Oh nee hè, alwéér een nieuwe serie

Er worden te veel tv-series gemaakt. De kijkers kunnen het niet meer aan en de vele nieuwe aanbieders verdringen elkaar.

Codes of Conduct

HBO werkt aan een zesdelige serie met Steve McQueen (Twelve Years a Slave). Jonge Afro-Amerikaan betreedt de hoogste kringen van New York.

Narcos al gezien? Nog bezig met het nieuwe seizoen Game of Thrones? True Detective al ingehaald? Hoe houden we het allemaal nog bij? Misschien zijn er wel teveel goede televisieseries.

Wie alle nieuwe series wil kijken die dit jaar in de VS zijn gemaakt, moet een half jaar 24 uur per dag televisie kijken (400 series x 12 afleveringen x 50 minuten = 4.000 uur televisie). Tel daarbij op de nieuwe Britse kostuumdrama’s en detectives plus de Scandithrillers en je hebt aan een jaar niet genoeg. Volgens de Amerikaanse kabelzender FX werden vorig jaar in de Verenigde Staten 371 series geproduceerd, drama en andere fictie. Dit jaar zijn het er meer dan vierhonderd en volgend jaar worden het er vermoedelijk nog meer. Kunnen we het allemaal nog wel aan?

De overvloed aan series was goed zichtbaar tijdens het internationale tv-festival in Edinburgh, twee weken geleden. De Amerikaanse tv-concerns presenteerden er de ene nieuwe en dure serie na de andere. ‘US Game Changers’ werden ze genoemd, in de Schotse hoofdstad, zenders als HBO, Showtime, Discovery en nieuwkomer Amazon. Die webwinkel heeft een online videodienst, die lijkt op Netflix, waarbij abonnees onbeperkt films en series kunnen kijken. De tv-tak van Amazon werd in een klap beroemd toen het de makers van Top Gear contracteerde. Goede binnenkomer, maar concurreren doen je op deze markt met eigen tv-series – originals. Dat geldt ook voor Netflix, HBO, Yahoo, Hulu en andere aanbieders van online tv.

Het aantal aanbieders groeit. In de VS zijn nu meer dan zestig grote, rijke kopers van kwaliteitsdrama. Dat zijn niet alleen de traditionele netwerken en kabelzenders, maar ook technologieconcerns en telecombedrijven die ‘videocontent’ willen aanbieden. British Telecom brengt nu bijvoorbeeld de nieuwe serie Fear the Walking Dead. In Nederland zou Ziggo een eigen sportkanaal willen beginnen. KPN bestelt zelf bij producent Endemol de dramaserie Brussel, exclusief voor zijn abonnees.

Geen tijd, geen geld

Maar hoe lang gaat dat nog goed? Het aantal aanbieders mag dan toenemen, de tijd die kijkers hebben om tv te kijken blijkt beperkt. Bovendien heeft die kijker geen geld om bij al die nieuwe aanbieders een abonnement af te sluiten. In Nederland hebben kabelklanten vaak een Netflix-abonnement erbij, maar om dan ook nog abonnee te worden van RTL’s Videoland Unlimited of NLziet is te veel voor veel kijkers.

Hoe economisch gezond is het model van al die nieuwe aanbieders? Je moet behoorlijk veel abonnees werven om uit de kosten te komen. Een nieuwe serie produceren van de hoge kwaliteit die kijkers verwachten, kost veel tijd en geld. Partijen als Discovery Networks en Netflix zijn in het voordeel omdat zij een internationaal netwerk hebben van eigen zenders of websites. Zij kunnen snel een groot publiek bereiken en zo sneller hun investeringen terugverdienen, sneller dan partijen als Amazon die nog moeten bouwen aan hun internationale aanwezigheid.

Doorsnee series verdwijnen

„Onze shows worden mogelijk gemaakt door verkoop op internationale markten”, stelde ook Paul Buccieri van A+E Networks. Het bedrijf is in Nederland bekend van de History Channel en series als Pawn Stars (Veronica) over Amerikaanse pandjesbazen. Een eigen video-on-demanddienst opzetten voor kijkers buiten de VS, is echter lastig voor een partij als A+E. Bestaande buitenlandse verplichtingen belemmeren dat. Lokale zenders, als Veronica, zitten niet te wachten op een videodienst van A+E met hetzelfde aanbod. „We moeten ons serieus afvragen of er voldoende vraag blijft naar alle series die nu worden gemaakt”, aldus Buccieri.

Hij gaf meteen zelf het antwoord: „Er is te veel dramatic content.” Volgens Buccieri blijft er alleen ruimte voor de allerbeste series en voor goedkope, snel gemaakte producties. „Het middensegment verdwijnt.”

Is dat groeiende (buitenlandse) aanbod aan televisieseries nou goed nieuws voor de Nederlandse kijker? Ja en nee. Met vertraging vinden de beste series wel hun weg naar Nederland. Via Netflix, via de publieke omroep (hoewel die ’s avonds laat worden getoond) en soms ook via de commerciëlen. Tegelijkertijd vindt de slag om de kijker, die zorgt voor dat enorme aanbod, niet plaats in Nederland. Tot frustratie van veel Nederlandse seriefans. Videodienst Hulu is hier niet te zien. Wanneer Apple TV begint (in Europa) is onduidelijk. En het is onbekend of Amazons tv-dienst naar Nederland komt.

Niemand is tegen meer kwaliteit en meer keuze, maar het wordt wel steeds moeilijker om het overzicht te houden. Wat is een goede serie? En waaraan kan ik mijn schaarse tijd maar beter niet besteden? De rol van de gids wordt belangrijker; gidsen in de media en gidsende vrienden en kennissen. Zij moeten goed van middelmatig onderscheiden.

De fragmentatie van het aanbod zorgt dat de ‘gedeelde kijkervaring’ van vroeger steeds schaarser wordt. Kijken je vrienden nog wel naar dezelfde programma’s als jij? Het gesprek bij de koffieautomaat is dan niet langer dat enthousiaste uitwisselen van leuke series, maar dreigt te ontaarden in een zuchtend: „Narcos? Game of Thrones? True Detective? Nee, die moet ik allemaal nog kijken.”

    • Jan Benjamin