De koopkracht blijft op peil? Dat geldt niet voor iedereen

Wie geen werk heeft, zal weinig tot niks merken van de kabinetsbelofte van koopkrachtverbetering.

Koningin Maxima bij aankomst per Gouden Koets op het Binnenhof, naast haar koning Willem-Alexander.

Heeft de koning gejokt? „Voor gepensioneerden en mensen met een uitkering blijft de koopkracht op peil”, sprak hij nog hoopvol in zijn Troonrede.

In één oogopslag laten de bekende puntenwolken met koopkrachteffecten van het Centraal Planbureau zien dat de ‘gepensioneerde tweeverdiener’ met een laag inkomen er volgend jaar tot wel 10 procent op achteruit gaat. En ook onder gepensioneerde alleenstaanden en alleenstaanden met een uitkering zijn er verliezers. Zij zullen komend jaar niet profiteren van de eerste optimistische rijksbegroting in jaren. De lastenverlichting van 5 miljard euro die het kabinet Rutte II gisteren officieel presenteerde, komt vooral de mensen met een baan ten goede.

Miljoen huishoudens profiteren niet

Uit een toelichting op de koopkrachtplaatjes van het ministerie van Sociale Zaken blijkt dat het CPB het niet verkeerd heeft gezien en de tekstschrijvers van de Troonrede en de Miljoenennota wel – „Alle groepen kunnen profiteren van de verbeterde economie”. Van de 7,1 miljoen Nederlandse huishoudens gaat 84 procent er op vooruit – en 16 procent dus niet. Dat zijn ruim 1,1 miljoen huishoudens. Zij leveren in of blijven op de nul staan. Onder hen vooral gepensioneerden (bijna 700.000 huishoudens) en uitkeringsontvangers (ruim 130.000 huishoudens). In de afgelopen weken, toen veel kabinetsplannen al uitlekten, beloofde minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) mogelijk negatieve koopkrachteffecten voor gepensioneerden te gaan compenseren, maar dat is dus in lang niet alle gevallen gelukt.

Toch houdt het kabinet vol dat het door deze reparatie ter waarde van zo’n 900 miljoen euro de koopkracht voor ouderen „boven nul” heeft weten te houden, aldus premier Rutte gistermiddag. Als je de categorie ruim neemt, klopt dat. Gemiddeld gezien, zeggen ook het Centraal Planbureau en Sociale Zaken, is het koopkrachteffect voor de ‘gepensioneerden’ dit jaar 0 procent en volgend jaar 0,2 procent.

Het Nibud, dat gisteren met eigen koopkrachtberekeningen kwam, ziet voor gepensioneerden een „wisselend beeld”. Het instituut voor budgetvoorlichting schat een kleine koopkrachtverbetering in voor alleenstaande AOW’ers met geen of een bescheiden aanvullend pensioen van 0,8 procent (om precies te zijn: 11 euro per maand). En voor een alleenstaande oudere die met vervroegd pensioen is gegaan een koopkrachtdaling van 3,5 procent (56 euro per maand). Voor jongeren heeft het kabinet geen gegevens gepubliceerd.

Dat de aantrekkende economie voor ouderen niet of nauwelijks merkbaar is, heeft voornamelijk twee oorzaken. Ten eerste de terughoudendheid van pensioenfondsen om aanvullende pensioenen mee te laten stijgen met de inflatie (indexeren). Daar heeft het kabinet geen vat op. Maar op de tweede factor wel: fiscaal beleid en bezuinigingen. Onderdeel van de ingrijpende bezuinigingen van de laatste jaren was de vorig jaar al genomen maatregel om, met ingang van 2016, de ouderentoeslag af te schaffen. Dat raakt zowel gepensioneerden met een laag inkomen (tot 20.000 euro) als die met een hoog vermogen. Wie namelijk een te hoog vermogen heeft, kan z’n recht op toeslagen voor zorg en huur verliezen.

Lagere belastingen

Hoewel het CPB in de Macro-Economische Verkenningen (MEV) weliswaar méér kabinetsplannen turft die een negatief effect hebben op de koopkracht (tien stuks) dan met een positief effect (negen), is het algehele beeld positief. De meeste financieel vrolijke maatregelen zijn onderdeel van de grote lastenverlichtingsoperatie van 5 miljard euro: een verlaging van de tarieven in tweede en derde belastingschijf, een verhoging van de arbeidskorting (waardoor werkenden minder belasting betalen), en een verruiming van de kinderopvangtoeslag.

De meeste Nederlanders gaan er hierdoor volgend jaar op vooruit: ruim 6 miljoen huishoudens. Volgens de cijfers van Sociale Zaken varieert de koopkrachtverbetering van 0,5 procent voor iemand die tweemaal modaal verdient (73.000 euro) tot 5,3 procent voor een alleenstaande met een minimumloon (18.000 euro).

Het Nibud heeft opnieuw eigen rekenvoorbeelden. Een alleenstaande met een salaris van 20.000 euro gaat er volgend jaar 73 euro netto per maand op vooruit (ofwel 4,8 procent), een alleenstaande ouder met een baan en één kind wel 104 euro per maand (4 procent).

Deze plussen geven precies de beweegredenen weer die het kabinet met de lastenverlaging op arbeid voor ogen heeft. Het moet aantrekkelijker worden om aan het werk te gaan of om méér te gaan werken. Wie met een uitkering op de bank blijft zitten – werkgeversvoorman Hans de Boer noemde ze eerder dit jaar „labbekakken” – krijgt niet of nauwelijks méér te besteden. Maar wie ervoor kiest om aan het werk te gaan, al is het met een bescheiden baantje in de supermarkt, moet daar volgens het kabinet echt voor worden beloond.