Bijna 30 miljoen extra voor Nederlandse boeren

De 28 EU-lidstaten stemden gisteren in met de verdeling van 500 miljoen euro voor de noodlijdende landbouwsector.

De Europese ministers van Landbouw hebben gisteren in Luxemburg een akkoord bereikt over een steunpakket voor de agrarische sector. Vorige week steunde de Landbouwraad in Brussel al het voorstel van de Europese Commissie om 500 miljoen euro vrij te maken voor de noodlijdende sector. Gisteren bereikten de lidstaten overeenstemming over de besteding van dat geld.

Van de 500 miljoen gaat 420 miljoen naar de lidstaten in de vorm van ‘nationale enveloppen’. Landen kunnen – binnen de richtlijnen van het pakket – zelf bepalen hoe ze het geld besteden. Ze kunnen boeren bijvoorbeeld een hoger voorschot op hun directe subsidie geven.

De overige 80 miljoen euro zal worden gebruikt voor promotie van de landbouwsector, om nieuwe markten aan te boren en voor de (private) opslag van varkensvlees, melkpoeder en kaas, om de prijzen op te drijven. Mede hierom zal ook via hulporganisaties melkpoeder worden uitgedeeld aan behoeftige vluchtelingen.

In de Nederlandse envelop zit 29,9 miljoen euro. Staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken, PvdA) toonde zich gisteren „meer dan tevreden”. „Hier kan Nederland mee thuiskomen”, zei ze. Dijksma benadrukte dat het gaat om „nieuw geld”. Dit geld komt bovenop de ruim 50 miljard euro die Brussel aan jaarlijkse subsidies en tijdelijke hulpgelden uitkeert.

Hoe Dijksma het geld zal gebruiken, kan ze nog niet zeggen. Wel onderstreepte de staatssecretaris dat de besteding moet bijdragen aan versterking van de zuivel- en de varkensvleessector. Op korte termijn bespreekt zij met deze sectoren waaraan het geld precies aan wordt uitgegeven.

‘Zo eerlijk mogelijk’

Bij de verdeling onder lidstaten is volgens de Commissie per land gekeken naar de melkproductie, de melkprijs, het effect van de Russische boycot en dat van droogte. Duitsland en Frankrijk kunnen op de grootste bijdragen rekenen: respectievelijk 69,2 en 62,9 miljoen euro. België krijgt 13 miljoen.

De Europese Landbouwcommissaris Phil Hogan zei gisteren op een persconferentie dat hij „zo eerlijk mogelijk is geweest” bij de verdeling. „Ik denk dat de balans in orde is, maar er zullen altijd landen zijn die vinden dat ze recht hebben op meer geld. We kunnen nooit iedereen tevreden stellen.”

Frankrijk, België, zuidelijke en nieuwe lidstaten wilden meer marktinterventie. „Sommige lidstaten wilden meer maatregelen”, zei de Luxemburgse Landbouwminister en Raadsvoorzitter Fernand Etgen gisteren na het overleg. „En sommige lidstaten zijn sceptisch. Maar een meerderheid heeft het pakket goedgekeurd, zij het niet zonder bedenkingen.” Landen die het hulpgeld uit Brussel ontoereikend vinden, mogen van de Commissie voortaan meer staatssteun geven.

Hogan benadrukte gisteren dat de maatregelen „buitengewoon” zijn en dat het om een flink bedrag gaat, in een krap Europees budget. Het meeste van het nieuwe steungeld komt uit het ‘superheffingenpotje’ van boetes die melkveehouders betaalden als ze meer melk produceerden dan het quotum toestond. Het quotum is sinds 1 april losgelaten. Nu is er sprake van overproductie en dalende melkprijzen.

Protest

Ook de varkenshouders kampen al een jaar met lage prijzen. Oorzaken zijn, net als in de melkveesector, overproductie en afnemende vraag in Europa, de Russische boycot, tegenvallende vraag in China en hogere productiekosten door strengere eisen ten behoeve van milieu en dierenwelzijn.

Boze boeren blokkeerden deze zomer snelwegen in Frankrijk en hielden vorige week in Brussel een groot protest waartegen de politie traangas inzette. Een Belgische boerenvakbondsleider noemde het akkoord gisteren „druppel op hete plaat”.

    • Leonie van Nierop