Oekraïense politici voeren eigen oorlog

De regeringscoalitie in Kiev verkruimelt. Reden: de onmacht van premier Jatsenjoek de corruptie aan te pakken.

Oorlog met de Russen of niet, ook de Oekraïense politiek wordt beheerst door een belligerent klimaat. Langzaam valt de regeringscoalitie van president Petro Porosjenko en premier Arsen Jatsenjoek uit elkaar. Gisteren dreigde ex-premier Joelia Timosjenko, de leider van de coalitiepartij Batkivsjtsjina (Vaderland), de alliantie te verlaten. „Of de coalitie maakt een eind aan de corruptie en formeert een nieuwe regering met waardige, eerlijke en intellectuele mensen, óf we zien niet wat deze coalitie nog voor het land doet”, zei Timosjenko in de wandelgangen van het parlement, de plek waar het politieke gevecht om de macht wordt gevoerd. Eerder deze maand had de Radicale Partij van provocateur en rapaljepoliticus Oleg Ljasjko de coalitie al de rug toegekeerd.

Reden voor de afvalligheid is een mix van de politieke en sociale spanningen in Oekraïne, die door de oorlog met Rusland en de economische crisis almaar oplopen.

Vorige maand besloot het parlement in meerderheid om de Oekraïense grondwet aan te passen ter wille van decentralisatie van het lokale bestuur. Die hervorming werd al geëist door de protestbeweging op de Maidan, die Janoekovitsj verdreef. Maar door de eis van Rusland, dat het land wordt ‘gefederaliseerd’ en zich dus opheft als eenheidsstaat, heeft ‘decentralisatie’ een andere lading gekregen. De nationalisten beschouwen lokaal zelfbestuur als een concessie aan de pro-Russische rebellen. Anders gezegd: als kniebuiging voor Moskou en begin van mogelijk landverraad.

Daar komt bij dat de gewone burger sinds 1 september extra op de proef wordt gesteld. Omdat de staatskas leeg is – het land balanceert op de rand van ‘default’ – stijgen de woonlasten en dalen de sociale voorzieningen. Het feit dat de oligarchen van weleer nog steeds aan veel touwtjes trekken en de zuivering van het corrupte ambtenarenapparaat niet van de grond komt, zet extra kwaad bloed. De regering wordt gezien als ‘meer van hetzelfde’.

De politieke verhoudingen in Kiev staan daarom op scherp. Getalsmatig is er nog niet veel aan de hand. Zelfs als Timosjenko uitstapt, hebben president Porosjenko en premier Jatsenjoek nog een comfortabele meerderheid van 264 stemmen in de 423 zetels tellende Verchovna Rada.

Maar deze rekensom zegt weinig over de werkelijke machtspositie van de regering. De druk op Jatsenjoek wordt steeds groter. De aanvallen kregen recent vleugels dankzij Micheil Saakasjvili, de ex-president van de voormalige Sovjetrepubliek Georgië die nu gouverneur is van de provincie Odessa. Twee weken geleden bespotte de nieuwe man in Odessa de premier. Jatsenjoek is een loopjongen van de oligarchen, zei hij. Waarna Saakasjvili zichzelf naar voren schoof als een beter alternatief.

In serieuze media verschenen scenario’s over een nieuw kabinet. Minister Natalia Jaresko van Financiën, een bankier die is geboren in de VS, zou premier worden met Saakasjvili als rechterhand. Gisteren reageerde Porosjenko pas. Saakasjavili zou een goede premier zijn, gaf hij toe. Maar wel van Georgië en dus niet van Oekraïne.

    • Hubert Smeets