‘De film moet wel eerlijk zijn’

De regisseur verdedigt vurig zijn lauw ontvangen drama over bergbeklimmers ‘Everest’. „Ik wilde geen simplistische Hollywoodaanpak.”

Josh Brolin,Jason Clarke enJake Gyllenhaal op weg naar de top

Regisseur Baltasar Kormákur is een tikje geagiteerd. Een dag eerder is zijn bergbeklimmersfilm Everest in première gegaan als openingsfilm van het filmfestival van Venetië: een op feiten gebaseerd drama over een noodlottig verlopen expeditie naar Mount Everest in 1996 onder leiding van de Nieuw-Zeelander Rob Hall (gespeeld door Jason Clarke). Hij was een pionier in het organiseren van commerciële reizen naar de hoogste berg ter wereld. De film heeft een geschat budget van 65 miljoen dollar en een sterrencast van Josh Brolin, Jake Gyllenhaal en Keira Knightley. Maar de reacties op de film in Venetië zijn op z’n best lauw. Kormákur (Reykjavík, 1966) staat op scherp om zijn film te verdedigen.

Waarom wilde u een film over bergbeklimmen maken?

„Omdat dit een simpel, heel krachtig verhaal is. Naarmate je meer bereikt in je carrière, en grotere films kunt maken, krijg je vaker te maken met scripts die niet veel met de werkelijkheid van doen hebben. Dit verhaal, dat op feiten is gebaseerd, sprong er daarom voor mij meteen uit.”

U wilt met de film niet alleen vermaak bieden, u zet ook vraagtekens bij deze vorm van bergtoerisme. Was dat een lastige balans?

„Je kunt allerlei kritiek hebben op de manier waarop de natuur commercieel wordt uitgebaat, en ook op de mensen die de berg opgaan zonder voldoende voorbereiding, die hun weg naar boven simpelweg hebben gekocht. Maar ik heb geen propagandafilm gemaakt. Ik heb geen agenda. Ik ben ook een enorme natuurliefhebber, ik vind het zelf ook heerlijk om te reizen in de natuur. Daar heb ik helemaal geen oordeel over. Mijn enige doel was om een zo volledig en accuraat mogelijk beeld te schetsen. Mensen zijn intelligent genoeg om hun eigen conclusies te trekken.”

Familieleden en overlevenden van de ramp keken over uw schouder mee. Was dat lastig?

„Niemand keek over mijn schouder mee. Ik had het volledige vertrouwen van iedereen. Maar ik werk natuurlijk wel vanuit mijn eigen integriteit. Het laatste wat ik wilde was een typische slechterik aanwijzen, als schuldige voor wat er destijds misging. Ik ben behoorlijk kritisch over de hoofdpersonen in de film. Er waren problemen, er zijn fouten gemaakt. Dat zie je terug in de film. Maar we hebben dat op zo’n respectvolle manier gedaan dat niemand er aanstoot aan hoeft te nemen.

„We hebben zes weken gedraaid in de Dolomieten bij temperaturen van dertig graden onder nul. Ik heb steeds tegen de acteurs gezegd: acteer niet, laat de berg en de kou het werk doen. Laat zien wat de zware omstandigheden met iemand doen. Ik wilde de werkelijkheid zo dicht mogelijk benaderen. Sommige mensen vinden dat geslaagd, anderen hadden liever een meer typische Hollywoodbenadering gezien. Het zij zo.”

De obsessie om koste wat kost de top te bereiken kan desastreus uitpakken. Is de film ook een soort waarschuwing?

„De waarschuwing is: als je dit per se wilt doen, zorg dan dat je tot in de puntjes bent voorbereid. Ik wil zeker niet zeggen dat mensen hun dromen niet zouden moeten proberen te verwezenlijken. Maar ik laat zien wat er allemaal bij komt kijken.”

Wilden de producenten niet liever een simpelere, meer heroïsche film?

„Misschien hadden ze wel iets meer heroïek gewild, maar ik wist gewoon niet waar dat vandaan had moeten komen. Zo is het eenvoudigweg niet gegaan. Film is een ongelooflijk machtig medium. Waarschijnlijk is het zo dat straks meer mensen dit verhaal kennen uit de film dan op enige andere manier. Voor veel mensen zal deze film ‘de waarheid’ zijn. Dat is een grote verantwoordelijkheid.”

De film beantwoordt de vraag waarom mensen zo graag naar de top van Everest willen niet echt.

„Dat antwoord is er niet. Het zou heel simplistisch en naïef zijn om daar één antwoord op te geven. Ik heb dat aan veel klimmers gevraagd, en de meesten hebben helemaal geen antwoord. Bergbeklimmers zijn meestal geen filosofen. Ze begrijpen lichamelijk waarom ze klimmen, niet met hun hersens. Ik kan wel zeggen wat volgens mij een heel belangrijk motief is: dat is de drang om jezelf te meten met de natuur.”

Is ijdelheid niet ook een motief?

„Dat ook. Iedereen is ijdel, iedereen heeft een ego. Dat geldt ook voor mij. Elk mens bestaat uit zoveel verschillende lagen.”