Onderzoek: buiten spelen helpt tegen bijziendheid

Spelende kinderen Foto EPA / Arne Dedert

Het aantal kinderen dat een bril moet dragen daalt met een kwart als ze per dag 40 minuten langer buiten spelen. Het is gemeten op twaalf basisscholen in de Chinese stad Guangzhou, een stad met 13 miljoen inwoners.

Bijziendheid neemt snel toe bij kinderen in Europa, Amerika en vooral in Azië, waar aan het eind van de middelbare school 80 tot 90 procent van de leerlingen corrigerende lenzen nodig heeft. Het komt waarschijnlijk doordat kinderen vaker dan vroeger naar papier en beeldschermen vlak voor hun neus kijken. Erfelijke aanleg speelt zeker ook mee.

Groeiende oogbol te lang

Het idee is dat de groeiende oogbol te lang wordt als kinderen langdurig lezen, gamen of film kijken. Voor dichtbij zien moeten de oogspieren zich inspannen (accommoderen). Met een langere oogbol hoeft het oog minder te accommoderen. Het nadeel is dat in de verte het beeld dan onscherp is. Het gevaar van meer bijziendheid is dat er ook mensen bijkomen met ernstige bijziendheid, met brillenglazen sterker dan -6. Die hebben een grotere kans om later blind te worden.

In het Chinese onderzoek, gisteren gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association (JAMA), is van 1.900 kinderen drie jaar lang ieder jaar de gezichtsscherpte gemeten. Als het nodig was kregen ze een bril. De kinderen waren zes jaar toen het experiment begon. Toen droeg 5 procent van de kinderen een bril. Op zes van de 12 scholen speelden 952 kinderen drie jaar lang aan het eind van de schooldag nog 40 minuten buiten. Op de andere zes scholen waren 951 kinderen drie jaar lang de controlegroep. Zij speelden niet georganiseerd buiten. Na drie jaar had van die kinderen 39,5 procent een bril en op de buitenspeelscholen was dat 30,4 procent.

Uur per dag buiten spelen

Buiten schooltijd speelden beide groepen gemiddeld even lang buiten: ongeveer een uur per dag. Hoewel de ouders van de kinderen die op school buiten speelden wel het advies hadden gekregen hun kind buiten schooltijd ook nog buiten te laten spelen. Dat hebben de andere ouders echter ook gedaan, waarschijnlijk omdat ze wisten waar het onderzoek waar hun kind ‘als controle’ aan meedeed voor was bedoeld. Het enige verschil was dus de 40 minuten extra buitentijd die de school organiseerde.

Dit is het eerste onderzoek waarbij kinderen willekeurig in twee groepen zijn verdeeld en drie jaar lang is gekeken hoeveel er een bril moesten hebben. Eerdere onderzoeken, minder mooi uitgevoerd, hielden dat maar een jaar bij. Of er werd niet gerandomiseerd, en alleen gekeken hoe lang kinderen buiten spelen en of korter buiten spelende vaker een bril nodig hebben. Dat is zo.

Groter effect verwacht

De onderzoekers hadden op grond van die eerdere onderzoeken een groter effect van 40 minuten buiten spelen verwacht: de helft minder brillen in plaats van een kwart minder. En een commentator in de JAMA merkt na zo’n mooi onderzoek wat narrig op dat je kinderen veel langer dan drie jaar moet volgen, want het kan best zijn dat er een inhaalslag volgt als de scholen stoppen met de extra buitentijd. Die commentator denkt ook dat het effect te klein is om in de verre toekomst tegen blindheid te beschermen. En hij vraagt zich af hoe groot het effect in Europa en Amerika zal zijn, omdat het vermoeden bestaat dat Aziatische kinderen toch wat meer aanleg voor bijziendheid hebben.