De making-of van een huidkanker-app

Stel: je bedenkt een app die levens kan redden. Hoe breng je ‘m op de markt? Zo deed huidkankerdetectie-app SkinVision het.

Illustratie Bjorn Gort

Drie jaar geleden had een promovendus in Roemenië een idee: wat nou als de kennis uit haar onderzoek naar plantengroei ons ook zou kunnen helpen bij het opsporen van huidkanker? Het zou mensenlevens kunnen schelen: alleen al in Nederland overlijden jaarlijks achthonderd mensen aan een melanoom. Vroege opsporing kan helpen. Een paar jaar later is daar nu een app voor, van het Nederlandse bedrijf SkinVision.

Dit is lang niet de enige gezondheidsapp die te krijgen is. In maart dit jaar stonden er zo’n 100.000 in de appstore, schreef The New York Times. En dan hebben we het niet alleen over apps die je hartslag meten tijdens het hardlopen of die tellen hoeveel calorieën een maaltijd bevat. Maar ook: apps die diabetici helpen om hun insulinegebruik bij te houden, of die parkinsonpatiënten voorzien van dagelijkse oefeningen.

Acht op de tien start-ups verdwijnen binnen een jaar weer. Binnen de digital healthcare, waar gezondheidsapps onder vallen, is het zelfs nog moeilijker te overleven, zegt Maarten den Braber, expert op het gebied van digital health-technologie. Doordat er veel onderzoek nodig is, duurt het langer voor het product op de markt is. En duurt het dus ook langer voordat je iets kunt verdienen. Den Braber: „Dan heb je dus eerst véél geld van investeerders nodig.”

SkinVision verzamelde zo’n 6 miljoen euro. „Een uitzonderlijke knappe prestatie”, volgens Den Braber. Voor Nederlandse begrippen is dat een flink bedrag. Inmiddels is de app in 54 landen beschikbaar en is hij wereldwijd zo’n 250.000 keer gedownload. Hoe ging dat? Natuurlijk, voor een deel volg je de formule van elke start-up – een goed idee, een team, investeringen en op de markt brengen – maar bij de gezondheidsmarkt komt meer kijken dan dat. Zo deed SkinVision het.

De making-of van de eerste gecertificeerde digital healthapp van Nederland.

Het idee

Boekarest, Roemenië, 2011. De Roemeense PHD-studente wiskunde Andreea Udrea doet onderzoek naar de groei van planten, en om precies te zijn naar fractal geometry. Dat is een bekende theorie uit de biologie om de groei van sommige planten in kaart te brengen: elk onderdeel vermenigvuldigt zich, maar dan net wat kleiner.

Udrea wil deze fractal-theorie inzetten in de medische wetenschap. Een moedervlek groeit namelijk, net als bijvoorbeeld broccoli, op deze manier. Een moedervlek die zich op een niet-natuurlijke, chaotische manier ontwikkelt, zou weleens een melanoom kunnen zijn – een gevaarlijke vorm van huidkanker.

Ze ontwikkelt een algoritme dat de groei van een moedervlek toetst aan de hand van een aantal factoren en een grote fotodatabase. Udrea vindt twee dermatologen die haar helpen bij het bepalen van die factoren. Ze is immers zelf geen dokter en weet niet wat een gewone ‘gekke’ moedervlek onderscheidt van een melanoom.

Het team

San Francisco, Verenigde Staten, 2012. Udreas idee wordt tweede op de IBM smartcamp, een wedstrijd voor start-ups. Het idee achter de app SkinVision is helder: de gebruiker maakt een foto van zijn moedervlek en de app geeft een rood, oranje of groen advies. Rood betekent: dit ziet er gek uit, ga naar een dermatoloog.

Als prijs is er geld van een Nederlandse investeerder, die SkinVision naar Amsterdam haalt. Deze investeerder formeert een Nederlands team dat het bedrijf verder moet helpen. Onder hen Dick Uyttewaal, inmiddels directeur van SkinVision. Er blijft ook een team in Roemenië, onder wie de twee dermatologen en Udrea, de wiskundige. Zij hebben naast SkinVision nog een eigen baan in Roemenië en kunnen niet fulltime naar Nederland komen.

