Fed staat voor gruwelijk dilemma

Keus om de rente voor het eerst de crisis te verhogen is ongekend lastig – voor de VS én voor de rest van de wereld

Het woord ‘fixatie’ doet de sfeer tekort die dezer dagen heerst op de financiële markten. Morgenavond om acht uur Europese tijd maakt de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, bekend welk doel voor de geldmarktrente zij gaat zetten. Het huidige doel: tussen 0 en 0,25 procent, is al jaren onveranderd. Het weerspiegelt het beleid van centrale bankiers overal in het Westen, om de economie na de Lehman-crisis weer op gang te krijgen. Europa mag daar nog middenin zitten, het einde van het tijdperk nadert in de Verenigde Staten wel degelijk.

Op de financiële markten wordt al weken aan vrijwel niets anders gedacht. De eerste renteverhoging mag dan klein blijken, zij is uiterst symbolisch: het begin van een reeks die de rentevoet weer op een gangbaar niveau moet krijgen. De symboliek zit hem ook in het feit dat ‘terug naar normaal’ ook geldt voor de Amerikaanse economie als geheel – een teken dat de crisis eindelijk over is. Al gaan andere noodoperaties van de Fed overigens gewoon door. De ‘kwantitatieve verruiming’, waarbij net als nu in Europa grootschalig staatsleningen en andere leningen worden opgekocht, is officieel al twee jaar over. Maar de Fed bouwt de enorme hoeveelheid leningen op haar balans niet af. Leningen die aflopen, worden nog steeds vervangen door het aankopen van nieuwe.

Binnenlands is stap te verdedigen

De vraag is: is de Amerikaanse economie werkelijk toe aan een normalisering van de rentevoet? Wie naar de economische gegevens kijkt, moet bijna wel concluderen van wel. De werkloosheid is gedaald naar 5,1 procent. De economische groei in het tweede kwartaal bedroeg 3,7 procent. De vertrouwensindicatoren van consumenten en bedrijven zijn allemaal redelijk goed.

Maar de lage werkloosheid is niet eenduidig. Er zijn verschillende definities van, en de meest ruime geeft nog steeds een werkloosheid van meer dan 10 procent. Bovendien stijgen de uurlonen nog steeds mondjesmaat, met iets meer dan 2 procent per jaar. Dat is geen teken van een krappe arbeidsmarkt, en wijst er eerder op dat er een groot, onaangesproken legioen van werkwilligen is dat nu nog langs de zijlijn staat.

Dan is er de inflatie. Ook hier is er een woud van definities en indicatoren. De meest bekende, de prijsindex voor stedelijke consumenten, staat nu op 0,2 procent per jaar. Dat is zeer laag, en vooral het gevolg van de stijgende koers van de dollar en de sterk gedaalde prijs van olie. Zonder de invloed van voedsel en energie, bedraagt de ‘kerninflatie’ 1,8 procent – dicht bij de 2 procent die doorgaans het doel is van de Fed.

De verwarring is groot, en dat weerspiegelt ook de sfeer op de financiële markten. Van de 75 economen die het persbureau Bloomberg maandag ondervroeg, zeiden 37 morgen een rentestap te verwachten, en 37 juist niet.

Maar is een stap van een minieme 0,25 procent nu zo’n drukte waard? Nogmaals: de maatregel zal worden opgevat als het begin van een reeks naar boven. Bovendien zijn de financiële markten zo gewend geraakt aan een jarenlange rente van nagenoeg nul, dat zij heftig kunnen reageren.

Maar niet voor opkomende landen

Maar er is een derde reden, die Amerika niet direct raakt, maar op termijn wel. Grondstoffenlanden hebben het, door de dalende prijs van olie, koper en vrijwel al het andere dat zij exporteren, moeilijk. Toen de Amerikaanse rente na het begin van de Lehman-crisis scherp daalde, zocht het internationale kapitaal hen op, op zoek naar meer rendement. Dat kapitaal vloeit nu, in de verwachting van een stijgende rente in de VS, weer terug, met mogelijk verwoestend gevolgen. De Braziliaanse economie krimpt op dit moment al met 6 procent.

De prijsdaling van grondstoffen is weer grotendeels het gevolg van een groeivertraging in China – de grootste onzekere factor in de wereldeconomie van vandaag.

Een rentestap door de Fed kan de toch al wankele vooruitzichten in de opkomende landen verder verslechteren. En dat kan vervolgens weer terugslaan op Amerika zelf, in de vorm van lagere groei van de uitvoer en nóg lagere inflatie als de dollar verder stijgt en de grondstoffen- en andere invoerprijzen verder dalen. Internationale organisaties als het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank raden een rentestap dan ook met klem af.

Hoe is het op te lossen? Geen renteverhoging kan zorgen voor oververhitting – de rommelhypotheken zijn al weer in opkomst. Wel een renteverhoging kan via een omweg de inflatie verder drukken zodat de rentestap in tegenspraak raakt met zichzelf.

Een derde scenario is dat de Fed weliswaar de rente met een kwart procentpunt opschroeft, maar hardop zegt dat dit niet het begin hoeft te zijn van een reeks. Morgenavond wordt duidelijk hoe Fed-voorzitter Janet Yellen, die presideert over een verdeeld bestuur, de centrale bank uit deze netelige situatie wil redden.

    • Maarten Schinkel