Lastenverlichting Rutte-II maakt een haastige indruk

Als de prognose van het kabinet-Rutte uitkomt, maakt Nederland volgend jaar de beste periode door sinds het begin van de financiële crisis in 2008. De economie groeit in 2016 met 2,4 procent, de koopkracht stijgt met gemiddeld 1,4 procent en de consumptieve bestedingen nemen toe met 1,9 procent. De investeringen trekken aan en de woningmarkt toont tekenen van gezondheid.

Dat is, als het allemaal uitkomt, zeer goed nieuws. Het kabinet mag daar voor een deel de eer voor opstrijken. Er is de afgelopen jaren gesneden, bezuinigd en hervormd en de overheidsfinanciën werden gezonder. Maar dat de kennelijke communicatierichtlijn voor de ministers hen opdraagt daar niet al te dik over te doen, komt niet alleen voort uit tactische bescheidenheid.

Omstandigheden buiten het regeringsbeleid zorgen dezer dagen voor een forse impuls voor de economie. De olieprijs is gekelderd, de koers van de euro sterk gezakt en het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank houdt de rente kunstmatig zeer laag. Dat helpt de woningmarkt op te veren ondanks nieuwe restricties op hypotheekleningen. En de staat profiteert ook direct: voor looptijden tot 4 jaar betaalt hij op dit moment een negatieve rente op zijn schulden.

Het tonen van het succes mag ministers dan worden ontraden, het kabinet loopt er als geheel wel degelijk mee te koop. De vijf miljard euro aan lastenverlichting die volgend jaar aan de burger wordt teruggegeven geldt als een proeve van het succes van het eigen beleid. Onomstreden is dat niet. Het bedrag dook aanvankelijk op als ‘smeergeld’ voor een voorgenomen belastinghervorming. Nu deze hervorming er niet noodzakelijk meer van komt, is het bedrag een eigen leven gaan leiden. Ondanks het feit dat volgens de Europese begrotingsregels eerst moet worden gestreefd naar een begrotingsbalans.

Om electorale redenen mag de lastenverlichting begrijpelijk zijn, in wezen is deze nauwelijks op zijn plaats. De Nederlandse economie heeft deze miljardenimpuls, met de voorspelde groeicijfers, niet nodig. De toekomstige begrotingsbalans wordt er verder mee uitgesteld, en wellicht afgesteld als volgend jaar alsnog blijkt tegen te vallen. Als het dit einddoel niet nadert, dan riskeert het kabinet de legitimiteit van alle bezuinigingen van de afgelopen jaren te verspelen.

Waarom niet gewacht tot de beer van 2016 daadwerkelijk geschoten is? Er lijkt een element van haast in de lastenverlichting te zijn geslopen. Zo blijft, wellicht onbedoeld, de indruk achter van een kabinet dat niet geheel vertrouwt op het eigen voortbestaan.