De samenwerking tussen het Nederlandse en Roemeense team ging volgens directeur Dick Uyttewaal niet altijd makkelijk. Vanwege de fysieke afstand, de taalbarrière, maar vooral „door een verschil in denken”.

In Roemenië heerst een meer intuïtieve cultuur, zegt Uyttewaal. Heel anders dan de meer rationele, gestructureerde Nederlandse manier van denken. Uyttewaal: „Het Roemeense team is goed in problemen oplossen en komt daardoor met grote doorbraken. Het Nederlandse team is goed in het vroegtijdig zien en beschrijven van die problemen.”

De Nederlandse mensen richten zich voornamelijk op de commerciële kant. Het businessmodel en de marketing bijvoorbeeld. Een klein designbedrijfje, ook gevestigd in Roemenië, ontwerpt de daadwerkelijke app. De wiskundige Udrea en de dermatologen blijven de ‘achterkant’ verbeteren: ze voegen foto’s toe aan het databestand waardoor het algoritme beter werkt en accurater wordt.

Daar zit ook meteen een probleem: de reactie van veel dermatologen is aanvankelijk sceptisch. ‘Een app kan niet het werk overnemen waar ik jarenlang voor gestudeerd heb’, vinden ze. „Daarom zijn early adopters erg belangrijk”, zegt Uyttewaal. Mensen die er iets in zien en dat verspreiden binnen hun vakgebied. Bovendien, zegt Uyttewaal, vertelt de app je niet of je huidkanker hebt. Dat moet nog steeds een dermatoloog doen.

Omdat de ontwikkeling van zo’n app bestaat uit meerdere fases, zijn er verschillende mensen nodig, met verschillende expertises. Dat is lastig, zegt Uyttewaal, want het zijn vaak eigenwijze mensen met een sterke mening.

Uytewaal: „Veel mensen denken bij een start-up: leuk, alles is mogelijk en er staan tafeltennistafels op kantoor. Maar het is vooral ook een pijnlijk proces.” SkinVision heeft daarom geregeld brainstormsessies met alle teamleden. Om „het gemeenschappelijke gevoel” te bewaren: „iets significants betekenen voor de wereld, daar doen we het voor.”

De timing

München, Duitsland, 2012. Omdat SkinVision valt onder ‘medische hulpmiddelen’ moet de app voldoen aan de richtlijnen die daarvoor gelden. En zo’n certificatieproces duurt lang.

In 2013 begint een van de grootste dermatologieklinieken in Europa, het LMU in München, een onderzoek naar de werking en accuraatheid van de app. Het onderzoek duurt een jaar en wordt in juli 2014 gepubliceerd. „De app is een veelbelovende oplossing voor zelfzorg van consumenten”, oordeelt de onderzoeksleider. De certificering volgt vrijwel direct op het onderzoek. SkinVision is daarmee de eerste – en voorlopige enige – gecertificeerde digital health-app in in Nederland.

Toch zijn ze dan zo weer twee jaar verder. Uyttewaal: „In die tijd hebben we de technologie alweer vijf keer aangepast en verbeterd.”

En dan, als het product, de timing en het team kloppen, is er nog één obstakel. Iets waar elke start-up tegenaan loopt, gezondheids-app of niet. De financiering.

Het geld

Amsterdam, Nederland, 2015. Farmaceutische multinational Leo Pharma en het Nederlandse Personal Health Solution investeren samen 3 miljoen euro in SkinVision. Opgeteld bij eerdere investeringen komt dat in totaal neer op zo’n 6 miljoen euro.

Uyttewaal. „Er zijn nog maar weinig partijen die investeren in digital health en toch moesten we heel selectief zijn. Wij geloven bijvoorbeeld sterk dat consumenten de markt gaan veranderen. Zij kunnen de controle op hun gezondheid in eigen hand nemen. We wilden een investeerder die ook gelooft in die strategie.”

Het geld is binnen, dus het plaatje is rond, zou je denken. De app werkt, er is een verdienmodel waarbij consumenten in verschillende abonnementsvormen voor SkinVision betalen, en de app is bovendien gecertificeerd. Maar nu is de vraag: wat is de impact? Kunnen er straks daadwerkelijk mensenlevens gered worden? Spannend, vindt Uyttewaal. Maar dat maakt het juist ook leuk.