buitenlanders zoals Johan Simons deden dat al jaren geleden. Hoe komt dat?

„In Frankrijk worden er niet veel toneelbewerkingen gemaakt van romans, we zijn het land van Racine, van Molière. In Frankrijk houdt ook niemand zich bezig met bewerkingen van films, we beginnen er pas net mee.

„Maar het heeft natuurlijk ook te maken met het provocatieve karakter van Houellebecq. De gangbare ideologie waar iedereen in zit, ik net zo goed, is een vorm van links humanisme, sympathiek, prettig, multicultureel. Schrijvers als Céline, met hun gewelddadige antisemitisme, hebben ervoor gezorgd dat het in Frankrijk moeilijk is dat soort stukken op te voeren.”

Wordt uw stuk daarom als een doorbraak gezien?

„Ja, bizar. In Frankrijk werd jarenlang gedacht dat men jonge mensen naar de schouwburg kon krijgen met Molière. Idioot. Het Franse toneel was op sterven na dood. Onze cultuur wordt erin opgehemeld, ons erfgoed wordt erin gevierd, we zien onszelf als de wachters van de tijd. Maar erfgoed is het tegenovergestelde van kunst.

„Gelukkig komt er verandering aan. Sinds een paar jaar worden er nieuwe, belangrijke regisseurs benoemd aan het hoofd van grote theaters: Rodrigo Garcia in het Centre dramatique national van Montpellier, Philippe Quesne in het Théâtre des Amandiers in Nanterre. Het bizarre is dat wij tot nu toe steeds de buitenlandse avant-garde een plek hebben gegeven in onze festivals, zonder zelf deel uit te maken van die avant-garde. Dat is nu aan het veranderen.”

Waarom koos u voor Elementaire deeltjes van Houellebecq?

„Zijn werk maakt me altijd vreselijk aan het lachen. Veel mensen vinden Houellebecq helemaal niet grappig en ik wilde laten zien dat hij echt hilarisch is. Bovendien heeft zijn boek ook poëtische passages, hij is klassiek lyrisch in zijn natuurbeschrijvingen, dat ontroert me. Als acteurs ook die stukken ten gehore zouden brengen zou er echt een nieuwe wereld geschapen kunnen worden, dacht ik.

„Bovendien was ik, na mijn bewerking van Tristesse animal noir van Anja Hilling, op zoek naar een roman waarin allerlei genres en narratieve technieken worden vermengd. Bij Houellebecq vind je dat: gedichten, monologen, natuurbeschrijvingen, dialogen die bovendien allesbehalve burgerlijk zijn.”

Uw bewerking is trouw aan de roman van Houellebecq, u volgt de structuur en u heeft alle wezenlijke scènes verwerkt.

„Ik heb er natuurlijk wel in gesneden, maar dat zie je eigenlijk niet. Alles wat over het landschap en over poëzie gaat, heb ik erin gehouden. Ik heb ook grappen toegevoegd. Als ik een roman bewerk, wil ik de structuur ervan behouden. Als je een toneelstuk op de planken zet, is de vraag die je stelt: wat kan ik met deze woorden nog meer zeggen? Bij het maken van een toneelbewerking van een roman vraag je je af hoe je het moet aanpakken zodat het op een podium werkt. De toneelmachine is romanesk van aard, hoe meer je dat zichtbaar maakt, hoe mooier en sterker je stuk wordt.

„Een van de dingen die ik duidelijk laat zien is Houellebecqs slogan dat serial killers de nakomelingen zijn van de hippies. Daar heb ik kritiek op gekregen, maar het is de kern van het boek. Net zoals Ivo van Hove doet in de laatste minuten van The Fountainhead, zonder die laatste krachtige monoloog van de hoofdpersoon heeft het stuk niet veel waarde. Ik kan het niet uitstaan als regisseurs ironisch naar hun auteur kijken en afstand nemen om zichzelf te rechtvaardigen. Ik sta aan de kant van de auteur. Uit principe.”

Wat vond Houellebecq van uw stuk?

„Hij vond het mooi, was ontroerd. Hij beschouwt zich als een romantische, lyrische auteur. In het stuk wordt de dood van een van zijn vrouwelijke hoofdpersonen, Annabelle, heel lyrisch neergezet. Dat raakte hem. Dat lyrische is voor hem de kern van zijn werk, ook al zijn weinig lezers het met hem eens.

„Natuurlijk had hij ook kritiek. Absurde kritiek. Er zit bijvoorbeeld harde, psychedelische rockmuziek in mijn stuk, in de scène over serial killers en hippies. Hij vond dat we Finse techno hadden moeten gebruiken, met geblaf van honden. En bij de dood van Annabelle zegt hoofdpersoon Michel een gedicht op dat hij in het ziekenhuis heeft geschreven. Volgens Houellebecq hadden we beter een ander gedicht uit het boek kunnen kiezen, van een boeddhistische dichter. Daarin had hij gelijk.”

Wanneer bent u tevreden over een stuk?

„Ik wil een heel krachtig effect bereiken bij het publiek. Enerzijds moet het een flinke fysieke ervaring zijn, zoals wanneer je naar een rockconcert gaat, een muzikale en poëtische ontlading. Anderzijds wil ik de toeschouwer laten nadenken over wat hij ziet. Ik wil dat het publiek als het ware pingpongt tussen die twee uitersten van intellectueel begrip en extreme fysieke ervaring. Naar die symbiose streef ik.”

    • Margot Dijkgraaf