‘Hij breekt je ijdelheid tot de grond toe af’

De ster stapte in een film zonder script van Terrence Malick. „Je ziet de verwardheid op mijn gezicht.”

Christian Bale speelt een vastgelopen scenarioschrijver in Terrence MalicksKnight of Cups

Een film maken met Terrence Malick (The Tree of Life) verloopt niet volgens het geijkte patroon. In Knight of Cups speelt Christian Bale een scenarist in Hollywood die, omringd door glitter en glamour, ten prooi valt aan een grote spirituele leegte en een soort religieus moment van verlichting doormaakt. De film is gedraaid zonder scenario: Malick probeert al improviserend poëtische momenten te vangen. Dat is een heel andere werkwijze dan bij de eerdere film die Bale met Malick maakte: The New World uit 2005, toen Malick nog wél met een scenario werkte.

Bale, kort na de première van Knight of Cups op het filmfestival van Berlijn: „Toen we The New World maakten, was er nog wel een scenario. Maar ook toen al week Terry daar graag van af. Je kon eigenlijk al zien dat hij deze richting in zou slaan. Voor deze film hebben we weliswaar het personage uitgebreid met elkaar besproken, maar de film is tijdens het draaien ontstaan. Bij films kan de logistiek heel snel het creatieve proces domineren. Terry heeft een manier van werken gevonden waarbij het creatieve proces juist domineert en de logistiek moet volgen. Voor mij was het ook een enorme verrassing om de film te zien zoals hij nu is geworden, want ik weet dat hij ook een heel andere film had kunnen maken.”

Om zo in een film te stappen zonder scenario is voor een acteur een enorm risico. Maar Bale is nooit bang geweest voor risico’s sinds zijn doorbraak als kindacteur in Steven Spielbergs oorlogsepos Empire of the Sun (1985).Hij was Mozes voor Ridley Scotts Exodus: Gods and Kings en Batman in de succesvolle Dark Knight-trilogie van Christopher Nolan. Maar zijn beste werk speelt zich op wat grotere afstand van de mainstream af, zoals de yuppiepsychopaat Patrick Bateman in American Pyscho (2000) – een rol die geldt als zijn ‘tweede doorbraak’, nu als volwassen acteur. Hij was zeer op dreef als een krijgsgevangene in Vietnam voor Werner Herzog in Rescue Dawn (2006) en ontving een verdiende Oscar voor zijn rol als drugsverslaafde bokstrainer in The Fighter (2010). Voor cultthriller The Machinist (2004) viel hij zo sterk af, dat de producenten bang waren dat hij het einde van de film niet zou halen. Bale: „Ik had me daar ook zorgen over gemaakt als ik het niet zelf was geweest.”

Zulke radicale lichamelijke transformaties zijn Bales handelsmerk. „Als ik vind dat een bepaald uiterlijk bij de rol hoort, dan heb ik dat er graag voor over, soms zelfs zonder dat de regisseur of de producent me erom vraagt. Dat kan wel zwaar zijn, maar voor mij is dat geen last.”

Bale moest in 2009 excuses maken voor een scheldpartij met overslaande stem die op internet uitlekte: hij was woedend op een cameraman van Terminator Salvation die door zijn zichtlijn liep en zijn concentratie brak. Zijn manier om zich in een personage in te leven, omschrijft hij als „obsessief”. „Ik ben voortdurend aan het nadenken over het personage dat ik speel, ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn om in zijn schoenen te staan. Totdat het bijna een tweede natuur is en je er niet meer over hóéft na te denken. Vanaf een zeker moment gaat dat vanzelf. Meer is het niet.”

Rick, zijn personage in Knight of Cups, verliest zich in de glamourwereld van Hollywoodfeesten. Bale: „Toen ik voor het eerst naar Los Angeles kwam, kreeg ik ook wel uitnodigingen voor zulke feesten. In die tijd was ik daar behoorlijk van onder de indruk. Ik wist niet dat mensen zo leefden, in die kastelen van huizen. Tot dat moment was mijn idee van een feestje een beetje rondhangen op straat met vrienden onder een viaduct, een paar joints roken en bierflesjes stukgooien. Maar na een tijdje wist ik dat die wereld niks voor mij was. Dat was alleen even leuk toen het nieuw was, het was niet wat ik zocht.”

Malick maakt als regisseur korte metten met de ijdelheid van zijn acteurs, vertelt Bale. „Je bent soms bezig met een scène waarvan je zelf denkt dat jouw bijdrage heel goed en belangrijk is, en dan kijk je om je heen en zie je dat de camera helemaal niet op jou is gericht. Vaak liepen de camera’s al als ik de set opstapte. Het kon gebeuren dat ik plotseling te maken kreeg met tegenspelers waarvan ik niet wist dat ze een rol hadden in de scène. Dat kan verwarrend zijn, en die verwardheid zie je terug op mijn gezicht. Maar dat is goede verwarring, die je nodig hebt voor de scène.”